In deze Cine Clip een blik op het oeuvre van Joseph Kahn, een man die al jarenlang zijn stempel drukt op de popcultuur. 

In de vorige editie van Cine Clip besprak ik opvallende trends binnen het hedendaagse videoclip-landschap. Drie dingen die ik noemde waren dat clips steeds vaker een extreem breedbeeld-formaat hebben, dat ze openings- of eindcredits hebben en dat ze in de YouTube-headers of videoclips worden aangeduid als ‘films’. Alle drie de trends zijn van toepassing op het recente werk van Joseph Kahn. Ik durf het zelfs sterker te stellen: als Kahn iets doet in zijn clips wordt dat al gauw gemeengoed, want Kahn is de meest invloedrijke videoclipregisseur aller tijden. 

Kahn begon zijn werk als regisseur bescheiden, met no-budgetclips voor industrialbands als Die Krupps en undergroundrappers als Onyx. Zijn vroege werk is anoniem en ongepolijst, al zijn er al stijlelementen te zien als experimenten met green screens, typografische inserts en lange takes. Al snel verschuift het muzikale gebied waar hij zich in begeeft naar gangstarap en New Jack Swing. Hier begon hij voorzichtig zijn visuele stempel te drukken op wat we beschouwen als de look van laatstgenoemd genre. Veel mannen in witte pakken en badkamerjassen die in zachte belichting vrouwen versieren en toezingen en veel wapperende gordijnen. 

Kahn wordt opgemerkt en de budgetten worden steeds groter. In 1996/1997 maakt hij de overstap naar mainstream popmuziek, en dan gaat het snel. In 1996 maakt hij de clip voor Aaliyah’s If Your Girl Only Knew, de eerste onmiskenbare Joseph Kahn-clip in moderne stijl. Ik durf dat met zekerheid te beweren, want ik heb alle 183 Joseph Kahn-clips de afgelopen dagen gebinged en deze is een duidelijk kantelpunt in het werk van de notoire veelfilmer. Wat deze clip onmiskenbaar Kahn maakt is de combinatie van uitgekiende choreografie in een opvallende pop-art-achtergrond, waarbij lange takes afgewisseld worden met snelle inserts. Deze stijl wordt een handelsmerk, en wordt in zijn clips steeds meer verfijnd. De achtergronden worden grootser en meer uitgekiend, de choreografie ingewikkelder en met meer dansers, de blocking van de shots verfijnder. 

De overstap naar pop wordt volledig ingezet met Everybody (Backstreet’s Back) van de Backstreet Boys een jaar later. Vanaf dat moment is Kahn niet meer van de buis te slaan. In een aantal jaar maakt hij MTV/TMF-classics als Brandy and Monica’s The Boy is Mine, Larger than Life van de Backstreet Boys, The Thong Song van Sisqo en de clip die zijn status als meesterregisseur bezegelde: Say My Name van Destiny’s Child. Deze laatste, nog steeds een van de meest iconische R&B-clips aller tijden, toont de Kahn-formule ten voeten uit: een choreografie in verschillende kamers in sterk contrasterende elementaire kleuren. Het meubilair verschuift, waarna de kamers langzaam maar zeker veranderen in een kakofonie van bonte kleuren. Een simpel concept, dankzij de strakke kadrering en lange shots uiterst effectief. 

Kahn wordt samen met Francis Lawrence, Jonas Åkerlund, Hype Williams en Sophie Muller het gezicht van MTV. In de hoogtijdagen van de zender kwam er elk uur wel een clip van hem langs. Een Kahn-video pik je er zo uit. Ingewikkelde dansen; experimenten met CGI en actiescènes; een vleugje Aziatische popcultuur waaronder veel mecha en robots (Kahn is Koreaans-Amerikaans en stopt veel verwijzingen naar anime en kung-fu in zijn clips); auto’s, motors en schaars geklede dames; typografie in beeld of sterk contrasterende green-screen-achtergronden; talloze filmverwijzingen; en een shitload aan extravagante kostuums. 

In zijn tweede speelfilm, Detention, zit een scène waarin we terugreizen in de tijd binnen een high school in een enkele take. Daarbij komen er twee decennia aan popliedjes en door popcultuur geïnspireerde tienerkleding langs. Driekwart van de modetrends in beeld en de nummers die we horen zijn gepopulariseerd door bands en artiesten waarmee Kahn (veelvuldig) samenwerkte.

Kahn blijkt namelijk een ster in het lanceren van een artiestenimago: ben je een artiest op de rand van een doorbraak? Wil je als Europeaan succes op de Amerikaanse markt? Wil je af van je brave imago? Of wil je van muzikale stroming switchen en daar een passende videoclip bij hebben? Joseph Kahn is je man. Hij deed het eerst met de Backstreet Boys en Destiny’s Child, die hij op de kaart zette, maar hij bracht ook de Wu-Tang Clan hun grootste mainstream-hit met Gravel Pit en zette Britney Spears op verschillende heikele punten in haar carrière neer als powervrouw (Stronger, Toxic, Womanizer). Hij maakte de clip voor Enrique Iglesias grootste hit Hero, creëerde min of meer tweemaal een nieuwe stijl voor Eminem (de pop-art-parodie-stijl van Without Me en de volwassene-die-worstelt-met-demonen-stijl van Love the Way You Lie). Maar de meest opvallende imago-boosts waren die van Muse en Taylor Swift. 

De clip voor Muse’ Knights of Cydonia bestaat uit een vergaarbak van B-film-inspiratie: van space opera tot kung-fu-films en van spaghetti-westerns tot oost-blok-pulp, alles komt langs in de vormgeving. Het allegaartje van popinvloeden en de knipoog naar cheesy eighties-genre-vermaak is iets waar Muse sindsdien is blijven terugkeren, ver verwijderd van de serieuze bombast van de muziek en clips die ze daarvoor maakten. De clips bij het album Simulation Theory zijn enorm schatplichtig aan de stijl die Joseph Kahn neerzet in Knight of Cydonia

Taylor Swift was voor ze clips begon te maken met Joseph Kahn nog niet echt bekend als pop-diva. Ze had met haar album Red voorzichtig de overstap gemaakt van de country charts naar de top 40, maar was nog niet de superster die ze nu is. Wel werd er in de media flink gespeculeerd over haar liefdesleven, en Swift had helaas de status gekregen van mannenverslinder en serieuze zuurpruim zonder enige vorm van zelfreflectie. Toen kwam daar Joseph Kahn, met wie ze Blank Space maakte. De clip is een ijzersterke en hilarische parodie op hoe de bladen Taylor Swift neerzetten: in een klap ridiculiseert Swift het discours rond haar liefdesleven én rekent ze af met haar humorloze status.

Swift probeerde het later nog eens dunnetjes over te doen met Kahn’s clip voor Look What You Made Me Do, waarin ze al haar eerdere imago’s en stijlwisselingen te kakken zet. Maar wat vooral blijft hangen is de defensieve toon. Hoe knap de clip visueel ook in elkaar zit — de hard cuts vol beeldrijm zijn om van te smullen — het blijft een herhaling van zetten met verminderd resultaat. 

Kahn laat zich vaker lenen voor clips waarin op satirische wijze de glitz en glamour van imago-building worden geparodieerd. Voor Moby’s South Side zien we Moby op de set van een typische grimmige en serieuze Moby-clip, waar hij tussen de bedrijven door echter een flamboyant geklede diva blijkt. Monster Magnet’s Space Lord begint als een typische grungy stonerrockclip, maar verandert al snel in een flashy Vegas-bacchanaal.

Kahn blijkt sowieso sterk in het parodiëren van stijlen: Faith No More’s Last Cup of Sorrow is een strakke parodie op Vertigo, Rob Zombie’s Living Dead Girl is een ode aan Das Cabinet des Dr. Caligari, Keri Hilson’s Pretty Girl Rock is een ode aan zwarte vrouwen in de popgeschiedenis en AKB48’s heerlijke Gingham Check parodieert Kaiju-films, J-horror, Japanse biker-films en Japanse misdaadfilms. 

