Nu aan het lezen:

Brexit Countdown: The Bed Sitting Room

Brexit Countdown: The Bed Sitting Room

‘Keep calm and carry on’, maande de Britse overheid haar burgers aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. De felrode poster waarop de woorden verschenen is inmiddels een eigen leven gaan leiden, maar het mantra is ook nog altijd een soort blauwdruk van de Britse identiteit, van dat typisch stoïcisme dat ook iets absurds heeft. Dat meteen een beeld oproept van een wereld die ineenstort en een stijve Brit die even zijn hoed rechtzet en gewoon weer doorloopt. Het is ook het beeld dat Richard Lester laat zien in The Bed Sitting Room uit 1969, een verfilming van het gelijknamige toneelstuk van Spike Milligan en John Antrobus.

Na een derde en nucleaire wereldoorlog die exact twee minuten en achtentwintig seconden duurde (inclusief het tekenen van het vredesverdrag) zijn er in Groot-Brittannië nog enkele tientallen mensen over. Die doen zoveel mogelijk alsof het land niet is veranderd in een enorme vuilnisbelt waar de radioactieve dampen vanaf wasemen. De metro rijdt nog steeds, de post wordt nog altijd bezorgd. Instanties worden in stand gehouden, zij het vaak door één mens. De BBC wordt vertegenwoordigd door een man die met zijn half afgescheurde colbertje achter kapot gesprongen televisies gaat zitten en het nieuws voorleest van een briefje, de energiemaatschappijen zijn een man die een generator aantrapt op een fiets.

De aanleiding voor dit post-Apocalyptische bestaan wordt verhuld in half afgemaakte zinnen en eufemismen. De bom wordt aangeduid als ‘that rude thing’ of ‘the nuclear misunderstanding’. (On that note: website Politico stelde in 2017 een geestige lijst op van Brexit-eufemismen.) En ook de directe gevolgen van de radioactieve neerslag worden met veel typisch Brits gevoel voor understatement benaderd. ‘Probably atomic mutation’, stelt de dokter nonchalant vast wanneer de zelfverklaarde Lord Fortnum (ook met een paar dozijn mensen kun je best een klassenmaatschappij hebben) aangeeft dat hij vreest dat hij verandert in een zit-slaapkamer. Wat hij moet doen als het zover komt, vraagt hij de dokter. ‘Rent it out’, antwoordt die.

The Bed Sitting Room werd gemaakt door de in Amerika geboren Richard Lester. Als jonge twintiger verhuisde hij naar Groot-Brittannië en werd daar al snel een belangrijk figuur op de achtergrond van Britse comedy op televisie en daarna in film. Hij hielp Peter Sellers bij het adapteren van het legendarische radioprogramma The Goon Show voor televisie, regisseerde de Beatles-speelfilms A Hard Day’s Night en Help! en won een Gouden Palm voor de Swinging Sixties-film The Knack …and How to Get It. Eind jaren tachtig stopte Lester grotendeels met filmmaken nadat zijn vaste acteur (en een van zijn beste vrienden) Roy Kinnear tijdens de opnames van The Return of the Musketeers om het leven kwam.

Voor The Bed Sitting Room werd een cast vol grote Britse komieken als Dudley Moore, Marty Feldman en Peter Cook verzameld. Toch was dat voor Lester geen reden om vol voor de lach te gaan. De acteurs spelen vrijwel alles met uitgestreken ernst en de humor is consequent vervreemdend. ‘The more surrealist it is, […] the more serious and dedicated I think we have to be not to go for an easy gag’ zei Lester daar zelf over. ‘And being so busy keeping those away, I’m not able to tell whether it’s funny anymore.’ De film is weleens de schakel tussen The Goon Show en Monty Python genoemd en daar valt wat voor te zeggen.

Een andere terechte vergelijking, die ik tegenkwam in een essay van Michael Brooke bij de blu-ray uitgave van de film door British Film Institute, is met het werk van de absurdistische Ierse toneelschrijver Samuel Beckett. Zo opgetogen als Winnie in diens Happy Days doorgaat met haar dagelijkse bezigheden terwijl ze steeds verder wegzakt in het zand en uiteindelijk alleen nog maar met haar hoofd boven de zandhoop uitsteekt, zo schijnbaar onverstoorbaar ondergaan ook deze personages de situatie waarin ze verzeild zijn geraakt en wat dat met zich meebrengt, ook als papa in een papegaai verandert en mama in een kast.

En iets van Becketts Endgame, waarin twee personages in een vuilnisbak zitten, echoot in de vormgeving van de film. Het production design-team van Assheton Gorton en Michael Seymour creëerde visueel het soort schroothoopdystopie dat ook te zien is in films als de Russische sciencefictionkomedie Kin-dza-dza!, Luc Bessons Le dernier combat en in de Mad Max-films. Decorstukken zijn vaak samenraapsels van afgedankte spullen als autowrakken en verroeste pannen en de sets zien eruit alsof een vuilnisbelt is ontploft en al het afval over het land heeft gespuugd. ‘The real awful thing is that we were able to film most of these without faking it’, zei Lester daarover. ‘All that garbage is real.’

Waar de meeste schrijvers of filmmakers (en trouwens gewoon mensen) zoeken naar de verbindingen tussen situaties (de ontwikkeling), daar halen absurdisten die er juist tussenuit. Er is slechts de situatie. Een soort voortdurende stilstand waarin mensen eens een paar pasjes de ene en dan weer een paar pasjes de andere kant op zetten, maar nooit echt vooruitgang boeken. Hetzelfde gebeurt in een groot deel van The Bed Sitting Room. ‘Keep moving’, roept de door Peter Cook gespeelde politieagent het Britse volk (of wat daarvan over is) vanuit zijn luchtballon toe, maar het is beweging die nergens toe leidt.

Maar, zo laat de film zien, ook de schijn van beweging houdt de mens in gang. Ook al is dat in een metro die steeds hetzelfde rondje rijdt en steeds weer stopt op dezelfde stations waar steeds weer niemand instapt. En ook de schijn van houvast biedt houvast en dus houdt men de klassenmaatschappij in stand en wordt nog altijd de koningin toegezongen. Ook al is dat feitelijk de koningin niet, maar ‘mrs. Ethel Shroake of 393A High Street, Leytonstone.’ De wereld na de Apocalyps mag er dan even grauw en ellendig uitzien als altijd, zelden bewoog de mensheid er ordentelijker en vreedzamer doorheen dan in The Bed Sitting Room. Laat dat maar aan de Britten over.

Leuk? Deel het even!
Written by

Redacteur bij Cine, schrijft daarnaast ook nog onder meer over film bij Biosagenda.nl en over theater bij Theaterkrant.nl. Daalt graag af naar de obscure krochten van cinema en houdt bijna net zoveel van slechte sciencefiction als van goede sciencefiction.

Typ en klik enter om te zoeken