Cine Clip: de beste videoclips van 2022 (1/2)

Het is weer bijna het einde van het jaar, en dat betekent tijd voor de traditionele Cine Clip eindejaarslijst, waarin ik de beste videoclips van het jaar heb geselecteerd. Waar het vorige jaren soms moeilijk was tot dertig uitstekende titels te komen, was het dit jaar een jaar waarin héél veel darlings uiteindelijk sneuvelden. Dit is de absolute crème de la crème van een ijzersterk jaar voor videoclips.

 

30. Mitski – Love Me More (Christopher Good)
Mitski’s Love Me More zit vol kleine en grote verwijzingen naar klassiekers, zoals La Double Vie de Veronique van Krzysztof Kieslowski en Mauvais Sang van Leos Carax. Die laatste film duikt overigens nog een keer op in deze eindejaarslijst. Love Me More doet ook denken aan het werk van Michel Gondry. Maar het is bovenal een heel eigen videoclip met een unieke beeldtaal. Regisseur Christopher Good maakte eerder de clip voor Mitski’s Nobody en Love Me More voelt als een vervolg. Hopelijk volgt er nog een samenwerking in dezelfde stijl.

29. Genesis Owusu – GTFO (Rhett Wade-Ferrell)
Genesis Owusu’s GTFO is ogenschijnlijk een simpel verhaal over de strijd tussen man en kakkerlak. Maar kleine symbolische elementen hinten naar een grotere existentiële religieuze crisis, iets wat de songtekst zelf ook aanpakt. Vooral is het een clip die telkens weet te verrassen binnen het simpele basisgegeven, van het fantastische shot waarin de schaduw van de kakkerlak boven Owusu uittorent, tot het shot waarin de kakkerlak doodleuk het refrein meezingt. En de verwijzing naar The Shining is ook helemaal top, natuurlijk.

28. Pretty Sick – Human Condition (Frank Lebon)
Over constante verrassingen gesproken: Human Condition is een ruwe clip, wat past bij de prettig puberale poppunk van Pretty Sick. Maar technisch gezien is het ook een tour de force: het begint met het fantastische shot waarin de limousine uitrekt, kort daarna gevolgd door een hevige montage van beeldschermen die de clip afspelen. Maar niets kan de kijker voorbereiden voor de technisch vernuftige one-take aan het einde en het explosieve laatste shot. Dit is hoe je jezelf in de kijker speelt. Dat regisseur Frank Lebon eerder in de leer was bij Harmony Korine, op wiens set van The Beach Bum hij een korte documentaire schoot, verklaart een hoop.

27. The Smile – Thin Thing (Cristóbal León & Joaquín Cociña)

Cristóbal León en Joaquín Cociña zijn het meest bekend om het maken van de film El Casa Lobo, een ambitieuze stopmotionanimatie, waarbij er veelvuldig gebruik werd gemaakt van alledaagse objecten en locaties, die een vaak onheilspellende nieuwe functie kregen. De clip voor The Smile, het muzikale project van enkele bandleden van Radiohead en Sons of Kemet, ligt in het verlengde van El Casa Lobo. En de stijl werkt nog steeds. Er zijn weinig films én clips die hier op lijken.

26. (ex aequo) Stromae – L’enfer (Julien Soulier) / Stromae – L’enfer Live on TF1 (regisseur onbekend)

De clip voor Stromae’s L’enfer is minimalistisch: een locatie. Een one-take. Wat versnellingen en vertragingen in beeld op impactvolle momenten. De frustratie en angsten waarover Stromae spreekt in de tekst zijn voelbaar. Maar eigenlijk is de onverwachte prèmiere van het nummer tijdens een journaalinterview nóg sterker. Stromae heeft niet veel meer nodig dan zijn gezicht, en zijn stem en zijn teksten. Het is fijn dat regisseurs daarop vertrouwen.

25. Stella Donnelly – Flood (Grace Goodwin, Nick Mckinlay & Stella Donnelly)

Hoe maak je een ode aan een iconische videoclip eigen? Zo dus. Zodra je door begint te krijgen waar Stella Donnely en haar band heen werken is het vooral genieten van de kleine stijlkeuzes in de opmaat naar het laatste shot. Het plezier spat van het scherm. Het is een guitige videoclip met een immense charme.

24. Arctic Monkeys – Bodypaint (Brook Linder)

Een masterclass in associatieve montage. Bodypaint van de Arctic Monkeys speelt met symbolen en losse iconen, die kort na elkaar geplaatst meer worden dan de som der delen. Verrassing is ook de rol die de montage krijgt, en dat de clip steeds meer op metatekstuele wijze met filmbeeldtaal begint te spelen. Klinkt misschien wat afstandelijk en didactisch, maar dat is het niet. Het is vooral een plezier om naar te kijken.

23. Maya Hawke – Thérèse (Brady Corbet)
Een liedje geïnspireerd door een schilderij van Balthus dat in opspraak raakte door de seksualisering van het dertienjarige model Thérèse. De tekst van het nummer ‘It’s tactless, it’s a test / It’s just Thérèse, it’s just Thérèse’ lijkt vooral te onderstrepen dat we verder moeten kijken dan het schilderij en Thérèse als volwaardig moeten zien. Misschien is het daarom passend dat Brady Corbet (bekend als acteur en als regisseur van onder meer Vox Lux) een clip maakte die ook vraagt om voorbij de seksueel expliciete inhoud te kijken. We zien een orgie in een bos, en daarna de participanten dit paradijs verlaten via een soort walk of shame. Maar het is bovenal een clip die seks en naakt matter of fact benadert. De clip is niet ‘tactless’, noch een ‘test’. Het is ‘Thérèse’.

