Now Reading:

Cine Clip: de clips van Dave Meyers

Cine Clip: de clips van Dave Meyers

Voor Cine Clip probeer ik altijd het hele oeuvre te kijken van de regisseur die ik bespreek. Waar Joseph Kahn, die ik vorige maand besprak, met 200 clips al een test werd in uithoudingsvermogen, daar werd het me bij Dave Meyers hier en daar even te veel.

De notoire veelfilmer heeft meer dan 290 videoclips, films en commercials gemaakt en ik heb ze, op een handvol na die niet online te vinden waren, allemaal gezien in een tijdsbestek van een aantal dagen. En laat ik meteen met de deur in huis vallen: waar dat bij iemand als Joseph Kahn geen straf is, blijkt dat bij Dave Meyers toch een moeilijker klus. Hoewel hij een aantal briljante, klassieke clips heeft gemaakt zijn er een aantal elementen in zijn oeuvre waar ik constant over blijf struikelen. Dave Meyers is zo’n regisseur van wie je eigenlijk wil dat hij beter is dan hij eigenlijk is. Hij is een regisseur als een yin-yang-symbool: al het positieve wat je kunt zeggen over Meyers heeft een negatief randje en vice versa. 

Meyers begon als videoclipregisseur nadat niemand minder dan Gus van Sant hem vertelde dat daar het grote geld zat en dat zijn talenten voor krachtige in het oog springende beelden beter werkte in die setting dan in de filmindustrie. Van Sant heeft gelijk: wie kijkt naar de twee speelfilms die Meyers heeft gemaakt, Foolish en The Hitcher, ziet eigenlijk films die bestaan uit goede set-pieces, onderbroken door heel veel jammerlijke keuzes en met een gebrek aan een interne spanningsboog. Foolish toont ook valkuilen waar Meyers in het begin van zijn oeuvre veel intrapt: de film is onmiskenbaar misogyn, homofoob en hypocriet. De hele film ageert Meyers tegen Hollywood en het idee van selling out, terwijl hij als regisseur naam heeft gemaakt met het zich schikken naar de stijl van de artiest. Als er iemand een schoolvoorbeeld is van een sell-out is het Meyers. 

Het is daarom niet verwonderlijk dat hij veel samen heeft gewerkt met Pink, een artiest die begon als R&B-zangeres die veelvuldig leende bij zwarte stijlgenoten, maar die zodra de industrie iets in haar zag de switch maakte naar rebelse poprockchick. Vergelijk de clips die Dave Meyers maakte voor Pink’s Most Girls en Get the Party Started met clips die hij maakte Da Brat’s That’s What I’m Looking For, en Luke’s Raise the Roof en je ziet dat ze met Pink’s eerste singles R&B probeerde te verkopen aan een wit publiek dat ver weg bleef bij zwarte R&B-artiesten. Noem het de Elvis-methode. Later, in een aantal clips die Pink maakte met Meyers en na haar grote doorbraak bij datzelfde witte publiek, blijkt ze niet minder hypocriet. In Don’t Let Me Get Me en Stupid Girls richt ze haar pijlen op Britney Spears, Linsday Lohan en andere diva’s in een flink staaltje slutshaming. Zolang we maar niet doorhebben dat ze een vergelijkbaar popproduct is, met iets meer gitaren als afleidingsmanoeuvre. 

In Meyers wereld geldt: hoe verkoop je iets? Dat daardoor zijn oeuvre nogal inconsistent is qua inhoud en boodschap is een gegeven. Zo maakte hij een videoclip voor Korn die doet denken aan de  eugenetische propaganda van Idiocracy, de genoemde clips voor Pink en een homofobe, misogyne film als Foolish. Maar later maakt hij Pink’s Raise Your Glass en Katy Perry’s Firework, twee inspirerend bedoelde ‘wees jezelf-anthems’ waarin lippendienst wordt bewezen aan de LHBTI-gemeenschap, zonder dat er iets van wezenlijke waarde wordt gezegd. De meest in het oog springende politieke boodschap in Raise Your Glass is wel het kalfje dat menselijke borstmelk krijgt toegediend. Meyers is overtuigd veganistisch en hoewel dit beeld volledig uit de toon valt met de ‘let your freak flag fly’-vibes van de rest van de clip is het wel een zeldzaam moment in zijn oeuvre dat je iets van een oprecht standpunt proeft. 

