Zeventien jaar na Bad Boys II keren Will Smith en Martin Lawrence terug als de vlotgebekte politieagenten Mike en Marcus, die ze voor het eerst vertolkten in 1995. Beide eerdere Bad Boys-films waren van Michael Bay en (dus) niet goed. Het superieure-maar-nog-steeds-niet-echt-goede Bad Boys for Life is het Hollywooddebuut van het Belgische regieduo Adil el Arbi en Bilall Fallah (Black, Patser). Ook hun vaste cameraman Robrecht Heyvaert namen ze mee.

Zoals met Patser al bewezen, is het trio goed in het nabootsen van Bays visuele stijl. Heyvaerts imitatietalent werd mooi ingezet in Coralie Fargeats Revenge (2017); zoiets subversiefs hoeven we van Bad Boys for Life niet te verwachten. Deze film is een liefdevolle, nostalgische omarming van Bay en de actiecinema van de jaren 90.

Dat begint leuk: de flashy voortiteling doet verlangen dat meer hedendaagse films het publiek op deze inmiddels ouderwetse manier zouden verwelkomen. Sommige typische Bay-shots zijn ook gewoon cool. De camera die vanuit kikkerperspectief om de personages heen omhoog draait: dat werkt nog steeds, weten El Arbi en Fallah al te goed. De agressief felle kleuren, de close-ups, allemaal prima. Zelfs de ontelbare whip-pans met swoosh-geluidseffect wennen op den duur. Maar in een actiefilm wil je toch actie zien. En op dat gebied mag Bay zijn verdedigers hebben, ik zou de meeste van zijn achtervolgings- en vechtscènes eerder chaosscènes dan actiescènes noemen.

Ook aan die stijl zijn El Arbi en Fallah trouw. Op een paar vuistgevechten na zijn hun actiescènes te onduidelijk geschoten en gemonteerd om spanning te creëren. In auto-achtervolgingen mist overzicht, vuurgevechten zijn vaak niet veel meer dan close-ups van schietende wapens en medium shots van objecten die beschoten worden. Er is een moment dat Mike en Marcus zich verschuilen voor een kogelregen achter een groot houten wiel. Zodra ze besluiten dat het mooi geweest is en wegrennen, explodeert dat wiel. Dat soort logica.

Opvallend is dat Mike en Marcus meer diepgang krijgen dan in de vorige twee delen. Marcus wordt opa en besluit het rustiger aan te doen, Mike denkt nog steeds dat hij een jonge hond is. De film verkent hetzelfde terrein als Skyfall (2012) met voorzichtige vragen over de houdbaarheid van het soort masculiniteit dat de helden vertegenwoordigen. Maar om nu te zeggen dat het interessant drama oplevert. Mike blijft vooral een vervelende klootzak, en Lawrence’ acteerbereik is niet groot genoeg om Marcus het driedimensionale personage te maken dat het verhaal wellicht in zich had.

Fans van de vorige twee kunnen tevreden zijn met een vertrouwd weerzien. Wat mij betreft bewezen de reeksen John Wick, The Fast and the Furious en Mission: Impossible het afgelopen decennium dat actiecinema het station Michael Bay inmiddels gepasseerd is. Ik hoef niet terug.