In juni 2003 stelde het American Film Institute een lijst samen van de vijftig grootste helden en schurken uit de filmgeschiedenis. Het lijstje van topschurken werd aangevoerd door Dr. Hannibal Lecter, Norman Bates en Darth Vader. Geen figuren die je in een donker steegje tegen het lijf wilt lopen. Alle drie zijn het complexe, duistere personages die elk op hun manier uitgroeiden tot iconische filmslechteriken.

Elk lijstje is natuurlijk maar zo interessant als de discussie die ermee gepaard gaat. Met de top-3 valt zeker te leven, net als met de top-10, top-20 of 30. Vreemder vind ik het ontbreken van Albert Spica in de lijst. Spica heeft niet de allure van een seriemoordenaar of dienaar van het Kwaad. Maar hij is wel door en door slecht. Ik vind geen greintje goedheid in hem. Hij kleineert, vernedert, mismeestert en mishandelt, en is dus tegelijk meer en minder mens dan pakweg Lector, Bates of Vader. Spica is de vervelende collega op het werk, de ongenode gast op het feest, de blaaskaak in de familie, de macho van de sportclub, maar dan in een duistere, werkelijk onuitstaanbare variant. In de AFI-lijst van vijftig schurken had hij zeker zijn plaats verdiend.

Misschien wordt Spica (Michael Gambon) een beetje over het hoofd gezien omdat hij de rol van protagonist moet delen met de drie andere personages uit de titel. Naast de dief is er immers ook zijn vrouw, haar minnaar en een kok in de plot verwikkeld. De kok (Richard Bohringer) is de gastheer van het extravagante Le Hollandais, een restaurant in Londen dat baadt in overvloed en weelde. Hij rukt de meest copieuze maaltijden aan voor zijn rijke klanten, onder wie dus ook de dief, Spica. De vrouw in kwestie is Georgina (Helen Mirren), die een relatie begint met de geliefde uit de titel, een stille man die we pas later in het verhaal leren kennen als Michael (de in 2015 overleden Alan Howard).

Al meteen in de openingsscène bewijst Spica dat hij een smeerlap van het zuiverste water is. Een onfortuinlijke man wordt van zijn kleren beroofd, geschopt en voor half dood op straat achtergelaten omdat hij Spica nog geld verschuldigd is. Helaas voor het personeel van Le Hollandais is Spica ook de grootste geldschieter van het restaurant en moeten ze zijn grillen dus slikken. Iedereen knijpt een oogje dicht als Spica zijn vrouw weer maar eens tot op het bot tergt, uitscheldt en bont en blauw slaat.

Het is geen wonder dat Georgina zich aangetrokken voelt tot een andere bezoeker: een mysterieuze man die in zijn eentje aan een tafeltje aan het lezen is. Hij wordt de man waarmee Georgina – dankzij de hulp van de kok en het andere personeel – een hevige liefdesrelatie ontwikkelt. Aanvankelijk in de toiletten, maar later op allerlei andere geheime locaties van het exquise restaurant. Ze vrijen tussen, onder en boven de karkassen, kruiden en groenten.

Dat de relatie zich ontspint onder het oog van de vadsige Spica maakt het er alleen maar spannender op – ook voor de kijker die Spica ziet binnenkomen in de vrouwentoiletten terwijl Michael en Georgina zich in een toilethokje teruggetrokken hebben. De vonken slaan er van af maar de passie tussen de twee geliefden is ook van een tederheid die Georgina in haar huwelijk vreemd is. Later in de film verplaatst de actie zich ook naar de boekenwinkel van Michael, want anders dan de onbelezen Spica, ontwikkelde Michael een passie voor literatuur. Respect komt tegenover barbaars te staan, belezen tegenover ruw. De boekenwinkel is een bastion van verfijndheid en cultuur in een wereld die verder enkel overdadig, exuberant en lelijk is. Het kan niet anders of dit sprookje loopt verkeerd af. Natuurlijk komt Spica na verloop van tijd de vrijage op het spoor en verzint hij een wraak die even degoutant is als zijn persoontje. Verhaaltechnische acrobatie is dan ook niet waar het in The Cook, the Thief, His Wife & Her Lover om draait. Regisseur Peter Greenaway schildert liever met beelden dan dat hij met woorden vertelt. Prachtig zijn de decors die werden opgebouwd door de Nederlandse artdirectors Ben van Os en Jan Roelfs, waarbij de camera voortdurend van locatie naar locatie lijkt te rijden. De beweging zou symbool staan voor het eten dat door het darmkanaal glijdt.

Greenaway moet voor zijn film een zesgangenmenu voor ogen hebben gehad, want de locaties zijn weelderig en wulps en hebben ook elk hun eigen kleurenpalet. De straten baden in een droeve blauwe kleur, het restaurant (let op het schilderij van Frans Hals) is luxueus rood, de keuken groen en de toiletten kleuren fel wit. Opmerkelijk is dat de kostuums (ontworpen door de Franse couturier Jean-Paul Gaultier) mee veranderen als ze van het ene decor in het andere stappen. Greenaway is misschien wel meer beeldkunstenaar dan regisseur, meer schilder dan filmer.

The Cook, the Thief, His Wife & Her Lover stuitte bij zijn release op de grenzen van censuur: zoveel pompeusheid en naaktheid blokkeerde een release in de Verenigde Staten. Tel daarbij nog de vet aangezette muziek van Michael Nyman en je krijgt een film die allesbehalve vlot verteerbaar is. Op het einde blijft enkel walging over.

De figuur van Spica zelf maakt door de film geen evolutie door. Hij blijft even meedogenloos en gewetenloos als het Thatcher-regime waartegen de film een protest heet te zijn. Nadat hij eerst een keukenhulpje te grazen heeft genomen, heeft hij voor Michael, tussen al zijn boeken met hun onveranderlijke ideeën, een wreed lot in petto. Dat is niet het einde van het verhaal want het is Georgina die voor het toetje zorgt met een magistrale wraakactie waarbij alle medewerkers van het restaurant betrokken zijn. Visueel trekt Greenaway in die slotakte nog eens alle registers open, alsof hij meteen ook de poorten van de hel ontsluit om deze meesterschurk eindelijk op te slokken.