Sommige wonden genezen niet. Over dat soort wonden gaat Kantemir Balagovs Beanpole. De film speelt zich af in naoorlogs Leningrad en gaat over mensen die zoeken naar houvast in een wereld die geen vaste omtrekken meer heeft. Mensen die zich vastgrijpen aan anderen die zelf nauwelijks meer vaste vorm hebben.

Beanpole is een film die je lichaam binnendringt en zich daar nestelt. ‘“Women’s” war has its own colors, its own smells, its own lighting, and its own range of feelings. Its own words’, schrijft Svetlana Alexievich in The Unwomanly Face of War. Dat boek, waarin Russische vrouwen die vochten in WOII aan het woord komen, was een inspiratiebron voor Balagov. Om de verhalen, maar ook om die essentie, zo lijkt het. Want Beanpole is een zintuiglijke film die anders voelt, klinkt en eruit ziet dan de doorsnee, ‘mannelijke’ oorlogsfilm.

In de eerste momenten is het beeld zwart en klinkt een zacht, gebroken gekerm. In die duisternis zit Iya opgesloten, die van het front terugkeerde met een hersenschudding en god weet wat nog meer. Haar bijnaam Bonenstaak dankt ze aan haar rijzige gestalte en die catatonische episodes waarin haar lichaam verstijft, soms urenlang, haar ogen zich richten op iets wat alleen zij ziet.  

Vanaf die eerste momenten dompelt Balagov de kijker onder in naoorlogs Leningrad. Het is een film die je niet alleen kijkt, niet alleen hoort, maar ook ruikt, voelt, proeft. De cinematografie van Kseniya Sereda en het geluidsontwerp benadrukken de textuur van deze wereld. In het geluid van voetstappen op houten vloeren, van lepels die over pannenbodems schrapen. De hele film is gedoopt in warmgeel licht waar de kleuren groen en rood voortdurend doorheen sijpelen.

Leningrad is na de oorlog en het tweeëneenhalf jaar durende beleg een gewond dier dat met trillende poten opnieuw probeert op te staan. Iya werkt als verpleegkundige in een hospitaal dat vol ligt met soldaten die in de oorlog ledematen, lichaamsgewicht en vaak nog veel meer zijn verloren. Officieel mag de oorlog dan over zijn, hij zit nog in elk lichaam, in elke blik. Hoe vaak ook wordt benadrukt dat de vrede nu echt aanbreekt, de belofte die dat woord in zich draagt wordt niet ingelost en ligt voor sommigen alleen in de dood.

De terugkeer van Iya’s oude strijdmakker Masha brengt levendigheid, maar ook herinnering. Ze klampen zich aan elkaar vast, maar doen dat met zoveel bagage dat ze de ander omlaag trekken. Hun relatie heeft iets weg van de video Love Knows Many Faces van kunstenaarsduo L.A. Raeven, waarin de tweelingzussen, die lange tijd bijna symbiotisch samenleefden, elkaar onder water duwen en dan weer lijken te redden. Je vraagt je constant af of Masha en Iya beter af zouden zijn zonder elkaar of dan juist reddeloos verloren zouden zijn.

Nieuwkomers Viktoriya Miroshnichenko en Vasilisa Perelygina maken diepe indruk als respectievelijk Iya en Masha. En dat terwijl ze personages spelen waar je nauwelijks grip op krijgt. Die in hun kern versplinterd zijn. Net als de stad waarin ze wonen zijn ze als gewonde dieren, tegelijk kwetsbaar en onaanraakbaar en zich uiteindelijk terugtrekkend in hun hol. Maar het is de vraag of daar geborgenheid wacht.