Nu aan het lezen:

Brexit Countdown: de Robinson-trilogie

Brexit Countdown: de Robinson-trilogie

Robinson believed that if he looked at it hard enough he could cause the surface of the city to reveal to him the molecular bases of historical events and in this way he hoped to see into the future.

(London)

Robinson werd ‘geboren’ in 1992. De als architect geschoolde Patrick Keiller begaf zich met zijn camera in Londen en filmde de straten, gebouwen en parken door de ogen van de fictieve historisch onderzoeker Robinson, genoemd naar Robinson Crusoe, die in de roman van Daniel Defoe op een onbewoond eiland strandt. Keillers Robinson doet in opdracht van de overheid onderzoek naar de ‘problems of London’ en in de latere films die van Engeland. Hij gaat op excursies, vergezeld door een vriend en voormalig geliefde, die tevens de verteller is van de eerste twee films. Die stem, ingesproken door Paul Scofield, vertelt over die excursies, de aanpak en filosofie van Robinson.

De eerste Robinson-film was London, uitgebracht in 1994, en in 1997 en 2010 volgden Robinson in Space en Robinson in Ruins, waarvoor Robinsons excursies hem buiten Londen brachten. In 2012 werd in Tate Britain een expositie gewijd aan Keillers Robinsonuniversum onder de titel The Robinson Institute. Elk van de films viel samen met een belangrijk politiek moment. De eerste film met het eerste post-Thatcher-kabinet, de tweede met de aanvang van de Tony Blair-periode en de laatste met de verkiezingen van 2010 waarin de conservatieven met David Cameron terug aan de macht kwamen, twee jaar na het uitbreken van de financiële crisis. In de films wordt op die politieke bewegingen gereflecteerd en tegelijk ziet Robinson ze in een veel groter cultuurhistorisch perspectief.

It is only shallow people who do not judge by appearances. The true mystery of the world is the visible, not the invisible.

(Robinson in Space)

De Robinson-films gaan over de relatie tussen het landschap en de mensen (en politiek) daarbinnen en daarbij is voor Robinson het uiterlijk van het landschap cruciaal. Dat de camera in London en ook de daaropvolgende films statisch is, toont het uitgangspunt voor de benadering van Robinson. Hij volgt niet de mensen, maar de gebouwen, de wegen, het landschap, en die staan stil. Het doet wel wat denken aan het werk van de Amerikaanse filmmaker James Benning, wiens films bestaan uit extreem lange takes gefilmd vanuit een statisch camerapunt. Vooral in Robinson in Ruins zitten een aantal shots die sterk aan diens werk doen denken en op eenzelfde manier onze blik zodanig lang op een landschap richten dat we in dat ene oppervlak steeds meer lagen en niveaus ontdekken. Maar de shots zelf zijn bij Keiller vaak verre van statisch. Er is volop beweging, vooral in London, waarin de drukte van de mensenmassa aan die stilstaande camera voorbij krioelt.

Robinson in Space (1997)

In een interview met The White Review wees Patrick Keiller erop dat veel gebieden van Engeland er veel armoediger uitzien dan het land is. Voor Robinson is dat een belangrijk gegeven in zijn onderzoek naar de Engelse identiteit en de verhalen die zich binnen deze landschappen vormen. De discrepantie komt het meest expliciet terug in Robinson in Space, waarin Robinson en zijn naamloze partner onder meer havensteden en voormalige industriesteden van Engeland bezoeken.Terwijl de verteller opsomt hoeveel export en import er is, zien we bootrelingen waar de verf van is afgebladderd, muren waar de schimmels tegenaan kruipen, grauwe leegstaande en in ruïne vervallen fabrieksgebouwen. En in die zin gaat de Robinson-trilogie toch ook heel erg over de relatie tussen het zichtbare en onzichtbare, want de rijkdom is verborgen, verhuld in onzichtbare geldstromen die zich nauwelijks in de zichtbare oppervlaktes van het (stedelijk) landschap vertalen.

When the bus finally arrived, Robinson had disappeared. To a sexual encounter with a stranger he’d contacted through the internet while we were waiting at the bus stop.

