Nu aan het lezen:

Au bout des doigts

Au bout des doigts

Au bout des doigts slijt tegeltjeswijsheden over talent en hard werken. Een vals verhaal over opklimmen uit de goot, een middenklassefantasie die grossiert in betutteling.

Voor de personages van Au bout des doigts zou het leven zonder muziek een tragische vergissing zijn. Jonge kruimeldief Mathieu (Jules Benchetrit) leeft zich tussen het stelen door uit op klassieke muziek. Thuis in de banlieue heeft hij een piano staan, maar hij bespeelt ook graag de publiekelijk toegankelijke op het treinstation. Daar ontmoet hij conservatoriumdirecteur Pierre Geithner (Lambert Wilson), die als door bliksem geslagen onder de indruk is van Mathieu’s talent. Aangezien Pierre al jaren kampt met de dood van zijn zoon, is dit voor hem het moment Mathieu onder zijn hoede te nemen en uit het niets klaar te stomen voor het meest prestigieuze pianoconcours van Frankrijk.

Ondanks de opzichtige dialogen die het tegengestelde trachten te bewijzen, riekt Au bout des doigts naar betutteling. Het middenklasseleven van comfort en materialisme lijkt vanzelfsprekend. En geeft het recht om voor arme mensen te denken. De plotselinge steun van Mathieu’s voormalige partners in crime wekt de suggestie dat uiteindelijk iedereen een leven van gezapig consumentisme ambieert. Diepere oorzaken van criminaliteit en armoede schuiven regisseur Ludovic Bernard en co-scenarist Johanne Bernard onder het tapijt. Alsof er vooral sprake is van foute levenskeuzes, waarvan een welvarender persoon je kan redden vanuit de goedheid van zijn hart.

Wanneer Mathieu niet Brahms of Liszt ten gehore brengt zorgt Harry Allouche’s muziek voor verplichte bombast. Dankzij een strenge doch rechtvaardige lerares (Kristin Scott Thomas) schiet de romantisering hier niet zo ver door als in Werk ohne Autor. Toch is er sprake van een verheerlijking van de artiest waaraan een beperkend individualisme ten grondslag ligt. Mathieu’s talent is een grondstof en zijn mentoren de mijnwerkers.

Au bout des doigts brengt de vervoering met vakmanschap. Jules Benchetrit bezit echter niet het enigma van een Mathieu Lucci (L’Atelier), maar Lambert Wilsons bezetenheid is innemend in zijn intensiteit. En Karidja Touré is voorkomend als Mathieu’s vriendinnetje Anna. Ludovic Bernard verkwanselt de chemie tussen de tortelduifjes met toeristische kiekjes in hartje Parijs, maar toont zich bekwaam in de buurt van de piano. Met vallen en opstaan Rachmaninoff leren krijgt een opzwepende behandeling waar de gouden handen vernuftig in het geheel verweven zijn.

Met deze vlotheid positioneert Au bout des doigts zich dit jaar net als Le grand bain als een vlug Frans exportproduct. Een middenklassetunnelvisie is eigen aan beide films. Maar buiten de kortzichtige betutteling om raakt Au bout des doigts ook valse noten met een gekunsteld verhaal. De flashbacks naar Mathieu’s eerste leraar hebben een mierzoet karakter, grenzend aan kitsch. Repetitief besluit Mathieu te stoppen en dan toch niet, zonder dat de beide Bernards gebruik maken van alle potentiële obstakels. Achterkamertjespolitiek in het conservatorium komt neer op vele malen roepen dat het nooit gaat lukken (natuurlijk wel!). Anna is zich onbewust van Mathieu’s achtergrond, maar niet dat het wat uitmaakt als de aap uit de mouw komt. Mathieu krijgt geen pijnlijke keuzes, want uiteraard vindt iedereen dat je altijd voor je droom moet gaan. Daarmee is Au bout des doigts niet alleen ongeloofwaardig, maar bovenal ook nep.

Leuk? Deel het even!
Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken