Nu aan het lezen:

Animonday: Mind My Mind

Animonday: Mind My Mind

Mind My Mind is de officiële Oscar-inzending van Nederland voor Best Animated Short, en gooit op alle festivals waar hij draait hoge ogen, getuige de vele publieksprijzen. De korte film is binnenkort ook te zien op het Nederlands Film Festival. Genoeg aanleiding voor Theodoor Steen om in deze Animonday te praten met Floor Adams, de regisseur van Mind My Mind.

Ik kwam een jaar geleden in contact met Floor, via een producent van Mind My Mind, die mij kende als filmjournalist én autist. Ik werd derhalve gevraagd naar mijn mening, want Mind My Mind gaat over een autistisch personage, Chris, en symboliseert de worstelingen die hij dagelijks meemaakt aan de hand van een mannetje dat in zijn hoofd woont. Dit mannetje, Hans, beheert de (sociale) scripts in het hoofd van Chris en soms loopt dat spaak. Voor mij als autist was het een van de weinige keren dat ik naar een personage als ikzelf zat te kijken, dat ik me herkende in de autist op het scherm. Vooral omdat deze film verteld wordt vanuit Chris en niet, zoals bij veel media over autisten, vanuit de omgeving. Films met een goede representatie van autisme zijn op één hand te tellen, dus ik was vooral benieuwd naar hoe Floor dit, als niet-autist, aangepakt heeft. 

Voor Floor begon de film een aantal jaar geleden, vertelt ze: ‘Ik heb jarenlang animatieles gegeven aan autistische jongeren. Een van mijn studenten vertelde tijdens een pauze over het metrosysteem in Tokio. Hij wist er alles over te vertellen: haltes, de treinen, hoeveel suïcidepogingen er per jaar waren… “Maar waar bewaar je die informatie allemaal? En waarom?” vroeg ik. Hij vertelde dat hij het gewoon interessant vindt en dan onthoudt. En dat het ‘wel leuk’ lijkt allemaal, maar dat hij niet in staat is zijn dag goed in te delen of zijn huiswerk te maken. Dat zette me aan het denken: hoe ziet dat er van binnen uit? Hoe werkt zo’n brein? Rond dezelfde tijd kreeg ik een kortstondige relatie met iemand met autisme. Tot die diagnose kwam, had ik dat nooit vermoed. Dat was een vreemde gewaarwording: te werken met autistische mensen maar het niet herkennen buiten die context. Dat er zo’n verborgen wereld in iemand schuilgaat.’

Voor Floor was het belangrijk dat autisme goed in beeld werd gebracht: ‘Autisme is voor velen erg ongrijpbaar en cryptisch. En in veel gevallen ook onzichtbaar, of gemaskeerd. Maar de dagelijkse worsteling is groot en daarom belangrijk om oog voor te hebben. Animatie is een prachtig medium om dit te visualiseren.’

Om dat ze een accuraat beeld wilde neerzetten van autisme heeft ze in het hele research- en schrijfproces verschillende autistische mensen geconsulteerd: ‘Er ging een lange tijd van research aan vooraf, waarin ik oud-studenten vragenlijsten stuurde, veel boeken en wetenschappelijke artikelen las en gesprekken voerde met autisme-experts. Ook de man met wie ik even samen was kon ik alles vragen. Over de tijd dat we samen waren, en hoe hij die periode ervaren heeft. Maar ook over zijn jeugd. Ik heb een boek waarin zijn moeder herinneringen opschreef, mogen gebruiken. Het was heel bijzonder te beseffen dat ik me van zoveel dingen niet bewust was, terwijl ik hem wel van heel dichtbij meemaakte. Dat er een hele strijd schuilgaat in iemands hoofd, terwijl je dat aan de buitenkant echt niet ziet. En ook dat je pas meer te weten komt wanneer je de juiste vragen stelt.’

De betrokkenheid van autistische mensen hield niet op tijdens het maken zelf: ‘Ook tijdens de pre-productie ben ik ze blijven lastigvallen met vragen over zaken als verliefdheid en overprikkeling. Ik heb ze scriptversies laten lezen en animatics laten bekijken om maar zeker te zijn dat Mind My Mind een zo accuraat mogelijke representatie van autisme zou geven. Voor het inkleuren van de film ben ik jarenlang geholpen door verschillende mensen met autisme. Zij waren deelnemers van de UNIT Academie, de plek waar ik jaren terug zelf als animatiedocent werkte. Allen enorm getalenteerd op het gebied van beeldende kunst, en gelukkig vonden ze in mijn studio een fijne, rustige werkplek. Het was ook ontzettend fijn dat ze aan de film mee wilden werken. Tijdens de productie hebben we test-screenings georganiseerd waar we ook andere autistische mensen voor gevraagd hebben. De reacties waren zo lovend, ondanks de onaffe en ruwe staat waarin de film toen nog was. Toen wist ik zeker dat we echt op de goede weg zaten. Ik krijg regelmatig mooie reacties van festivalbezoekers per mail, die zich in de film herkennen.’