(Robinson in Space)

De toon van de Robinson-films is bewust droogjes. Juist daardoor zijn de meer persoonlijke opmerkingen, vaak tussen neus en lippen door en op diezelfde droge toon gemaakt, geregeld erg geestig. Die telkens verrassende tussendoorobservaties zitten vooral in de eerste twee films, met Scofield als de verteller die Robinson goed gekend heeft en met hem optrok. En daardoor ook zijn eigenaardigheden en tics kende. In 2010 sloot Keiller de trilogie af met Robinson in Ruins, waarin een aantal van de laatste beeldopnames van Robinson zijn teruggevonden in een paar blikken. In die film is de verteller een vrouw van een onderzoeksinstituut (Vanessa Redgrave) en daardoor iets mist van die persoonlijke insteek die London en Robinson in Space kenmerkte en die films een levendigheid geven die in Robinson in Ruins (tevens de langste van de drie films) toch wel een beetje ontbreekt.

His interest in Sterne and other English writers of the 18th century and in the French poets who followed Baudelaire was an attempt to rebuilt the city in which he found himself as if the 19th century had never happened.’

(London)

Opvallend is dat Robinson in zijn onderzoeken nauwelijks verwijst naar bijvoorbeeld archeologen, historici of sociologen, maar vooral naar kunstenaars en dan specifiek veel dichters en schrijvers. Edgar Allen Poe, Mary Shelley, Charles Baudelaire, om er maar een paar te noemen. De reden daarvoor schuilt wellicht in een citaat van filosoof Henri Bergson, dat de verteller aanhaalt in Robinson in Space: ‘If reality could immediately reach our senses and our consciousness, if we could come into direct contact with things and with each other, probably art would be useless, or rather we should all be artists.’

London (1994)

In zijn excursies gaat Robinson ook net zo makkelijk op zoek naar de plek waar in H.G. Wells’ War of the Worlds de Martianen landen, of het huis waar Dracula introk, als naar een haven of parlementsgebouw. Alsof hij geen onderscheid maakt in fictieve en non-fictieve ‘realiteiten’. En ergens heeft hij daar wellicht gelijk mee. Want wie de mens door de tijd heen wil doorgronden moet niet alleen reële, maar juist ook die fictieve plaatsen bezoeken. Laat ik daarvoor een citaat uit een andere trilogie aanhalen, de Imaginationland-trilogie van South Park. Daarin verdedigt Kyle dat fictieve werelden en personages als Luke Skywalker en Jezus een grotere impact op mensenlevens hebben dan de meeste niet fictieve elementen. ‘They might be imaginary, but, but they’re more important than most of us here. And they’re all gonna be around long after we’re dead. So in a way, those things are more realer than any of us.’

In the supermarket we found a café with friendly staff and pleasant, inexpensive food, but there was no sign of anyone writing poetry. At IKEA the restaurant also seemed promising, though it had given up selling wine and beer, but the atmosphere was disappointing, tainted by the ill-humour that so often accompanies questions of interior design.

                                                                                                                      (London)

Een van de belangrijke lijnen die door de trilogie heen loopt is het idee van Engeland als land waar dingen gemaakt werden en vooral het einde daarvan. De combinatie van de mechanisering van de industrie en globalisering hebben het handwerk doen verdwijnen. En Robinson lijkt in dat verdwijnen ook een verband te zien met de afname van de rol van de schrijver en de dichter als chroniqueurs van een tijd en zelfs identiteit. Die moderne supermarkt en de IKEA zijn symbolisch voor die veranderde wereld, van schaalvergroting en het verlies van de ambachten. En in die veranderde wereld is poëzie als een vis op het droge. Maar als de poëten onze ziel niet meer optekenen en blootleggen, wie doet het dan nog, lijkt Robinson zich af te vragen. Misschien zijn de excursies die hij onderneemt, de beelden die hij maakt, er wel een poging toe. Want in die beelden is, ondanks alle grauwheid en treurnis, wel degelijk poëzie te vinden. Poëzie die ons een eigenzinnige blik op de Engelse identiteit gunt.

Leuk? Deel het even!
Leuk? Deel het even!
Written by

Redacteur bij Cine, schrijft daarnaast ook nog onder meer over film bij Biosagenda.nl en over theater bij Theaterkrant.nl. Daalt graag af naar de obscure krochten van cinema en houdt bijna net zoveel van slechte sciencefiction als van goede sciencefiction.

Typ en klik enter om te zoeken