22. shame – Fingers of Steel (James Humby)
shame probeert een hit te scoren en laat zien hoe troll farms, bedrijven die clicks van fake accounts tegen betaling opleveren, werken. Hoe makkelijk zou het zijn een clip te maken over troll farms die grossiert in ironie en memes? Wat shame’s Fingers of Steels onderscheidt van vergelijkbare clips die spelen met internetcultuur, zoals bijvoorbeeld Jockstraps Greatest Hits, is dat de clip ondanks de knipogen een intense energie heeft die serieus voelt. Het is een dunne lijn tussen ironisch en oprecht die regisseur James Humby bewandelt, en hij doet dat met verve.

21. Phoenix – Winter Solstice (Warren Fu)
Caspar David Friedrich is nooit ver weg in deze clip van Phoenix, maar ook invloeden van vroege stromingen in de stomme film, zoals het Duits Expressionisme en Dada komen voorbij. De clip is een slow burn, met een bewust rustige opbouw naar een atmosferische climax. Dat een echte resolutie uitblijft is een sterke stilistische keuze.

20. (ex aequo) Magdalena Bay – Dreamcatching (Felix Geen) / Editors – Heart Attack (Felix Geen) / Danny Elfman en Blixa Bargeld – In Time (Zev Deans)

Over A.I.-kunst is veel gezegd en geschreven, en lang niet alles wat we erover kunnen zeggen is positief. Maar in het geval van drie clips, twee daarvan gemaakt door A.I.-artiest Felix Geen en de derde door Zev Deans, zien we ook hoe deep learning ingezet kan worden voor een ongewoon stilistisch effect. Juist omdat deze clips zo erg steunen op de nog onnatuurlijke beeldinterpretaties van A.I. krijgt het effect iets droomachtigs en vervreemends. En de clips kunnen vreemd genoeg als een soort drieluik worden gezien: als Dreamcatching van Magdalene Bay een idyllische hemel schetst, en Editors’ Heart Attack meer voelt als een verzameling helse landschappen, dan is Danny Elfman en Blixa Bargelds In Time het vagevuur.

19. Rammstein – Zeit (Robert Gwisdek)
Kitsch? Ja. Maar er is niets mis met goede kitsch, en de plaatjes in Zeit zijn om door een ringetje te halen. De tijd die voor een ieder komt, maar dan in de stijl van een gepaintbrushede heavymetalhoes uit de jaren negentig. Heerlijk.

18. Fashion Club – Feign for love (Max Flick)
Pascal Stevenson, de frontvrouw van Fashion Club, is een trans vrouw en stelt zich kwetsbaar op in de clip van Feign for Love, waarin ze zich ontdoet van haar make-up voor een spiegel, terwijl ze met een zwaar intense blik naar de camera aankijkt. Wat deze clip zo goed maakt zijn niet alleen de vele kleine inserts van kitscherige parafernalia in de kamer, die doen denken aan de stijl van trashfilmmaakster Doris Wishman, maar vooral ook de teksten onder in beeld. De songtekst wordt opgerekt en door een mangel gehaald, een spel met typografie en betekenis. Het geeft een nieuwe impuls aan het fenomeen van de ‘lyric video’.

17. Adele – Oh My God (Sam Brown)
In een doorlopende one-take in stemmig zwart-wit zien we een aantal terugkerende symbolen (appels, stoelen, een aureool) en personages (Adele en haar dansers) langskomen in veelvoud. Het technisch vernuft dat hier bij komt kijken is indrukwekkend, maar knapper nog is de balans die men vindt tussen een dynamische doorlopende camerabeweging en op zichzelf staande tableaux vivants. Dat werkt zo goed dat je geen moment eigenlijk nadenkt over wat voor een klus het moet zijn geweest deze videoclip van de grond te krijgen. Het gevoel dat vooral ontstaat is verwondering en plezier.

16. (ex aequo) black midi-  Eat Men Eat (Maxim Kelly) / black midi – Sugar/Tzu (Noel Paul)
Deze twee clips voor black midi zijn beiden kleine meesterwerkjes: Eat Men Eat vindt een balans tussen homo-erotiek en gewelddadig kannibalisme, in een horrorwesternsetting die ook sterk hint naar vroege cinema. Het houdt het midden tussen Jean Cocteau en Jean Rollin. Sugar/Tzu haalt inspiratie uit de dynamische boxscènes in Raging Bull, maar gebruikt de boksring als toneel voor een grote verscheidenheid aan surrealistische taferelen. Het resultaat is volstrekt vervreemdend. black midi’s muziek kenmerkt zich door de grillige vorm, die aanvankelijk afstoot, maar ook imponeert in het vakmanschap, en zich daardoor uiteindelijk in je hoofd nestelt. Hetzelfde kun je zeggen van deze twee clips.

 

Morgen volgt de top 15! 

Vind ons: