Nu aan het lezen:

Flashback: Garde à vue

Flashback: Garde à vue

De regen valt met bakken uit de hemel in Garde à vue. Het is geen verfrissende bui na een warme zomerdag, maar een ellendige stortbui die tot in de botten van het lichaam kruipt. De sfeerschepping van deze Franse policier laat niets aan de verbeelding over. Je wilt niet buiten zijn met dit weer, maar eigenlijk ook niet binnen, want de lokalen van de Franse politie stralen evenveel tristesse uit als de regen buiten. In het bureau van inspecteur Gallien (Lino Ventura) werkt het licht niet. In andere delen van het gebouw knipperen dan weer de lichtjes van een eenzame kerstboom. Het is oudejaarsavond, negen uur, en niemand wil daar zijn.

Wie houdt van afgebladderde inspecteurs met lange regenjassen, de sigaret balancerend in de mondhoek, diepe wallen onder de ogen, met twee vingers tokkelend op robuuste typemachines of bellend met draaischijftelefoons, kan zich heerlijk verkneukelen met Garde à vue, de doorbraakfilm van de Franse regisseur Claude Miller, die later nog onder meer La petite voleuse (1988) en Un secret (2007) zou maken, voor hij in 2012 overleed. De film is een bewerking van de roman Brainwash (1979) van misdaadschrijver John Wainwright en zou eigenlijk geregisseerd worden door Costa-Gavras (Music Box, 1989).

De plot draait om de verkrachting van en moord op twee jonge meisjes, ergens aan de Noord-Franse kust. Belangrijke getuige blijkt notaris Jérome Martinaud (Michel Serrault), wiens auto in de buurt van het strand gevonden werd. Nog een keertje wil inspecteur Gallien met hem alle details doornemen. Waar was hij precies? Met wiens hond aan de lijn? Wat heeft hij gezien? En waarom ondernam hij uitgerekend op dat moment een wandeling naar een vuurtoren, daar in de buurt? Hoe dieper Gallien begint te keuteren, hoe meer gaten het verhaal van Martinaud begint te vertonen.

Haast onmerkbaar verschuift Martinaud van getuige naar verdachte, in die mate zelfs dat Gallien besluit om hem 24 uur in voorhechtenis te nemen – de garde à vue uit de titel. De ondervraagtechnieken van inspecteur Gallien zijn zacht maar doortastend. Geen moment verliest hij zijn zelfbeheersing, maar geen moment verslapt zijn aandacht. Je begrijpt meteen waarom de norse inspecteur drie keer getrouwd en drie keer gescheiden is: zijn wereldbeeld straalt geen vrolijkheid uit. Hij sombert door het leven. Er blijft niet veel optimisme meer over.

De film bestaat voor tachtig procent uit de dialogen tussen Gallien en Martinaud, in schril contrast met de verkreukelde inspecteur glad geschoren en de vlinderdas netjes recht getrokken: heer van stand. Als kijker word je langzaam meegezogen in het drijfzand van de ondervraging. Wat heeft Martinaud eigenlijk te verbergen? Waarom liegt hij? En: krijgt Gallien hem nog voor nieuwjaar door de knieën? Terwijl Gallien rustig en vastberaden aan de poten van Martinauds stoel zaagt, is zijn jonge collega Marcel Belmont (Guy Marchand) het opvliegende type. Zowel Ventura als Serrault zijn uitstekend op dreef en dragen de film. Hun ervaring druipt van het scherm – Ventura speelde al mee in Louis Malle’s Ascenseur pour l’échafaud (1958); Serrault in Henri-Georges Clouzots Les diaboliques (1955).

Alle kenmerken van een goede policier zijn in Garde à vue aanwezig: de stereotype personages, de sjofele setting, de troosteloze sfeer, maar ook het gevoel voor een verzorgde visuele stijl. Prachtig is het shot tegen het einde van de film wanneer de camera via een raam van de ene kamer naar de andere glijdt. Alle scènes op het politiebureau werden overigens in een studio opgenomen. We verlaten de beslotenheid van het gebouw enkel aan het begin en het einde van de film. Tussendoor zien we korte impressies van de plaatsen delict en de slachtoffertjes. Kleine, droeve tableaus aan een winterse kust.

Zonder dat je er als toeschouwer erg in hebt, verglijdt de focus van Garde à vue van whodunit naar drama. Het leven van Martinaud wordt laagje voor laagje blootgelegd en van alle uiterlijke glans ontdaan. De komst van zijn vrouw Chantal (Romy Schneider) speelt daarbij een belangrijke rol. Zij laat in een tête-à-tête met Gallien een heel ander licht over haar echtgenoot schijnen. Wie is hij echt? Wie is zij? Hoe goed kennen we elkaar en wat hebben we ervoor over om elkaar het leven zuur te maken? In een goede policier mag al eens over het leven gefilosofeerd worden.

Als een toneelstuk met een sterke focus op de dialogen knettert Garde à vue naar de ontknoping. Voor sommige kijkers zal de oplossing van de misdaad de zwakke schakel van de prent zijn. Er volgt een valse bekentenis, een deus ex machina die uit de hemel neerdaalt en een choquerend slotbeeld dat extra wrang is als je weet dat Romy Schneider een jaar na de opnames om het leven kwam. De laatste minuten lijken inderdaad een stijlbreuk met wat daaraan voorafgegaan is. Je kan ook zeggen: de noodlottige ontlading.

Aan het einde van de film – het is nieuwjaarsdag, zeven uur ’s ochtends – staat inspecteur Gallien weer op het trottoir voor het politiebureau met een nieuwe wending in een nacht die eindeloos lang lijkt te duren. Het druppelt nog steeds. Het licht is treurig, triest. Je kan je zo voorstellen hoe zijn dag van voren af aan begint: kraag van de regenjas recht, sigaret in de mond, bekertje koffie in de hand. In de ogen van inspecteur Gallien moet het leven één lange garde à vue zijn.

Leuk? Deel het even!
Written by

Hans studeerde Taal en Letterkunde. In 1993 publiceerde hij zijn eerste recensie en sindsdien is hij voor diverse media blijven schrijven over film, waaronder sinds 2007 voor Schokkend Nieuws. Verder kijkt hij theater en leest hij boeken.

Typ en klik enter om te zoeken