Nu aan het lezen:

Cine Clip: De campy clips van Ken Russell

Cine Clip: De campy clips van Ken Russell

Waarom bestaat Cine Clip eigenlijk? Het is voor mij niet alleen een pleidooi voor de videoclip als kunstvorm, omdat ik geloof dat clips vaak ondergeschoven zijn in het discours. Het is vooral ook een reeks artikelen waarin ik de wisselwerking tussen cinema en de videoclip wil verkennen. Dus videoclips die geïnspireerd zijn door films, filmregisseurs die videoclips regisseren, hybride vormen tussen clip en film in. Dat stelt me deze keer voor een dilemma, want ik wil het hebben over de videoclips van filmregisseur Ken Russell. Maar dat betekent dat ik een van mijn doelen moet opofferen: want hoewel Russells films vaak interessant zijn, en sommigen meesterwerken, daar blijken zijn videoclips moeilijk verdedigbaar. Om niet te zeggen, abominabel. En toch ga ik het proberen.

Een van de interessantste aspecten van het oeuvre van Russell is zijn schipperen tussen hoge en lage cultuur, kunst en kitsch. Voor elke film als The Devils, een provocatief meesterwerk, is er een Mindbender: The Uri Geller Story, een scifi-vehikel én propagandafilm voor het Israëlische leger over de ‘paranormaal begaafde’ charlatan Uri Geller. Voor elke The Music Lovers, een razend creatieve biopic over Tschaikovsky, is er een Whore, een schaamteloze en saaie exploitatiefilm over prostitutie. Vaak zit de wisselwerking al in de films zelf: in The Boyfriend zien we de voorstelling in een krakkemikkig vaudevillletheater afgewisseld worden met de big-budget Busby Berkeley-achtige musical die het stuk kan zijn in de fantasie van de acteurs. Of neem Lisztomania. Die film gaat op papier over het leven Franz Liszt, maar eindigt met een groteske titanenstrijd tussen Liszt en Wagner die niet zou missttaan in een pulpcomic. Liszt in een raket gemaakt van orgelpijpen met engelenvleugels aangedreven door de kracht van de liefde van zijn geliefden. Wagner daarentegen is hier een Frankenstein-Hitler-Superman-Dracula-Thor-hybride die Joden neermaait in een ghetto, met een machinegeweer in de vorm van een elektrische gitaar. Niet bijster smaakvol, maar zonder meer creatief. 

Hoewel films als Lisztomania en Lair of the White Worm koketteren met kitsch, zijn de uitwerkingen van Russells metaforen nooit letterlijk, maar altijd net een tikkeltje vreemder dan verwacht. De vele symbolische tussenshots die zijn werk kenmerken zijn vaak ook precies dat: tussenshots. Ze worden ingebed in een verhaal dat als kapstok dient voor Ken Russells meer koortsachtige ideeën. In zijn slechtste films (Mindbender, Valentino, The Fall of the Louse of Usher en meer) stort die kapstok in en blijft er een kakofonie aan gestoorde beelden over. In zijn beste films (The Devils, Tommy, Altered States, Crimes of Passion, The Music Lovers en meer) is de mengelmoes echter puur magisch.

Maar de videoclips hebben geen kapstokken. Russell heeft hier maar vier minuten om zijn ideeën uit te werken. Hij blijft daardoor ook vaak bij één idee, en dat zijn meestal niet zijn sterkste ideeën. Dat zorgt ervoor dat Russell in de clips vaak leunt op zijn zwakste tendensen. We zullen ze stap voor stap langs gaan. 

