Het ‘mislukken’ van DC’s eerste poging tot een gedeeld filmuniversum is best goed nieuws voor de superheldencinema. Met Man of Steel en Batman v Superman: Dawn of Justice wilde de studio zich in de markt zetten als duistere, serieuze variant op Marvel. Zo veel mogelijk iconische personages werden bij elkaar gegooid in rommelige verhalen vol vage verwijzingen naar de overkoepelende plot. DC dacht van Marvel geleerd te hebben dat je een succesvolle franchise bouwt door te zorgen dat je alle films gezien moet hebben om één film te begrijpen. Fout. De kracht van Marvel is juist dat je prima één film kan kijken zonder de rest gezien te hebben, maar dat je dan zín krijgt om de rest te zien. Batman v Superman smaakte bepaald niet naar meer. De teleurstellende opbrengst van die film en de nog teleurstellender opbrengst van Justice League deed de studio besluiten tot een koerswisseling. Voordat we hoogdravend gaan doen, eerst maar eens een paar degelijke films maken die op eigen benen kunnen staan. De nieuwe DC-films — Aquaman, Shazam! — spelen zich officieel nog steeds af in dezelfde wereld als Man of Steel, maar je zou het niet zeggen.

Voor Birds of Prey geldt hetzelfde. De film is een vervolg op Suicide Squad: een van de meest winstgevende DC-producties, maar ook een film die iedereen snel lijkt te willen vergeten. Iedereen inclusief DC; de verwijzingen blijven beperkt tot een sporadische knipoog. Het enige terugkerende castlid is Margot Robbie als Harley Quinn, de ex van de Joker. Gedurende haar jaren als vriendin van een van de meest gevreesde criminelen in Gotham City heeft Harley heel wat vijanden gemaakt. Nu de relatie voorbij is, krijgt ze dus allerlei wraakzuchtig tuig op haar dak. Onder haar belagers de sadistische gangster Roman Sionis (Ewan McGregor). Toevallig is Roman op zoek naar een gestolen diamant, dus kan Harley een dealtje met hem sluiten: als jij me laat leven vind ik je steen. Probleem is dat de schat zich bevindt in de buik van de jonge zakkenroller Cassandra (Ella Jay Basco), die bovendien gezocht wordt door politieagente Renee Montoya (Rosie Perez). Ook nachtclubzangeres Dinah Lance (Jurnee Smollet-Bell) en een mysterieuze kruisboogschutter (Mary Elizabeth Winstead) raken verzeild in de jacht op de diamant. De plot is een en al toevalligheid en mazzel, maar de vlotte vertelstijl houdt de boel amusant.

Harley becommentarieert wat er gebeurt in een lollige voice-over, die af en toe gevaarlijk dicht bij de irritatiegrens komt — of die ruimschoots overschrijdt, afhankelijk van je tolerantie voor ‘lekker gek doen.’ Het is in elk geval duidelijk dat Margot Robbie plezier heeft in haar rol, net als de rest van de cast. Ook Ewan McGregor geniet er duidelijk van een schurk te spelen: de Schotse acteur gaat zo los dat hij soms helemaal vergeet dat hij een Amerikaans accent zou doen.

Regiseusse Cathy Yan geeft de film de bruisende energie die in Suicide Squad zo gemist werd. Voor het eerst in het DC Extended Universe ziet Gotham eruit als een stad waar niet alleen gelééfd wordt, maar waar je zelfs best een weekendje naartoe zou willen. Wel uitkijken voor rondvliegende kogels, natuurlijk. Daarover gesproken, de actiescènes zijn binnen het genre heel aardig. Soms staat een stuntman duidelijk te wachten op een trap van Margot Robbie, maar dat de vechtscènes zorgvuldig gechoreografeerd en op de set uitgevoerd zijn, in plaats van tot stand gekomen in de montagekamer, spreekt al voor de film. En nee, het is niet geloofwaardig dat Harley in haar eentje al die spierbundels aankan. Ze is nu eenmaal een ontzettende geluksvogel.

Birds of Prey is net als Harley Quinn: rommelig, kleurrijk, mal, gewelddadig, soms bloedirritant, soms aanstekelijk enthousiast, meestal vermakelijk. Van Harley heb ik eigenlijk wel genoeg gezien; als bijpersonage is ze een stuk charmanter dan als protagoniste. Maar die andere vrouwen, die zich gedurende de film ontpoppen tot superheldinnen, die hebben me overtuigd. Het DC-universum staat goed op de rails. Ik heb zin in nog een Birds of Prey.