Now Reading:

Cine op het Nederlands Film Festival 2 – Studenten, debuten en VR

Cine op het Nederlands Film Festival 2 – Studenten, debuten en VR

Uit het eerste deel van mijn verslag van het Nederlands Film Festival bleek dat de zoektocht naar goed werk je in de uithoeken van Utrecht bracht. Het is wel een sprong in het diepe en de blijkt bodem blijkt soms hoger dan verwacht. Een van de grootste filmregisseurs, John Cassavetes, zei ooit dat om je alles op het spel moet zetten om alles uit te drukken. Dat devies lijkt een aantal debuterende regisseurs te hebben overgenomen. Hun films hebben de schijn van riskante ondernemingen, maar de vraag is in hoeverre er werkelijk iets op het spel stond.

Nederland is een land waar alles tot in de puntjes geregeld is. Dat is enerzijds comfortabel, anderzijds voorkomt dit dat hoofden boven het maaiveld uitkomen. Het werkt standaardiserend. Dit geldt ook vaak voor de Nederlandse film. De Middag van het Scenario, onderdeel van het Professionals programma, draaide vooral om de vraag hoe aan de lopende band scripts af te leveren. Om een lange film te maken moet een filmmaker meestal door het keurslijf van filmacademie en de speciaal voor afgestudeerde filmmakers opgezette subsidietrajecten.

Iemand met de onafhankelijke geest van Cassavetes staat voor een lastig parket om financiering rond te krijgen. Het op het NFF uitgebrachte artistieke manifest Dogma 19 is in dat opzicht een hoopgevende ontwikkeling. Of de specifieke regels omtrent maximaal vier takes per scène of improvisatie zullen werken, is nog de vraag. Het zouden eerder richtlijnen moeten zijn, net zoals de Deense Dogme nooit 100% is nageleefd. En ook Cassavates wist uiteindelijk heel precies wat hij op film vast wilde leggen. De intentie is desalniettemin aimabel.

Na regen komt motregen

Dat zulke initiatieven nodig zijn blijkt uit een verzameling afstudeerfilms van de studentencompetitie. Die stegen zelden boven opdrachtwerk uit. Na regen komt motregen is nog innemend door de openhartigheid van de jongere met psychische problemen. Maar de karakterschets is vrij rudimentair opgezet en de beelden komen te ingestudeerd over. Terugslag is een abstracte vloedgolf met basale opbouw. De animaties van Huilbui zorgen voor een krakkemikkig relaas over verdriet dat vrij in zichzelf gekeerd blijft. Narcistisch is ook de film (nader te bepalen), waarin de regisseur warrig een standaarddocumentaire over zijn zucht naar roem uitwerkt. De zelfspot compenseert wel deels voor het navelstaren. Wald verwart peilloze stiltes en ostentatieve symboliek voor kunstzinnigheid. En Porfotto gooit alle mogelijke tragiek van een achterstandswijk in de blender voor een dertien-in-een-dozijn door Martin Scorsese geïnspireerde overval met foute afloop.

Bij de debuutcompetitie leek er meer ruimte voor eigenzinnigheid. Medulla, over een psychiater met waanbeelden, is weliswaar een vet aangezette thriller, maar toont een verfrissende blik. De claustrofobische sfeer, die doet denken aan Ingmar Bergmans psychodrama vermengd met David Lynch, werkt verstikkend, mede dankzij Astrid van Ecks manipulatieve voorkomen als verleidelijke cliënt. Helaas diept de film een cynisch machismo uit. Scenarist Rudi Brekelmans slaat bovendien in zijn regiedebuut qua opbouw telkens dezelfde spijkers met koppen.

Theaterschrijfster Mirella Muroni noemt haar debuut Ik Ben een gedicht, en de film is dan ook erg gemakzuchtig op die wijze gestructureerd. Hier en daar werken de beelden over de sterfdromen van een vrouw magisch door, maar het betreft hier voornamelijk het signaleren van kunstzinnigheid. De fluister-voice-over moet diepgang aantonen, maar is eerder potsierlijk.

De televisiereeks Centraal toont een bereidheid van de kant van de producenten en omroepen om het experiment te dulden. Dat betekent echter niet dat de probeersels een zorgvuldige uitwerking kregen. Het betreft in totaal zes korte films die allen beginnen en eindigen op Rotterdam Centraal.

