‘Ik doe wat ik kan,’ zegt de moeder in het Zweedse Charter tegen haar kinderen. En waarschijnlijk is het waar. Maar of het ook het beste is voor haar zoontje en dochter, is de vraag.

De film begint met een telefoontje van zoontje Vincent. Hij huilt en roept dat hij haar mist en zij hem moet komen halen. Het telefoontje is op meerdere manieren uitlegbaar. Want een kind dat zijn moeder mist kan klinken als de wanhoop zelf. Maar in de oren van Alice is het een schreeuw om hulp. Ze reist af naar het dorpje waar haar ex-man met de kinderen woont. Daar wordt ze ontvangen door wantrouwende blikken van de dorpsgenoten. Eenmaal aan de keukentafel met haar kinderen wordt er vooral ongemakkelijk gezwegen. Alice’ dochter kan haar nauwelijks in de ogen kijken.

Alice neemt de kinderen, zonder overleg, mee naar een all inclusive hotel op Tenerife. Het is een vakantie die geen vakantie is. Zon en zwembad kunnen de donkere wolken die boven het gezin samenpakken niet verdrijven. En van de vanzelfsprekende band die het woord ‘gezin’ impliceert is weinig sprake. Op momenten lijkt het of ze drie willekeurige vreemden zijn die bij elkaar in een hotelkamer zijn gezet. Als een sociologisch experiment.

Ondertussen worden talloze vragen opgeworpen in deze bewust ambivalente film die zelden eenduidige antwoorden geeft. Heeft Alice iets op haar geweten? Of heeft haar ex met succes de kinderen tegen haar op gezet? Zijn de kinderen juist niet veilig bij hun vader? Of zijn ze niet veilig bij hun vader in de ogen van hun moeder? Het zou maar zo kunnen dat de waarheid ergens in het midden ligt, rommelig en in kluwen, zoals de waarheid vaak is. En in die kluwen zitten de kinderen gevangen, die moeten aanhoren hoe papa mama uitmaakt voor psychotisch en mama papa voor psychopaat.

Ane Dahl Torp speelt Alice als een prooi die in het nauw gedreven is. Haar gedrag onvoorspelbaar, grillig en irrationeel. Op momenten dat de situatie nijpend wordt, schiet er een verwildering in haar blik. We worden niet gevraagd om met haar te sympathiseren, wel om ons oordeel uit te stellen. Die afkeurende blikken van de dorpsgenoten die ze treft zijn ook een spiegel voor de kijker. Voor de neiging je conclusies te trekken over Alice, haar keuzes waarmee ze zichzelf steeds verder vastzet te vervloeken.

Want regisseur en scenarist Amanda Kernell (Sami Blood) maakt duidelijk dat achter elke uitleg aan het oppervlak op z’n minst nog een tweede verklaring schuilgaat. Ook als we die niet kunnen doorgronden. Dat mensen nu eenmaal in extreme situaties niet rationeel handelen en dat motieven zelden enkelvoudig zijn. Het maakt van Charter een film die tergt en frustreert, maar ook een schrijnend eerlijk portret van ongemak en onvermogen.  

Charter is vanaf 14 mei te zien via Picl