Nu aan het lezen:

Animonday: Mirai

Animonday: Mirai

In Animonday kun je elke maandag terecht voor een verse dosis animatienieuws, aankondigingen van animatiefestivals, -retrospectieven en -events. Daarnaast ook teasers, trailers, leaders, virals en ander geanimeerd vermaak. Vandaag een recensie van de Japanse animatiefilm Mirai.

Ongeduldig drukt de vierjarige Kun zijn neus tegen het raam. Hij wacht op zijn ouders, die elk moment thuis kunnen komen met zijn pasgeboren zusje. Maar zijn aanvankelijke enthousiasme daarover wordt al snel getemperd wanneer hij merkt dat met haar komst alle aandacht in het huis verlegd is van hem naar dat kleine meisje in haar wiegje. Onbegrijpelijk, vindt Kun, want wat is er nu aan zo’n mensje dat alleen maar slaapt en krijst en waarmee je niet kunt buitenspelen?

Mirai, de nieuwste film van de Japanse animatiefilmmaker Mamoru Hosoda, gaat over de impact die een broertje of zusje heeft op het leven van een eerstgeborene. De tot dan toe als centrum van het huishouden opgegroeide Kun moet leren delen. Dat gaat gepaard met onbegrip en driftbuien, die hem vaak het huis uit en de tuin in doen stormen. En dan transformeert die tuin plots tot andere werelden waar hij onder meer zijn hond Yukko in mensgedaante tegenkomt en later ook zijn opa in diens jonge jaren en zijn zusje in haar tienerjaren. Dat spel met tijd doet denkena an zijn doorbraakfilm The Girl Who Leapt Through Time en helpt Kun om het leven en zijn positie vanuit andere en grotere perspectieven te zien. Een verwarrende, maar uiteindelijk leerzame ervaring.

Hosoda combineert in Mirai handgetekende animatie met CG animatie. Vooral het met de hand schilderen van de achtergronden, zoals in deze film gebeurt, is een uitstervende techniek. Zijn animatiestijl is in sommige opzichten verwant aan Studio Ghibli (grote ogen, bebloste wangen en fantasie-elementen), maar toch er zijn ook significante verschillen. Daar zit een geschiedenis achter. Hosoda werd al vroeg in zijn carrière benaderd voor de regie van Howl’s Moving Castle, maar de samenwerking liep stuk op een artistiek verschil van inzicht. Hosoda beschouwt de breuk achteraf gezien als een gelukkige. Het maakte voor hem de weg vrij om een eigen stem en signatuur op te bouwen als animatiefilmer.

Die eigen signatuur is vooral de consistente worteling in realisme. Het gezin woont weliswaar in een wat vreemd huis (‘dat krijg je natuurlijk als je met een architect trouwt’, zoals de zus van Kuns moeder opmerkt), maar verder is het een doodgewoon gezin in een doodgewone buurt. Voor de animatie van de personages werkte Hosoda samen met het echtpaar Hiroyuki Aoyama en Ayako Hata, met wie hij ook onder meer Wolf Children maakte. Net als in die film zijn er fantasy-elementen, maar zijn de personages realistisch. Zo is Kun levensecht in zijn frustrerende irrationaliteit. En ook de dynamiek tussen de ouders wordt niet geromantiseerd. Er wordt gekibbeld over wie het huishouden moet doen en getwijfeld of ze wel goede ouders zijn.

Maar ook de fantasiescènes in Mirai vertrekken, voor een aanzienlijk deel althans, vanuit realisme. Dit is niet het verhaal van een kind dat verloren raakt in een fantasiewereld. De fantasiewereld is veel meer in de lijn van bijvoorbeeld Pan’s Labyrinth, van Guillermo del Toro, rechtstreeks geënt op de realiteit, een weerslag daarvan. En zo voor het kind een manier om te leren omgaan met die realiteit. De enige sequentie waarin alle remmen echt los gaan, is in de laatste twintig minuten van de film, wanneer Kun dusdanig in de war is dat hij zelfs aan zijn eigen identiteit twijfelt. Hier is de animatie ook het verst verwijderd van de meer naturalistische stijl die Hosoda tot dan toe hanteert. De CG neemt grotendeels over en de animatie is meer gepolijst en fotorealistisch, en gek genoeg juist daardoor voelt de sequentie minder realistisch dan de handgetekende delen, ook door verstorende elementen als de fantastisch vormgegeven 2D-spoorwegbeambte die Kun vraagt zijn identiteit te bewijzen.

Die laatste twintig minuten, met een bijna op hol slaand ritme dat de chaos in het hoofd van Kun voelbaar maakt, zijn weergaloos goed. Maar ze werken ook door de aanloop en het verschil in animatiestijlen. Het laat zien dat Hosoda zeker geen maker is die krampachtig vasthoudt aan verdwijnende animatietechnieken, maar wel iemand die de betekenis gevende waarde ziet van het combineren van ambachtelijke en moderne technieken. Precies door de slimme inzet van die combinatie weet hij aan die laatste twintig minuten, waarin Kun via een angstaanjagende chaos leert begrijpen wat het betekent om een grote broer te zijn, zo’n emotionele impact te geven. 

Leuk? Deel het even!
Leuk? Deel het even!
Written by

Redacteur bij Cine, schrijft daarnaast ook nog onder meer over film bij Biosagenda.nl en over theater bij Theaterkrant.nl. Daalt graag af naar de obscure krochten van cinema en houdt bijna net zoveel van slechte sciencefiction als van goede sciencefiction.

Typ en klik enter om te zoeken