Karman

Karman heeft eenzelfde razende innovatiedrift als Nocturne. Vier drugskoeriers brengen in een nabije toekomst een oppeppende drug rond en hebben elk hun eigen problemen. Het is een wervelwind van pientere shots waar de coherentie ver te zoeken is. Het lijkt een uitroep over de overwerkte samenleving, maar schrijver-regisseur Maurice de Bruijne geeft deze kreet honderden uitroeptekens en voetnoten. Het is zo mogelijk nog obscuurder dan het recente werk van regisseur Terrence Malick. Karman is rauw in plaats van instagramgeniek, maar bevat eenzelfde quasi-diepzinnigheid.

Ook Beenlampman neemt risico’s en vliegt uit de bocht. De techniekleraar Jos beleeft de ultieme pechdag met ontslag en een auto-ongeluk waar hij zijn been verliest. Het harteloze ziekenhuis wil hem dat been niet geven na amputatie. Dus komt er een doldwaze kraakfilm om het been te bemachtigen en er een lamp van te maken. Het moment suprême in een door onweer verlichte werkruimte doet gothic aan, wat de karikaturale gemeenheid van de buitenwereld deels verklaart. Het is onevenwichtig maar bovenal grotesk. De technische samenleving verheft het lichamelijke tot machinaal en Beenlampman doet daar met vilein plezier aan mee.

Centraal doet ook bekender terrein aan. Khata verhaalt over de jongensprostitutie. De minderjarige Kamal is daar samen met zijn jaar oudere broer Hatim noodgedwongen ingerold. Als hij op een gegeven moment voor een klant valt, verandert alles. Dit is natuurlijk een uitermate nare situatie om in te zitten en regisseur Aiman Hassani laat geen moment onbenut dit uit te buiten. Chris Peters is als pooier vooral theatraal boosaardig. Hoe goedbedoeld de boodschap ook is, Khata is uiteindelijk een exploitatiefilm over misère.

Afua

In Afua mag het grofgebekte meisje Afua niet mee op schoolreisje naar de Efteling omdat haar moeder niet heeft betaald. Gestrand op het station ontstaat een moeizame vriendschap met de hardvochtige Naz die Afua een ijsje ontzegt wegens 55 cent tekort. Er ontspint zich een innemend avontuur dat Afua in aanraking laat komen met verantwoordelijkheid en een voor haar voorheen onbekend Rotterdam. De jonge actrices brengen een aanstekelijke energie, die de onevenwichtige regie van Sia Hermanides doen vergeten. Het verhaal komt oprecht over en daarmee hartverwarmend, in tegenstelling tot de andere drie afleveringen.

De veteraan Frans Bromet levert in tegenstelling tot alle branie bedachtzaam vakwerk af over orgaandonaties. Leve de organen biedt ondanks de verzameling pratende hoofden een fascinerende inkijk in het begrip hersendood. Pas als iemand hersendood is verklaard, kunnen de organen worden gebruikt voor anderen. Op dat moment is het lichaam zelf wel nog in leven. Deze documentaire geeft opstapjes tot filosofische beschouwingen over het bewustzijn en stipt en passant een falen van overheidsvoorlichting over het proces omtrent orgaandonatie aan. Donor zijn blijkt een complexere kwestie dan gedacht en laat zekere beslissingen wankelen. Het had de film echter gesierd als Bromet zijn eigen conclusie over donor blijven achterwege had gelaten.

Ook dit jaar was er ruimte voor virtual reality op het bijprogramma NFF Interactive. Prijswinnaar Die Fernweh Oper dompelt de kijker onder in een melancholische wereld, waarin de kleedkamer van een operazangeres en haar optreden te bewonderen zijn. De film mist echter een waar interactief element, wat vooralsnog eerder binnen de videogames te vinden lijkt. In My Absence heeft dit wel, met een ervaring van een kind met absentie-epilepsie. Dat maakt indruk, maar de nadruk blijft te sterk liggen op informeren. Zo blijft het de vraag in hoeverre virtual reality het gimmickgehalte ontstijgt. De potentie voor totale immersie blijft fascineren.

Input your search keywords and press Enter.