Nu aan het lezen:

Brexit Countdown: The Lavender Hill Mob

Brexit Countdown: The Lavender Hill Mob

Oerdegelijk, fantasieloos en een pietje-precies. Mister Holland is hoofdopzichter van goudtransporten, en laat niets aan het toeval over. Iedereen vertrouwt hem blind. De man heeft er jarenlang naartoe gewerkt om deze reputatie op te bouwen, omdat hij weet dat hij daardoor in de perfecte positie is om van binnenuit het goud te roven. Hij weet alleen niet hoe hij de buit kan verzilveren, want de goudbouillon moet eerst nog het land uitgesmokkeld worden. Dan ontmoet hij zijn nieuwe buurman, Pendlebury, een flamboyante kunstliefhebber met een fabriek voor metalen prulsouvenirs. Smelt het goud, giet het in de vorm van Eiffeltorens and Bob’s your uncle! Perfect om het naar Parijs te smokkelen, waar kopers te vinden zijn. Maar eerst moet er worden gezocht naar handlangers, want de deadline voor de kraak nadert ineens wel heel plotseling.

Meesterbrein Holland is een prachtrol van Alec Guinness. Voordat hij ons in twee tien uur durende series de ultieme versie van meesterspion George Smiley gaf, voordat hij zich lam klaagde over het spelen van een ruimtetovenaar in Star Wars en voordat hij zijn Oscarwinnende rol zou spelen als kolonel Nicholson in The Bridge on the River Kwai, was Guinness een van de belangrijkste gezichten van de komedies van de Ealing Studios. Behalve in het door Charles Crichton geregisseerde The Lavender Hill Mob (1951) speelde hij ook een heel arsenaal aan bijrollen in alleen al Kind Hearts and Coronets (1949), en de hoofdrollen in The Man in the White Suit (1951) en The Ladykillers (1955). Guinness en Ealing Studios zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Ealing is trouwens sowieso een begrip; een bijna vergeten parel in de filmgeschiedenis, verantwoordelijk voor een paar van de vermakelijkste misdaadkomedies die ooit gemaakt zijn. De gebroeders Coen zijn waarschijnlijk fans. Ze hermaakten zelfs – minder geslaagd dan het origineel – de schitterende ensemblekomedie The Ladykillers. Thematisch zijn er echter ook met andere Coen-films sterke overeenkomsten; hoe er achter een sluier van doodnormale burgerlijkheid een duistere, criminele onderbuik schuilt. Neem een Fargo en een The Man Who Wasn’t There. Beide zijn ontegenzeggelijk geïnspireerd door film noir, maar met een Ealing-achtige geestigheid. Misschien zou je beter kunnen stellen dat Ealing de lichtvoetige spiegel is op de in Amerika zo veel populairdere existentiële nachtmerrie van de noir. De versie zonder al dat buitensporige geweld. Maar met een visueel bijna even aantrekkelijke hoeveelheid uitbundige lol.

Het begin van The Lavender Hill Mob, waar Holland op een Zuid-Amerikaans societyfeestje zijn meesterplan toevertrouwt aan een gewillige luisteraar, doet denken aan Brexiteers die na het binnenhalen van hun gewilde resultaat bij het referendum zijn gevlucht naar plekken als Monaco en Cyprus. Hij is een beetje vol van zichzelf, onbewust van de schade die hij heeft aangericht en duidelijk niet meer zo vrij om zonder onwelkome gevolgen voet aan wal te zetten in Groot-Brittannië. Ook in zijn verhaal zijn overeenkomsten te vinden met de Brexitcampagne. Als opzichter van het goudtransport was hij de spreekwoordelijke kat op het spek, een opportunist die zijn kans rook, net zoals een Boris Johnson. En hij heeft zijn zin gekregen door middel van list en bedrog.

De twee handlangers van Holland en Pendlebury worden bijvoorbeeld geronseld door het verspreiden van misinformatie. De bedenkers van de heist zijn naar drukke, volkse plekken gegaan, zoals een goktent, en staan daar net iets te luid te praten over hoe de kluis van Pendlebury gerepareerd moet worden. Vervolgens is het wachten tot er twee dieven binnen sluipen: Shorty en Lackery, die ze kunnen rekruteren voor hun plan. En ook de climactische eindscène, waarin Holland en Pendlebury op de vlucht zijn in een gestolen politiewagen, draait op het verspreiden van leugens. Via de radio stuurt het tweetal de andere mobiele eenheden alle kanten op. Er wordt chaos gecreëerd en daar worden weer de vruchten van geplukt.

Het is daarentegen typisch dan weer op zijn Ealings hoe de plannen van Holland worden bedreigd door complete onschuld: een aantal gouden Eiffeltorentjes wordt in Parijs per ongeluk verkocht aan een groepje Britse schoolmeisjes. Belanden die weer in eigen land en worden ze ontdekt, dan zijn alle plannen voor niets geweest. Het is een race tegen de klok om ze terug te krijgen. En het is de koppigheid van een van die meisjes die misschien wel de doodsteek zal blijken.

Er valt veel te prijzen, maar een van de beste redenen om The Lavender Hill Mob te kijken blijft toch Alec Guinness. De enorme grijns die hij kan trekken als in zijn hoofd losse onderdelen van het plan in elkaar schuiven verdient een plekje in een museum. En zijn chemie met Stanley Holloway, die zijn complete tegenpool Pendlebury speelt, is geweldig. Het scherm zweet bijna het plezier uit dat ze samen beleven bij het roven van het goud. Vooral aanstekelijk is een scène waar ze rennend via een wenteltrap de Eiffeltoren afdalen, en te dol worden om het groepje schoolmeisjes op tijd staande te houden. Ze kunnen zichzelf niet tegenhouden om uitbundig in de lach te schieten. En ook als kijker krijg je er goede zin van, terwijl het plan waar je emotioneel in hebt geïnvesteerd voor je ogen in duigen aan het vallen is.

Geheel naar de traditie van de heistfilm is The Lavender Hill Mob een intellectuele oefening: als je het perfecte plan hebt, zou je dan een kraak plegen? En welke onvoorspelbare elementen kunnen die plannen overhoop gooien? Voor deze film vroeg de studio aan de Bank of England hoe je een miljoen pond zou kunnen roven. Een speciale commissie van bankpersoneel werd samengesteld om een meesterplan te bedenken, en precies dat plotwerk is ook in de film terechtgekomen. Hoe geweldig is dat! Het laat zien hoe plezierig misleiding en opportunisme óók kunnen zijn, en is dat niet precies wat we nu nodig hebben?

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken