Elektronische soundscapes zijn niet meer weg te denken uit soundtracks, vooral die van sciencefictionfilms. In deze aflevering van Cine Sounds kijken we naar twee soundtracks waarin ruimtelijkheid een grote rol speelt en die pionierend waren in de omgang met elektronische muziek. De soundtrack die het echtpaar Barron schreef voor Forbidden Planet was medebepalend voor de geluiden die we associëren met verre planeten en ruimtereizen. En de muziek die Throbbing Gristle, een van de grondleggers van industrial muziek, schreef voor Derek Jarmans In the Shadow of the Sun lijkt los te zijn gezongen van de zwaartekracht.

Bebe en Louis Barron – Forbidden Planet

Het begon met een huwelijkscadeau. Een taperecorder die Bebe en Louis Barron kregen toen zij elkaar in 1947 het ja-woord gaven. Het werd het begin van een decennialange samenwerking die voortduurde voorbij hun scheiding in 1970 en eindigde bij de dood van Louis Barron in 1989. Ze openden een studio in New York waar ze zich toelegden op musique concrète, waarbij in de omgeving opgenomen geluiden elektronisch worden gemanipuleerd tot een compositie. Het was een bewerkelijke methode van musiceren en pionierswerk. Wat tegenwoordig kan met enkele muisklikken, vergde destijds het bouwen van eigen elektronische circuits en het gebruiken van drie taperecorders om zo twee sporen op te kunnen nemen en een gelaagdheid aan te brengen in de composities.

Het werk van de Barrons werd opgemerkt in de avant garde-scene en ze werkten onder meer samen met John Cage. In een poging ook wat geld aan hun onderneming over te houden, waagden ze de stap naar Hollywood. Daar werden ze benaderd om de geluidseffecten te verzorgen voor de sciencefictionfilm Forbidden Planet. Die vielen zo in de smaak, dat het stel werd aangesteld voor de hele soundtrack. Het werd de eerste volledig elektronische soundtrack in de filmgeschiedenis.

Het eerste deel van Forbidden Planet speelt zich af in een ruimteschip onderweg naar een verre planeet waar de crew van een eerdere missie gestrand is. De muziek in dit deel is vrijwel continu aanwezig, met veel hoge noten die lijken te benadrukken hoe ver onze voeten van vaste grond verwijderd. Tonen schieten omhoog en vallen omlaag, tuimelend door een grenzeloze ruimte. Wanneer het ruimteschip begint te landen vallen steeds meer klanken samen in een neerwaartse tonaliteit. Tegelijk zit er een onmiskenbaar onheil in de klanken van de Barrons, een waarschuwing voor wat te wachten staat op de planeet.

De essentie van de soundtrack van de film is die wisselwerking met de diëgetische wereld. De muziek is er niet om emoties van personages te onderstrepen, maar om, zoals de Barrons het zelf beschouwden, een stem te geven aan de omgeving en de dingen daarin. Soms lijken geluiden direct voor te komen uit die omgeving, zoals wanneer een teleportatie gepaard gaat met een opstuwend geluid als van een zich opladende defibrillator. Maar vaker komen de geluiden niet zozeer letterlijk voort uit de diëgetische wereld, maar zijn ze een verklanking ervan. Van het ruimteschip, van Robby de robot, wiens bliepjes inmiddels bijna synoniem zijn geworden aan robots. Die benadering maakt ook dat de Barrons vooruitliepen op de industrial van de jaren zeventig en tachtig. Luister bijvoorbeeld naar hun verklanking van de enorme machinerie die in de grotten van de planeet wordt aangetroffen.

En in die verklanking vervagen de Barrons de grens tussen diëgetisch en non-diëgetisch geluid op verfijnde wijze. Op de planeet blijkt daar een onzichtbare en levensgevaarlijke entiteit te huizen. In een fantastisch tracking shot wordt ‘getoond’ hoe het monster het ruimteschip nadert. Het monster is slechts zichtbaar in de voetstappen die hij achterlaat, in het zand dat onder zijn zwaarte lijkt te imploderen en vervolgens de traptreden van het schip die kromtrekken. De voetstappen gaan gepaard met een ploinkend geluid dat ook iets wegheeft van een hartslag, terwijl een ijle hoge toon de ongrijpbaarheid van de entiteit benadrukt.  