Op de vraag hoe ze uiteindelijk erop kwam om autisme op deze manier vorm te geven, antwoordt Floor dat dat niet zonder slag of stoot ging: ‘Je moet een compleet nieuwe logica bedenken. Ik heb eerst vooral in woorden en op briefjes in kaart gebracht wat de belangrijkste kenmerken van autisme zijn, hoe dit proces intern verloopt en wat de obstakels zijn. Dit ging hand in hand met het schrijven van het scenario, omdat het dramaturgisch ook moest blijven kloppen. Bijvoorbeeld: de sociale scripts die Hans, het mannetje in het hoofd van Chris, gebruikt konden niet in de buurt van zijn bureau liggen. Er moet letterlijk tijd overheen kunnen gaan voor Hans om de juiste informatie te vinden, waardoor het logisch is dat het Chris tijd kost om te schakelen bij een nieuwe situatie, of om antwoord te geven op een vraag. Daarom bevindt de bibliotheek in Hans’ hersenhuis zich op een lager gelegen verdieping. Maar deze nieuwe logica moest natuurlijk wel in alle situaties blijven kloppen. Dat was nog best een uitdaging.’ 

Uiteindelijk zorgde dat ervoor dat Mind My Mind een best complexe film is geworden. Hij duurt dertig minuten, wat lang is voor een korte film. Floor: ‘Ik wilde een film maken van ongeveer 11 minuten. Bij de eerste animatic ging hij daar al overheen. Ik heb geprobeerd hem op 15 minuten te houden. Uiteraard vanwege de financiering, maar ook om het voor festivals aantrekkelijker te maken hem te programmeren. Dit lukte, totdat de vertaling van de dialoog naar Engels goed gemaakt was, en we de stemopnames gemaakt hadden. Dit resulteerde in langere zinnen, en een immer doordenderend verhaal, zonder enige adempauze. Om de lucht terug te krijgen en de impact op de kijker te vergroten moest er meer tijd genomen worden. Meer komma’s, een punt hier en daar. Meer dynamiek. Een van mijn grootste angsten was dat publiek het verloren tijd zou vinden. Dat ons grote team had geloofd in iets wat ik niet waar kon maken en dat al die jaren productietijd voor niets waren geweest. En natuurlijk probeerde ik dit te voorkomen door test-screenings en tussendoor feedback te vragen aan experts en collega’s. Maar zeker weten doe je het nooit.’

Inmiddels draait Mind My Mind met groot succes op veel festivals, waar de film al meerdere publieks- en juryprijzen heeft gewonnen. Een bijzondere ervaring voor Floor: ‘Voor sommige festivals is hij te lang. We hebben reacties gehad van festivalprogrammeurs dat ze hem graag hadden willen hebben maar dat ze hem niet kwijt konden. We zijn dan ook erg dankbaar dat hij zo’n mooie ‘run’ heeft tot nu toe. Het voordeel van de lengte is dat het de tijd geeft aan het publiek om in het verhaal te zinken en mee te leven met de karakters. Dat is met vertoningen steeds prachtig hoorbaar in de zaal.’

Als ik haar vraag wat haar favoriete ervaring tot nu toe is twijfelt Floor: ‘De juryprijzen zijn een geweldige erkenning. Maar dat publiek juicht omdat Mind My Mind de publieksprijs wint is helemaal fantastisch. Daar doe je het immers allemaal voor… Wat dat betreft was het moment dat hij op zijn premièrefestival, ANIMA Brussel, gelijk de Audience Award won echt overweldigend en onwerkelijk. Maar de Q&A met Whoopi Goldberg op Tribeca Film Festival was dat ook. Moet ik echt kiezen?’

Leuk? Deel het even!
Leuk? Deel het even!
Written by

Theodoor Steen is een 29-jarige Utrechtse filmprogrammeur (voor onder andere Camera Japan) en filmjournalist (voor Cine en Schokkend Nieuws) voor wie het woord ‘bombast’ werkt als een rode lap op een stier, of een vlam op een mot. Film is voor hem voornamelijk een visueel medium, en plot, hoewel belangrijk, acht hij van ondergeschikt belang voor een interessante kijkervaring. Hij vindt Canada één van de meest ondergewaardeerde film-industrieën. Vrienden vragen hem om in godsnaam op te houden over Southland Tales, de Wachowskis, Ken Russell, religieuze symboliek, The Leftovers, LGBTQIA-cinema, en ‘waarom Nederlandse film wél geweldig is’. Begin niet tegen hem over Zack Snyder, Ruben Ostlund of Jagten, want het gejeremieer dat je dan te horen krijgt is niet van de lucht.

Typ en klik enter om te zoeken