Voor we dat doen moet wel vermeld worden dat Russell wél een vroege omarmer was van videoclips als kunstvorm. Hij maakte zijn eerste videoclips al in 1985, in de beginjaren van MTV. Russel noemde ‘videos […] a magic new art form’ en richtte een productiebedrijf op speciaal voor clips, Sitting Duck Productions. Gezien de videoclip een vrij nieuwe vorm was, en zeker in Europa nog in de kinderschoenen stond, zijn veel van de ideeën en beelden in de clips toch al erg gedateerd, vaak erg simpel qua concept en look, met een minimaal budget. Maar Ken Russell zag een toekomst er in, zelfs zo dat hij in Crimes of Passion al zijn eerste videoclip opnam, voor Richard Wakemans It’s a Lovely Life,  als een segment van de film. Een vreselijk nummer, maar als losse videoclip één van de weinige geslaagde werken.  

Het vroege omarmen van de videoclip pleit voor Russell als visionair, maar helaas waren de artiesten voor wie hij clips maakte niet bepaald vooruitstrevend of baanbrekend te noemen. Hij maakte een aantal clips voor de toen al hopeloos gedateerde Cliff Richard, werkte nauw samen met kitschkoningen als Richard Wakeman en Jim Steinman, maakte een handvol clips voor Sarah Brightman (twee daarvan in het kader van Andrew Lloyd Webbers Phantom of the Opera) en in de nineties zijn allerslechtse clip voor Bryan Adams. En voor iemand die een film maakte over Uri Geller, is het ook niet verwonderlijk dat hij een videoclip maakte voor zijn advocaat Richard Golub (helaas nergens meer te vinden), nadat Russell was aangeklaagd en vrijgesproken voor het niet voltooien van de film Moll Flanders. Russells keuzes zijn curieus, op zijn zachtst gezegd. Eigenlijk kun je alleen zijn samenwerking met Elton John verdedigen, maar dit was in de periode dat Elton niemendalletjes als Cry to Heaven en Nikita schreef. 

Niet alleen op de muziek valt wat aan te merken. Een vroegere tekenleraar van mij verfoeilijkte vaak strips waarin de beelden ‘een plaatje bij een praatje’ waren. Daarmee bedoelde hij dat het beeld het idee in de tekst nog eens dunnetjes overdoet, zonder iets nieuws of spannends toe te voegen. Dat is precies wat Russell doet in de clips voor Cliff Richard en Elton John. Eltons Cry to Heaven maakt de songtekst al vrij letterlijk, maar Cliff Richards She’s So Beautiful maakt het bonter: als Cliff zingt over ‘time’, zien we een klok… met daarop geschreven het woord time… Toegegeven, de clown later in de clip met een klok op het gezicht geschminkt is dan weer een voorbeeld van een letterlijk beeld dat toch net een extra twist heeft. Want waarom in godsnaam een clown? 

Ook Russells beter geslaagde clips zijn ongegeneerde kitsch. It’s All Coming Back to Me Now van Pandora’s Box (later gecoverd door Celine Dion) is campy kinky gloss. All I Ask of You van Cliff Richard en Sarah Brightman ziet eruit als de achtergrondbeelden voor een karaokevideo, inclusief cheesy green screen en goedkope digitale dissolves. En de platvloerse humor in Diana van Bryan Adams, letterlijk een verzameling van fragmenten van Prinses Diana, is onverdedigbaar. Dat Russell bij woorden als ‘wild’ en ‘nearly lost my mind’ meerdere malen wegknipt naar een traditionele dans van een Afrikaanse man is niet alleen behoorlijk racistisch, maar ook het soort luie humor dat het niet verdient om driemaal herhaald te worden. Daarnaast is de clip natuurlijk ernstig gedateerd: het idee van een videocompilatie is met de komst van fan-edits op YouTube behoorlijk achterhaald, om nog niet te spreken van de beladen context die een liefdesliedje over het wegkapen van Diana bij haar man inmiddels heeft gekregen, na haar scheiding en dood. 

Ook geldt voor vrijwel alle clips dat het beperkte budget zich duidelijk laat merken, zeker in de wat rudimentaire videos van Sarah Brightman. Russells experimenten met digitale editing-truukjes, en zijn keuze voor greenscreen deden destijds al vrij snel gedateerd aan, en hebben nu een soort knullige charme gekregen. Alleen Elton Johns Nikita en Pandora’s Box’ It’s All Coming Back to Me Now hebben een beduidend hoger budget, in het geval van Nikita helaas ingezet voor een clichématig liefdesverhaaltje tussen Elton en een Russische schone bij de Berlijnse muur. Potsierlijk is het juiste woord.