In een latere scène waarin de crew van het ruimteschip de confrontatie aangaat met het monster, wordt die wisselwerking nog een stap opgevoerd. Opnieuw is er de ijle hoge toon, het ploinkende geluid, indicerend dat het monster in aantocht is. De crew vuurt op een beschermend krachtveld dat rond het ruimteschip is opgetrokken, blauwe vonken afketsend op het veld met een krakende ruis. Wanneer de contouren van het monster zichtbaar worden in dat krachtveld, verdwijnt de ijle toon en maakt plaats voor een brullende uithalen. Alsof de entiteit ook in de muziek ‘zichtbaar’ wordt. Het onderscheid tussen diëgetische en non-diëgetische geluiden is hier volstrekt verdwenen.  

Met hun de grenzen van de filmrealiteit overschrijdende soundscape waren de Barrons onbetwiste pioniers. Toch leidde dat niet tot groot succes. Mede door tegenwerking van de American Federation of Musicians, waar de Barrons niet bij waren aangesloten. Een advocaat van de bond dwong af dat het werk van de Barrons op de aftiteling van Forbidden Planet niet zou worden aangeduid als ‘Electronic Music’ naar ‘Electronic Tonalities’, waarmee ook een eventuele Oscarnominatie voor beste soundtrack werd geblokkeerd.

Wanneer het tegenwoordig over Forbidden Planet gaat, gaat het vaak over Robby de robot, een van de eerste karakteristieke filmrobots. Of over de nogal gedateerde genderverhoudingen. Bebe en Louis Barron en hun baanbrekende soundtrack lijken enigszins vergeten. Terwijl hun invloed nog in vrijwel elke hedendaagse sciencefictionsoundtrack te vinden is. In de albumcover van de soundtrack schreven ze: ‘We were delighted to hear people tell us that the tonalities in Forbidden Planet remind them of what their dreams sound like.’ Maar het is meer dan dat. De Barrons schreven niet zomaar een filmsoundtrack. Ze gaven ons een soundtrack van de kosmische ruimte, van de vervreemding van het buitenaardse.
Elise van Dam

Throbbing Gristle – In The Shadow of the Sun

Throbbing Gristle’s soundtrack van In the Shadow of the Sun (1981) is als een zwaard van Damocles. Onrust hangt continu in de lucht maar krijgt geen resolutie. Het is een wachten zonder verlossing.

De film In the Shadow of the Sun, in regie van Derek Jarman (Blue), weerspiegelt het psychologische proces van dat wachten. De collage van groezelige privébeelden verontrust. Sporadisch doemt een tronie op uit de ruis om te staren of hakken op iets en vervolgens even snel weer te verdwijnen in de mist. Zo anticipeert de film rampspoed in een onbekende toekomst, maar doem blijft zich uitstellen. De figuren als boodschappers waren rond als geesten, hun spookachtigheid gesterkt door de soundtrack van Throbbing Gristle.

Deze Britse groepering debuteerde in 1977 met het lugubere album The Second Annual Report. De verschillende live versies van “Slug Bait” en “Maggot Death” gaven met schurende gitaar en synthesizer uiting aan vervreemding in een mechanische samenleving. Het deprimerende lawaai bleek invloedrijk voor het ontstaan van het genre industrial. 20 Jazz Funk Greats breidde de vervreemding ritmisch uit. Met In the Shadow of the Sun verlaat de groep het fabrieksterrein en vliegt ze de ruimte in.

De muziek zweeft net zo in het luchtledige als de film. Uit de ruis wars van melodie knippert en borrelt hier en daar een herkenbare stem op. In Throbbing Gristle’s ruimte is het koud, leeg en eenzaam. Vrij van de zwaartekracht als de kosmische Musik van een Klaus Schulze overweldigt de grootsheid van het universum. Maar bij Throbbing Gristle gaat dat gepaard met nervositeit. Als een zieke ijlen de synthesizers, elke minuscule afwijking van het gedreun schrikt op. Het is een deprimerende variatie op desoriënterende jams als Pink Floyds “A Saucerful of Secrets”.

De fabriekshal met haar mechanische logica beklemde met claustrofobische spanning in het debuutalbum, maar ook het weids open In the Shadow of the Sun benauwt. De angst van onopgeloste spanning krijgt zeker in combinatie met Jarmans beelden een apocalyptisch tintje. Dat past bij deze tijd. De industriële samenleving geeft dreiging genoeg, van pandemie tot abrupte klimaatverandering. Het is wachten op de val van de klif, net als film en soundtrack constant op hun hoede zijn voor een mogelijke klapper. Maar wellicht is dat wachten zelf al het gevaar.
Sjoerd van Wijk