In een tijd waarin satire dikwijls ingehaald wordt door de werkelijkheid, is Borat een stuk minder impactvol dan in 2008. Toen verscheen het typetje van Sacha Baron Cohen in zijn eerste film, Borat: Cultural Learnings of America for Make Benefit Glorious Nation of Kazakhstan. Die oogste vooral lof om de manier waarop Borat, de naïeve journalist uit Kazachstan, giftig gedachtegoed wist bloot te leggen door Amerikanen allerlei seksistische, homofobe en antisemitische uitspraken te ontlokken. Tegenwoordig zien we dergelijke uitspraken dagelijks op Twitter en Facebook. Of we horen we ze bij rally’s van de president. Borats absurde ideeën over joden zijn niet veel belachelijker dan de complottheorieën over de Clintons, die babybloed zouden drinken volgens twee republikeinen die verschijnen in Borat Subsequent Moviefilm.

Dan kun je natuurlijk nóg verder gaan. Zo gaat Borat verkleed als antisemitische karikatuur een synagoge in, waar hij de holocaust ontkent tegenover een holocaustoverlever. De vrouw legt hem geduldig uit dat ze het zelf heeft gezien, waarna Borat juichend de deur uit rent. Hier is Cohen niet bezig iets bloot te leggen. Dit is gewoon willen choqueren om het choqueren. Het feit dat de vrouw (in tegenstelling tot de meeste van Cohens ‘slachtoffers’) werd ingelicht dat Borat een typetje is en Cohen zelf joods maakt de scène op zich niet minder pijnlijk – dat moet je ook maar gelezen hebben.

Sowieso is Borat, als karikatuur van een Oostblokker met gek accentje, een typetje dat het tegenwoordig minder goed doet dan veertien jaar geleden. In Kazachstan zelf hebben ze er weinig moeite mee afgeschilderd te worden als primitief landje; aanvankelijk protesteerde de regering, maar de eerste Borat-film werd door pers en publiek uitstekend ontvangen en is zelfs goed geweest voor toerisme. Immigranten uit het Oostblok hebben echter in een westerse omgeving last van het Borat-effect; hij is toch een soort Apu (van The Simpsons) of Mr. Yunioshi (van Breakfast at Tiffany’s).

Borat heeft ditmaal zijn dochter Tutar (Maria Bakalova) bij zich, die hij cadeau wil doen aan Mike Pence. Het is deels een oplossing voor het probleem dat Cohen tegenwoordig veel meer herkend wordt: als Tutar er in haar eentje op uitgaat is dat gevaar afwezig. Zo kan het dat Rudy Giuliani in de val gelokt wordt in een reeds veelbesproken scène. De voormalig burgemeester van New York en huidig advocaat van Trump laat zich verleiden tot een avontuurtje in een hotelkamer met de als journalist vermomde Tutar, maar Borat onderbreekt als hij net met zijn handen in zijn broek zit. Het officiële verhaal is nu dat Giuliani slechts zijn hemd in zijn broek stopte (Trump in een ronduit seinfeldiaanse Tweet: “It was a TUCK!”). In de scène is er duidelijk meer aan de hand, maar wat doet het ertoe; de republikeinen die Giuliani’s bewering niet geloven, zal het niks kunnen schelen. Er zit niets in Borat 2 dat in de buurt komt van het bizarre optreden van Jason Spencer in Cohens Who Is America?.

De gesprekken tussen Borat en onbekende Amerikanen die hij tegenkomt, als hij bijvoorbeeld een kooi wil kopen voor zijn dochter, zijn soms geestig, maar je vraagt je af of die mensen niet gewoon het spelletje meespelen. Ze zien ook wel dat ze gefilmd worden. Eén gesprek met een zogenaamd nietsvermoedende vrouw is zelfs vanuit drie hoeken geschoten. Het kan niet anders dan dat deze vrouw, die een grotere (en sympathieke) rol krijgt, in ieder geval méér weet dan de film wil doen voorkomen.

Het hoogtepunt van Borat 2 is eigenlijk het moment dat Borat met zijn status geconfronteerd wordt. In een feestartikelenwinkel komt hij een onofficieel Borat-kostuum tegen, om copyrightredenenen ‘Stupid Foreign Reporter’ genoemd. Daar zien we meteen het probleem: in een wereld waarin steeds meer mensen denken als Borat, is hij alleen nog maar een kostuum.