De tweede editie van 25 titels van filmregisseurs die uitstapjes maakte naar de videoclipwereld is hier! Met in deze editie onder andere een vrolijke noot van Lars Von Trier, een heerlijk smakeloze Nederlandse inbreng én een clip van Martin Scorsese. En nee, dat is (zoals verklaard in de eerste editie) niét Michael Jacksons Bad.

Gaspar Noé: Nick Cave – We No Who U R
Gaspar Noé maakte ook een controversiële videoclip voor Placebo, een tweetal voor Sebastian enclips voor Arielle, Bone Fiction, Animal Collective en Thomas Bangalter, maar deze clip voor Nick Cave is zijn meest subtiele en mooiste. Hoe je met een one-take, één lichtbron en een donker bos een van de meest mysterieuze, onheilspellende én tegelijkertijd wonderschone clips op deze lijst kunt maken.

Sam Peckinpah: Julian Lennon – Too Late for Goodbyes
Het zal vaker voorkomen op deze lijsten: regisseurs van wie je het niet verwacht die opeens tóch een videoclip gemaakt blijken te hebben. Helaas stellen die soms ook teleur, zoals de enige clip die Sam Peckinpah ooit maakte, speciaal voor zijn goede vriend Julian Lennon. Het rauwe rafelrandje van Peckinpahs filmwerk én de energie wordt node gemist.

Lars von Trier: Laid Back – Bakerman
Lars von Trier staat bekend om zijn duistere, fucked up films, én heeft ontzettende hoogtevrees en vliegangst. Dus het laatste wat je van Von Trier verwacht is dat hij een videoclip maakt voor een olijke synthpop-band, waarbij de band in campy kostuums uit een vliegtuig springt en een performance in vrije val opvoert. Verreweg het vrolijkste wat Von Trier ooit heeft gemaakt.

Tony Kaye: Red Hot Chilli Peppers – Dani California
Tony Kaye staat bekend als moeilijk om mee te werken, uiterst serieus, en als iemand met een voorliefde voor zware onderwerpen (zie American History X en abortus-documentaire Lake of Fire). Het laatste wat je dus van hem verwacht is een kolderieke videoclip voor de Red Hot Chili Peppers, waarin hij de draak steekt met zo’n beetje alle stromingen in de rockgeschiedenis. Enige herkenbare Kaye-handschrift: zijn voorliefde voor het spelen met verschillende soorten visuele filmstijlen en filmstock binnen één project.

Sam Taylor-Johnson: R.E.M. – ÜBerlin
Een beproefde succesformule in zowel film als videoclip: laat een acteur een dansperformance opvoeren in een straat, waarbij creatief gebruik wordt gemaakt van de objecten in de omgeving. Een van de leukste versies van deze formule zien we in deze clip van Sam Taylor-Johnson (Nowhere Boy, Fifty Shades of Grey), waarin haar echtgenoot Aaron Taylor-Johnson volledig los gaat op ÜBerlin van R.E.M.

Paul Schrader: Bob Dylan – Tight Connection to My Heart
De enige clip die Schrader ooit maakte is deze clip voor Bob Dylans Tight Connection to My Heart, uit 1985, niet een van Dylans bekendere nummers. Schrader maakt de clip een even glossy en melodramatisch als het nummer zelf. Het enige dat de clip écht onderscheidt van het gemiddelde is de Japanse setting, die vermoedelijk geïnspireerd is door Schraders Mishima: A Life In Four Chapters, gefilmd in hetzelfde jaar.

Thomas Vinterberg: Blur – No Distance Left to Run
Een van de twee videoclips die Thomas Vinterberg (Festen, Jagten) ooit maakte (de andere was voor The Day That Never Comes van Metallica), is deze intieme, prachtige clip voor No Distance Left To Run. Het idee slapende mensen te filmen is niet nieuw, Andy Warhol deed al, maar Vinterberg weet door treffend gekozen beelden het meeste uit het concept te halen.

Philippe Grandrieux: Marilyn Manson – Putting Holes in Happiness
Philippe Grandrieux is misschien geen overbekende naam, maar verdient dat wel te zijn. De regisseur van naargeestige maar imponerende films als Sombre, La Vie Nouvelle, Un Lac en Malgré La Nuit maakt compromisloze werken met een geheel eigen stijl. Effectief gebruik van clair-obscur, beelden die half uit focus zijn en handheld camera’s werken ontregelend en verontrustend. Het is niet verwonderlijk dat Marilyn Manson, een groot liefhebber van idiosyncratische kunstenaars, wat in hem zag (zie ook Mansons werk met Quentin Dupieux, David Lynch, Floria Sigismondi, E. Elias Merhige, Paolo Sorrentino, Tony Scott en Richard Kern).

Jan Švankmajer: Hugh Cornwell – Another Kind of Love
Hij is uiteraard vrolijk bedoeld, deze stop-motion-clip van Jan Švankmajer bij het popniemendalletje Another Kind of Love. Maar iedereen die ooit één frame heeft gezien van een Švankmajerfilm (zoals Alice, Conspirators of Pleasure of Little Otek), weet dat de animaties van de Tsjech vooral verontrustend zijn. Dit is hierop geen uitzondering.