Maar toch, hoewel de clips zonder uitzondering als potsierlijk beschreven kunnen worden, zitten ze ook vol prachtig foute momenten. Want dat is ook bij de films van Russell altijd het geval: hij nam zichzelf zelden serieus. Veel van de humor is misschien onbedoeld, maar Russell zal door hebben gehad dat het dartelende dansje van Richard en Brightman in All I Ask of You behoorlijk op de lachspieren werkt. En de scène waarin een groep in het water spelende kinderen in Cliff Richards She’s So Beautiful gebombardeerd wordt met een brandende aardbol moet ook een moment zijn waarmee Russell sardonisch genoegen had. Zelfs vermoedelijk onbedoeld grappige shots als de video-insert van een flashback op een grafsteen, in Sarah BrightmansWishing You Were Somehow Here Again, zijn kostelijk genoeg om het videoclipwerk van Russell niet volledig af te schrijven. 

Want bij vlagen is deze combinatie van slechte elementen onweerstaanbaar: She’s So Beautiful is erg genietbaar, juist vanwege het grote glazuurgehalte. Diana is, juist vanwege de onverdedigbare visuele en verhalende keuzes, in het licht van de huidige historie een popcultureel curiosum waar volledige papers over geschreven zouden kunnen worden. Er kan een hoofdstuk gewijd worden aan het feit dat je diep in de krochten van YouTube moet zoeken om de clip überhaupt te vinden. 

Het meesterwerk Russells clip-oeuvre is It’s All Coming Back To Me Now van Pandora’s Box. De band was een project van sterproducer Jim Steinman, de grote man achter Meat Loaf, en heeft de kenmerkende kitschy rock-opera-stijl die we van hem gewend zijn. De clip is zo mogelijk nog meer over de top. Gothic romance, kinky bdsm-kostuums, biker haute couture, mythologische en religieuze invloeden en dansers uit de cast van de broadway-musical Cats komen samen in een onweerstaanbare mix van kitschy symboliek en campy danssex. Dat de clip dunnetjes Russells eigen segment uit de omnibus-film Aria overdoet, maakt niet uit. Een betere vergelijking is die met een dansscène uit Paul Verhoevens Showgirls, met name die met het leather biker-thema. Het zou me niets verbazen als scenarist Joe Eszterhas of Verhoeven deze clip heeft gezien, want er is een duidelijke overeenkomst in look en feel. Het is hoe dan ook een campy meesterwerk: grappig, sexy en fout tegelijkertijd. Het is de enige videoclip die de magie van Russells films, waarin hoge cultuur en lage cultuur, kitsch en kunst, doelbewuste en onbewuste camp samensmelten, benadert.

Leuk? Deel het even!
Leuk? Deel het even!
Written by

Theodoor Steen is een 29-jarige Utrechtse filmprogrammeur (voor onder andere Camera Japan) en filmjournalist (voor Cine en Schokkend Nieuws) voor wie het woord ‘bombast’ werkt als een rode lap op een stier, of een vlam op een mot. Film is voor hem voornamelijk een visueel medium, en plot, hoewel belangrijk, acht hij van ondergeschikt belang voor een interessante kijkervaring. Hij vindt Canada één van de meest ondergewaardeerde film-industrieën. Vrienden vragen hem om in godsnaam op te houden over Southland Tales, de Wachowskis, Ken Russell, religieuze symboliek, The Leftovers, LGBTQIA-cinema, en ‘waarom Nederlandse film wél geweldig is’. Begin niet tegen hem over Zack Snyder, Ruben Ostlund of Jagten, want het gejeremieer dat je dan te horen krijgt is niet van de lucht.

Typ en klik enter om te zoeken