In deze Cine Clip aandacht voor Floria Sigismondi, een regisseur wier werk op gebied van videoclips enorm invloedrijk is, maar wier overstap naar het witte doek minder succesvol is (getuige ook haar recente The Turning).

Floria Sigismondi geldt, samen met Sophie Muller, als de belangrijkste vrouwelijke videoclipregisseur van de jaren negentig, maar die omschrijving doet haar eigenlijk tekort. Weinig collega’s waren zo invloedrijk als Sigismondi. Hoewel haar stijl in het verlengde ligt van wat Mark Romanek een aantal jaren voor haar doorbraak al deed in zijn videoclip voor Closer van Nine Inch Nails, voegt Sigismondi volledig eigen stijlelementen toe. Dat Tarsem Singh  in zijn film The Cell een scène stopte die wel érg lijkt op het werk van Sigismondi maakt hem niet uitzonderlijk. Ook E. Elias Merhige en Phillipe Grandrieux maakten later clips en films die in het verlengde liggen van Sigismondi’s werk.

Wat kenmerkt het werk van Sigismondi? Heel veel, eigenlijk, omdat ze een groot aantal stilistische en thematische obsessies heeft die veelvuldig terugkeren. Maar het meest in het oog springend is haar gebruik van focus pulling en double exposure: het effect is dat videoclips deels geschoten lijken door een gebroken lens, met verwrongen mensfiguren die als bezeten door het beeld bewegen. Het is een spookachtig effect, dat vroege cinema oproept, maar ook bijvoorbeeld het werk van Francis Bacon, een schilder naar wie Sigismondi ook verwijst in haar clips voor David Bowie’s Little Wonder en Dead Man Walking.

Haar werk in de jaren negentig was, samen met het werk van Mark Romanek en Samuel Bayer, bepalend voor de look van industrial rock en grunge. Ze bepaalde min of meer de look van Marilyn Mansons latere werken met haar invloedrijke clips voor The Beautiful People en Tourniquet, waarvoor ze zich liet inspireren door kunstenares Rebecca Horn. Schilderkunst, toneel en ook kabuki en poppentheater zijn nooit ver weg bij Sigismondi, dochter van twee operazangers. De associatie met de bombast van opera is dus niet verwonderlijk, maar ook modefotografie lijkt een inspiratiebron, vanwege de vaak verstijfde poses en extravagante kostumering in haar clips. De look is bij Sigismondi allesbepalend. Die kan, bij gebrek aan een beter woord, het best omschreven worden als ‘gothic’.

Sigismondi’s stijlelementen liggen namelijk niet ver van de gothic subcultuur, met de voorliefde voor donkere, extravagante kostuums; weelderige landhuizen; een focus op verval en dood, en in het verlengde daarvan taxidermie. Andere stilistische obsessies die blijven terugkeren: (gebroken) poppen, as en houtskool, collagetechnieken, mensen met dierenhoofden, insecten, vissen en vogels, slangen, ballerina’s, (gebroken) porselein, spiegels, christelijke symboliek (met name doornenkronen), maskers, mensen aan touwen en marionetten, en aliens. Combineer dit met haar soft focus, de houterige motoriek van haar subjecten en de double exposures, en je herkent een Sigismondi-clip uit duizenden.

De clips zijn zelf weinig verhalend, want het draait vooral om het uiterlijk, maar thematisch is er wel een rode draad te ontwaren: veel van de videoclips gaan over onderdrukking, kwetsbaarheid, weerbarstigheid en waanzin. Op het moment dat de clips verhalender worden, worden ze ook steeds meer commercieel en steeds minder eigen.

Waar Sigismondi’s clips voor Christina Aguilera nog onmiskenbaar haar hand toonden, geldt dat minder voor haar clips bij nummers van Katy Perry en Justin Timberlake. Katy Perry’s The One That Got Away  had door om het even welke regisseur gemaakt kunnen zijn, en hoewel Justin Timberlake’s Mirrors focust op een van Sigismondi’s handelsmerken, spiegels, missen de rafelrandjes. Haar clips voor Rihanna’s Sledgehammer en Dua Lipa’s Swan Song zijn al helemaal work for hire, want gemaakt voor de films Star Trek: Beyond en Alita: Battle Angel, en nergens herkenbaar als Sigismondi-clips.

Helaas blijft haar signatuur ook grotendeels achterwege in The Runaways, een biopic over de gelijknamige band. De beste momenten zijn de seks- en drugsscènes, omdat hier de film visueel het meest tot leven komt. Het gebruik van soft focus in deze scènes doet denken aan polaroids-fotografie. De associatie met sleazy pornografie is niet ver weg, maar ook schuilt er kwetsbaarheid in deze shots. Kwetsbaar en sleazy, zoals de beste erotiek dus. Maar op zich is het wel duidelijk waarom Sigismondi deze film wilde maken: haar vaste thema’s van kwetsbaarheid en veerkrachtigheid en onderdrukking zijn aanwezig. Er is een duidelijk feministische inslag. En de film gaat over muziek.

Maar wat vooral blijft hangen zijn de gemiste kansen: de film gaat amper in op het seksuele geweld waarmee de Runaway-bandleden te maken kregen, waardoor het verhaal een te glamoureus beeld geeft. Als je een film maakt over de ups and downs van vrouw zijn in de muziekindustrie maar amper in de buurt komt van de duisterder ervaringen van je personages, dan voelt het toch een beetje als een knieval naar producers en studio’s.

Toch is het niet alleen maar commercie wat de klok slaat bij de hedendaagse Sigismondi. Haar samenwerkingen met Lawrence Rothman, de drijvende kracht achter de band Living Things, met wie ze eerder veel clips maakte, voelt als een artistieke wedergeboorte. Rothman is een genderqueere artiest uit de productiestal van Sigismondi zelf, die voor hun samenwerkingen een label heeft opgericht. Samen maakten ze een groot aantal videoclips, waarin de genderqueer aspecten van Rothmans werk visueel uitgedrukt worden. De clips zijn duidelijk low budget, maar kennen ook een creativiteit die doet denken aan Sigismondi’s beginperiode. Ook haar hernieuwde samenwerkingen met Bowie en haar clips voor Perfume Genius en Yves Tumour zijn uit hetzelfde hout gesneden: de clips zijn queer, provocatief, experimenteel en voelen levendig op een manier die lang zoek was bij het werk van Sigismondi.

Hetzelfde geldt helaas niet voor haar laatste wapenfeit, de speelfilm The Turning. Op het eerste gezicht is de film een verzameling van al haar vaste onderwerpen: we zien insecten, spiegels, vervallen landhuizen, gebroken poppen, taxidermie, vissen en vogels, as en houtskool. De film heeft zelfs opvallende stilistische overeenkomsten met haar clip voor Bombs Below van Living Things. Tevens komen de thema’s waanzin en kwetsbaarheid weer langs.

Het vermoeden dat The Turning een persoonlijk project is uit zich ook in het feit dat een van de hoofdpersonen Flora heet, en muziek een erg centrale rol speelt. De film begint bijvoorbeeld met beelden van de dood van Kurt Cobain (het verhaal speelt in de jaren negentig) en een van de hoofdpersonen is een agressieve puber die graag drumt en wiens gouvernante tot hem door probeert te dringen via muziek. De soundtrack is gecureerd door Lawrence Rothman en bestaat volledig uit originele songs van Sigismondi’s favoriete hedendaagse en vroegere artiesten, zoals Mitski, Soccer Mommy en jawel, Courtney Love. Sigismondi heeft haar ziel en zaligheid in de film gelegd,  maar dat is ook onderdeel van het probleem.

The Turning  is namelijk gebaseerd op Henry James’ The Turn of the Screw, een van de meest beroemde spookhuisromans ooit gemaakt. Ideaal voor Sigismondi, zou je denken? Nee, want het boek en de meest beroemde verfilming daarvan, The Innocents, zijn beide juist zo krachtig omdat ze suggestief zijn. Het blijft heel lang in het midden of de geesten echt zijn en in The Innocents zien we het bovennatuurlijke gevaar amper in beeld. Sigismondi maakt een enorme fout: ze is zo verliefd op de haar geesten, dat ze ze te pas en te onpas laat zien. Het uiterlijk is onmiskenbaar Sigismondi: de geesten zien er uit alsof ze out of focus gefilmd zijn door gebruik van double exposures en een aangepaste framerate. De vertrouwde Sigismondi-look, maar dan met een digitaal sausje. En ze zien er fantastisch uit, werkelijk. Maar ze zijn niet eng, zeker omdat ze voortdurend in beeld komen.

Ook het einde is te nadrukkelijk uitleggerig. De plottwist komt uit de lucht vallen, omdat we nooit hebben hoeven twijfelen aan wat we zagen. Doordat alles expliciet getoond wordt, voelt de kijker zich bekocht wanneer later wat we zagen in twijfel wordt getrokken. Het grote probleem van de film is dit keer dat alles te weinig impliciet is, zoals wel het geval bij The Innocents, waardoor Sigismondi zichzelf in de vingers snijdt. Sigismondi’s werk draait volledig om stijl en weelderige glorie, terwijl The Turn of the Screw gaat over wat we niet kunnen en niet mogen zien. We kunnen hier wel spreken over een van de grootste mismatches tussen filmmaker en materiaal in de afgelopen paar jaar.