Lynne Ramsay: Doves – Black and White Town
De zoveelste keer op deze lijsten, en zeker niet de laatste keer, dat een band of studio een bijzondere, eigenzinnige regisseur inhuurde, en vervolgens begon te piepen wanneer het resultaat niet helemaal naar hun smaak was. De videoclip die uit werd gebracht was een edit waar Ramsay niet volledig achterstond. Wat er staat is toch onmiskenbaar van haar hand, want verschilt qua toon en feel niet erg van haar films Ratcatcher en Morvern Callar: grimmig sociaalrealisme met een touch van het ongewone. De clip kreeg uiteindelijk wel nog een director’s cut, die te zien is via Apple Music.

Edgar Wright: The Bluetones – After Hours
Edgar Wright maakte meerdere clips, waaronder een voor Pharrell Williams en Daft Punk, een voor Beck, én een voor Mint Royale die de basis zou vormen voor Baby Driver. Allen achtte ik echter net te bekend. Leuker vind ik deze one-taker voor The Bluetones, een ode aan de film Bugsy Malone (tevens de inspiratiebron voor Paul Thomas Andersons videoclip voor Fiona Apple’s Paper Bag). Leuk detail: de liedjesschrijver van Bugsy Malone is poplegende Paul Williams, die tevens een rol speelt in Baby Driver.

Marco Brambilla: Kanye West- Power
Marco Brambilla heeft als filmregisseur maar één echt groot wapenfeit, maar wat voor een: de cultclassic Demolition Man, waarin Sylvester Stallone wakker wordt in een toekomst waar mensen hun reet afvegen met schelpen. O ja, en moet vechten tegen een terrorist gespeeld door Wesley Snipes. Brambilla is echter ook, en dat zou je niet verwachten op basis van Demolition Man, een gerenommeerd videokunstenaar, die unieke filmcollages maakt. Zijn prijswinnende video-installatie Civilization (Megaplex), trok de aandacht van Kanye West, die hem vroeg voor een gedeelte van zijn nummer Power een vergelijkbare filmcollage te maken. Het resultaat schippert helaas een beetje tussen kunst en kitsch.

James Foley: Madonna – Papa Don’t Preach
Waarom is niet bekend, misschien omdat hij aan het begin van zijn filmcarrière stond, maar James Foley (Glengarry Glen Ross, Fifty Shades Darker) maakte deze videoclip voor Madonna’s Papa Don’t Preach onder het pseudoniem Peter Percher. Het zal in ieder geval niet aan zijn band met Madonna gelegen hebben: een jaar later regisseerde hij haar in Who’s That Girl, en hij was getuige bij het huwelijk van Madonna en Sean Penn, die hij eerder regisseerde in At Close Range.

Xavier Dolan: Indochine –College Boy
Als je één ding niet kunt zeggen van Xavier Dolan is dat de regisseur van Mommy en Tom a lá Ferme van de subtiele aanpak is. Waar zijn clip voor Adele’s Hello (te bekende voor deze lijst) al flink melodramatisch is, maakt Dolan het wel érg bont met deze heftige videoclip voor Collegy Boy van Indochene. Dolan laat de gevolgen van pesten op een symbolische manier zien, en hakt flink op de kijker in. Zelfs zo dat door het Franse instituut CSA, de conseil supérieur de l’audiovisuel Français, werd gestipuleerd dat de videoclip niet meer uitgezonden mocht worden op tijden waarop kinderen hem konden zien.

Martin Scorsese: Robbie Robertson – Somewhere Down the Crazy River
Naast Michael Jacksons Bad maakte Scorsese nog één andere clip, deze voor Robbie Robertsons Somewhere Down the Crazy River. Het is een typische performance-video: een zanger zingt in een bijzondere setting. Maar Scorsese maakt het sexy, dankzij het sterke gebruik van primaire kleuren, close-ups en zijn vertrouwde gevoel voor timing in de editing.

Ava DuVernay: Jay-Z –Family Feud
Jay-Z’s 4:44 kende meerdere videoclips, gemaakt door bekende regisseurs, maar deze van Ava DuVernay is een van de meest ambitieuze: de geschiedenis van zwarte mensen in amerika wordt gekoppeld aan de persoonlijke geschiedenis van Jay-Z en Beyoncé, én we zien de gevolgen van beiden in de niet zo verre, verre en heel verre toekomst. Tel daarbij op een sterrencast van jewelste: Thandie Newton, Michael B. Jordan, Jessica Chastain, David Oyelowo, Brie Larson, Rosario Dawson, Mindy Kaling, Rashida Jones, Constance Wu en veel, veel meer.