Maar toch, Meyers bepaalde samen met Jonas Åkerlund, Francis Lawrence, Spike Jonze, Joseph Kahn, Floria Sigismondi, Hype Williams, Samuel Beyer en Sophie Muller toch de look van een heel decennium pop- en rockmuziek. Tevens maakte hij misschien wel de meest invloedrijke reclame ooit voor een muziekproduct: de iconische iPod-reclame met de silhouetten. Meyers door Michael Bay geproduceerde remake van The Hitcher uit 2007 werd in recensies verweten een glossy MTV-stijl te hebben. Dat klopt niet. Het is onmiskenbaar Dave Meyers’ eigen stijl, want Meyers is MTV. 

Wat die stijl dan is? Daar is moeilijk een pijl op te trekken, want Meyers evolueert door de jaren heen. Het eerste deel van zijn oeuvre bestaat voor een groot deel uit hiphop en R&B-artiesten die wilde armbewegingen maken richting de camera, vaak met een fishbowl-lens-effect en een stilistische achtergrond met één primaire kleur. Later worden de achtergronden ingewikkelder en meer futuristisch en maniëristisch zoals in She Wants To Move van N.E.R.D., dat zichtbaar geïnspireerd is door het werk van H.R. Giger. Maar in principe blijven het dezelfde soort performance-clips, zelfs bij rockbands als Creed. Een artiest in een CGI-omgeving die aan het optreden is. 

De cameravoering wordt wel gelaagder en gewaagder en blijkt het nieuwe handelsmerk van Meyer: vaak plakt hij korte scènes digitaal aan elkaar, waardoor je een ietwat statische, gemanierde camerabeweging krijgt. Regelmatig plakt hij ook verschillende shots en achtergronden aan elkaar met een morph-effect. Het summum van deze digitale spielerij is Pink’s Don’t Let Me Get Me, vanuit puur visueel standpunt een tour de force van montage en cameravoering. Ook terugkerend zijn losse visuele elementen: visuele grapjes en beeldelementen die over de zwarte balken aan de onder- en bovenkant heen gaan. Digitale spuugbellen die in iemands gezicht worden gefluimd (zeker vier keer in zijn oeuvre, dus zal wel een fetisj van hem zijn). Creepy poppen en marionetten. Volledig geschilderde digitale achtergronden. De artiest die verschillende dubbelgangers heeft. Of alter-ego’s. Het zijn enkele preoccupaties die blijven terugkeren. Maar toch lijkt hij zijn stijl ook aan te passen op de artiest: een Dave Meyers-Pink-clip is heel anders dan een Dave Meyers-Missy Elliot-clip, die weer heel anders is dan een Dave Meyers-Kendrick-clip. 

Een valkuil die ik eerder benoemde bij videoclips in mijn artikel over Ken Russell is dat de regisseur de tekst van de muziek té letterlijk vertaalt naar het beeld. Een ander veelgenoemde valkuil is dat de regisseur te veel vertrouwt op het nieuwe technische snufje van de dag, waardoor een clip erg snel gedateerd raakt. Beiden gelden ook voor Meyers. Maar! Het praatje bij het plaatje is bij Meyers vaak op een originele manier in beeld gebracht. Een vaak aangehaald voorbeeld is Kendrick Lamar die in Humble rapt over het mosterdmerk Grey Poupon. Maar dat Kendrick zijn potje mosterd op zijn brood smeert in een peperdure bolide, waarna hij het overhandigt aan een maat in een andere blitse wagen, is net dat stukje surrealistische setting dat het méér maakt. Hetzelfde geldt voor het technische snufje. Bij Meyers zijn dit vaak digitale camerabewegingen en digitale morphs die naarmate ze gedateerder worden ook nostalgisch en vervreemdend aanvoelen. Eigener ook, vooral, want hoewel ze in hun eigen tijd dertien-in-een-dozijn aandeden zijn ze door gebrek aan navolging in de rest van de industrie een handelsmerk van Meyers geworden.

De enige die echt navolging lijkt te geven aan zijn eigen clips is Meyers zelf. Een clip als Normani’s Motivation is een moderne update van de clips die hij maakte in de jaren 90: zelfs de set komt overeen met zijn clip voor Jennifer Lopez’ I’m Real. Ariane Grande’s The Light is Coming perfectioneert een techniek die Meyers al uitprobeerde in Britney Spears’ Lucky: de artiest meerdere keren in beeld in één long-take. 

Meyers is geen slechte regisseur: sommige van zijn beste clips zijn kitschy én surrealistisch. Een clip als het net genoemde Lucky is eigenlijk de missende schakel tussen het werk van Baz Luhrmann en Brian De Palma: melodramatisch, kitscherig, voyeuristisch en met tientallen dubbele bodems en metatekstuele lagen. 

En de afgelopen paar jaar, sinds zijn eerste samenwerking met Kendrick Lamar, is hij op de toppen van zijn kunnen. Er is eindelijk een eigen stijl te ontdekken: gedurfd, surrealistisch, visueel uitdagend. Een clip als die van Travis Scott’s Sicko Mode perfectioneert de kleurcorrecties uit  Bombs Over Baghdad van Outkast en voelt werkelijk vernieuwend en vervreemdend aan. Zijn clip voor Camilla Cabello’s Liar is een live-action Looney Tunes-cartoon, met een ietwat surrealistische inborst. Ik was eindelijk om wat betreft Meyers. Eindelijk wist hij de belofte die ik proefde in die eerste clips waar te maken. De switch leek tegelijkertijd plaats te vinden met het moment waarop Meyers gecredit werd in de optiteling van de clip zelf: hij was gearriveerd. Een auteur!

Want clips als Ariana Grande’s God is A Woman, Kendrick Lamar en SZA’s  All The Stars en Billie Eilish’ Bad Guy: zo origineel vind je ze zelden… En toen zag ik dit. En dit. En dit. Meyers blijkt tot nu toe minstens driemaal beticht te zijn van plagiaat. Op basis van de overeenkomsten kunnen de aanklagers van God is A Woman en met name Bad Guy  denk ik zeker een sterke case maken. 

Ik was en blijf enorm teleurgesteld. Dat een filmmaker die eindelijk zijn draai gevonden lijkt te hebben en een nieuwe machtspositie heeft vergaard, die lijkt te gebruiken om schaamteloos ideeën te jatten bij anderen? Hij heeft het ook helemaal niet nodig. Enkele van zijn beste clips verfijnen de unieke elementen die al onder de oppervlakte broeiden aan het begin van zijn oeuvre. Mijn haat-liefde-verhouding met Meyers is nog steeds niet beslecht en ik hoop ergens dat hij niet nog vaker in opspraak zal raken wegens plagiaat. Want anders blijft hij de hypocriete sell-out waar ik hem altijd al voor hield: een industriële bobo die zich met ellebogenwerk omhoog werkt, onderwijl agerend tegen diezelfde industrie. He’s the bad guy. Duh. 

Written by

Theodoor Steen is een Utrechtse filmprogrammeur (voor onder andere Camera Japan) en filmjournalist (voor Cine en Schokkend Nieuws) voor wie het woord ‘bombast’ werkt als een vlam op een mot. Film is voor hem voornamelijk een visueel medium, en plot, hoewel belangrijk, acht hij van ondergeschikt belang voor een interessante kijkervaring. Hij vindt Canada een van de meest ondergewaardeerde filmlanden. Vrienden vragen hem om in godsnaam op te houden over Southland Tales, de Wachowski's, Ken Russell, religieuze symboliek, The Leftovers, LGBTQIA-cinema, en ‘waarom Nederlandse film wél geweldig is’. Begin niet tegen hem over Zack Snyder, Ruben Östlund of Jagten, want het gejeremieer dat je dan te horen krijgt is niet van de lucht.

Input your search keywords and press Enter.