Een ander element wat veelvuldig terugkeert bij Kahn, zeker in de laatste jaren, is de opzichtige product placement. Het is sowieso een trend in veel popclips om je te laten sponsoren door bijvoorbeeld Beats by Dre of een automerk, maar Kahn doet het opzichtiger dan menig ander regisseur. Zo zien we in de fantastische clip voor Imagine Dragons’ matige nummer Thunder tientallen Ferrari’s, wordt de clip voor Sting en Shaggy’s Just one Lifetime expliciet gesponsord door de Fiat Panda (en zien we tientallen Panda’s en Fiat Panda’s in de clip) en begint Taylor Swift’s Blank Space met een credit voor American Express.

Daarmee komen we terug bij mijn openingsstatement; dat Kahn altijd weet wat er speelt in de popcultuur en zelfs leidend is in het vormen van die popcultuur. Hetzelfde geldt voor zijn drie films, Torque, Detention en Bodied, die allen een vinger op de pols van de zeitgeist hebben. Torque is de meest brotastische film ooit gemaakt en past precies binnen het stramien van in die tijd populaire films als Bad Boys en 2 Fast 2 Furious. Het is tevens een film die zo opzichtig speelt met product placement dat het hilarisch wordt. Hoogtepunt is een gevecht tussen twee dames op motoren, waarbij de ene dame voor een billboard van Pepsi in een kostuum in de kleuren van Pepsi wordt geframed en de ander in de kleuren van Mountain Dew, voor een billboard van hetzelfde merk. 

Detention is een meme-film over de terugkeer van de esthetiek van de jaren 90 die een aantal jaren geleden begon. De film is min of meer een aaneenschakeling van losse fragmenten waarin de korte aandachtsspanne van de huidige generatie tegelijkertijd op de hak wordt genomen én wordt bediend. Elke zin is meme-able, elke scène heeft een metalaag of drie én de film heeft een incel als schurk. Het is dé essentiële film voor én over de internetgeneratie. Het is ook de enige time-travel-body-swap-body-horror-teen-romance-musical-comedy-sports-movie-high-school-slasher-film die ik ken.  

Bodied tenslotte gaat ook dieper in op internetcultuur en heeft de strijd rondom politieke correctheid (in battlerapcultuur) als onderwerp. Kahn fileert zowel het academische discours rond politiek correcte taal als het racisme, seksisme en de homofobie in hiphop. Het hoofdpersonage is een witte student die beweert dat woorden wapens zijn maar dat niet zelf echt lijkt te geloven: op het battlerappodium maakt hij alles en iedereen kapot, maar hij blijft het zien als vriendschappelijke roasts. Het is een hoofdpersoon die zo achteloos met vuur speelt dat hij niet doorheeft dat hij al zijn bruggen verbrandt. Maar hij leert uiteindelijk dat woorden wel degelijk consequenties hebben, ook al legt de film ook de criticasters van battle rap en politieke incorrectheid het vuur aan de schenen. De kille academische wereld waarin hoofdpersoon Adam zich ook begeeft smoort elke originele gedachte, omdat elke struikeling binnen het volgen van het politiek correcte discours keihard afgestraft wordt. De academische wereld blijkt even hard en moeilijk om in te manoeuvreren als de wereld van de battle rap. 

Met Bodied stapt Joseph Kahn bewust met beide benen in het wespennest dat dit discours kan zijn, maar hij komt er ongeschonden uit, juist omdat de film geen eenduidige boodschap heeft. Ook siert het Kahn dat hij deels de hand in eigen boezem steekt, want de hiphopcultuur die hij op de hak neemt is ook deels die van hem, als videoclipregisseur die vaak flirtte met politieke incorrectheid en seksisme.

Er zijn talloze schakeringen en nuances in de film, wat haaks staat op videoclips van Kahn, die vaak een eenduidig concept hebben. Detention en Bodied geven soms het gevoel naar een aaneenschakeling van clips te kijken, waarbij sommige elkaar bewust bijten. Zeker Detention kenmerkt zich door stijlbreuk na stijlbreuk, waardoor dit juist een onderdeel wordt van de stijl. In Bodied is dit ook het geval, maar daar zit de interne worsteling meer in de thematiek, waardoor het ook de meer volwassen film is van de twee. Hopelijk laat een nieuwe film niet lang op zich wachten, want ook hierin blijkt Kahn een regisseur om in de gaten te houden, hoewel hij in de filmindustrie hoogstwaarschijnlijk niet de invloed en status zal krijgen die hij in de clipwereld wel heeft verworven.