Jean van de Velde: Artiesten voor Azië –Als Je Iets Kan Doen
Ik beloofde Nederlandse wansmaak, dan krijg je ook Nederlandse wansmaak. Tuurlijk, het doel is nobel, maar als het nummer voor de Tsunami in Zuidoost-Azië al tenenkrommend navelstaarderig is, dan is de clip zo mogelijk nog erger. Jean van de Velde (Lek, Wit Licht), weet geen enkele geloofwaardige performance met zijn camera te vangen, waardoor het extra duidelijk wordt wat voor een potsierlijk zelfingenomen toneelstukje hier wordt opgevoerd. Want inderdaad, een oceaan van verdriet vráágt om meer dan een lied.

Jared Hess: The Postal Service – We Will Become Silhouettes
Jared Hess, hij van Napoleon Dynamite en Gentlemen Broncos, houdt van alledaagse knulligheid en lulligheid. Deze clip is een schoolvoorbeeld van het unheimische dat in het alledaagse kan schuilen: de routine van dit gezin lijkt op het eerste gezicht niet ongewoon, maar al snel wordt duidelijk, door subtiele details, dat we te maken hebben met een post-apocalyptisch scenario. Dat maakt de zorgeloosheid van de beelden wrang.

Nicolas Roeg: Roger Waters – 5:01 AM (The Pros and Cons of Hitch Hiking)
Deze clip begon als een samenwerking tussen de beroemde regisseur van Don’t Look Now en Walkabout en de frontman van Pink Floyd als visuele omlijsting bij de toer van die laatste. Daarbij maakte Gerald Scarfe animaties, Nicolas Roeg live-action-beelden en avant-garde kunstenaar Peter Truckel experimentele audiovisuele sequenties. Uiteindelijk werd een albumfilm gedestilleerd uit deze verzameling beelden, gemonteerd door Roeg. Als promotie voor die film maakte Roeg een drietal losse clips, voor 5:01 AM, Every Stranger’s Eyes en Sexual Revolution. Deze clip is de beste, waarin Roegs vernuftige cinematografie en unieke montagestijl het meest tot haar recht komt.

Harmony Korine: Rihanna – Needed Me
Harmony Korine was altijd gefascineerd door misdaad, mensen aan de zelfkant van de samenleving, en sterke persoonlijkheden, maar vond pas echt zijn stem als regisseur met Spring Breakers. Zijn clip voor Rihanna’s Needed Me ligt in het verlengde van die film: kleurrijk, kil en cool, met een inhoud die het midden houdt tussen geweldsverheerlijking en ironische kritiek. Rihanna is een stoerdere muze dan James Franco.

Peter Medak: Peter Gabriel – Modern Love
Peter Medak heeft een ongewone, eclectische carrière achter de rug, waaronder uiteenlopende films als The Changeling, The Ruling Class, Zorro, the Gay Blade, The Krays en Species II. Ook maakte hij deze clip voor Peter Gabriels Modern Love, een clip die ‘jaren 80’ ademt, van de extravagante sets, extreme belichting en rookmachines tot de weinig subtiele symboliek.

Wong Kar-Wai: DJ Shadow – Six Days
Deze clip, net als veel van Wongs films geschoten door Christopher Doyle, is vintage Wong: sensuele beelden, extreem verzadigde kleuren, overbelichte beelden, een tragische romance, een unieke beeldverhouding, getallensymboliek, odes aan filmische helden, een herhalende structuur. Zonder meer de hipste clip op deze lijst.

Brad Bird: The Simpsons – Do the Bartman
Brad Bird (Ratatouille, The Incredibles) was een van de vaste consultants en regisseurs bij The Simpsons, maar moest eerst zijn bonafides waarmaken met de videoclip voor Do the Bartman, een van de meest cynische staaltjes marketing binnen de Simpsons-mania van begin jaren 90. Hij lijkt lessen te hebben getrokken uit de werkhouding van Homer Simpson: ‘Lisa, if you don’t like your job, you don’t strike. You just go in every day and do it really half-assed.’ Geef hem eens ongelijk.

Ben Wheatley: Editors – Formaldehyde
Ben Wheatley houdt van het versmelten van genres, en zijn clip voor Formaldehyde van Editors is geen uitzondering. Het verhaal van Django, de spaghettiwesternheld die een doodskist met zich meesleept met daarin een gigantisch wapen, krijgt hier een romantische horrortwist, als dat wapen de dode vampiervrouw van de cowboy blijkt, die korte metten maakt met de Wicker Man-achtige sekte in het stadje. Drie genres voor de prijs van een.

James Cameron: Martini Ranch –Reach
De meest campy clip op deze lijst is de enige die James Cameron ooit regisseerde. De clip is voor de band Martini Ranch. Wie? Niets minder dan het egoproject van Bill Paxton. Het werkelijk verschrikkelijke nummer Reach krijgt een glossy bigbudget-aanpak die een liedje van deze kwaliteit eigenlijk niet waard is. Maar James Cameron doet nooit iets halfslachtig, en hetzelfde geldt voor deze post-apocalyptische western. Goed is het niet, vermakelijk wel.

Lees hier deel één van de lijst 75 videoclips door filmregisseurs.