Maar liefst driehonderd animatiefilms zijn er van 31 maart tot en met 5 april online te zien bij het Kaboom Animation Festival. Wederom is er voor elk wat wils, ook voor de politiek geëngageerde kijker. In drie speelfilms gaan jonge meisjes hun eigen weg ten tijde van maatschappelijke verandering, en doorbreken zo verwachtingspatronen opgelegd door hun sociale omgeving en door de staat. Wilskracht is de superkracht van deze helden.

De jonge en vrijmoedige Martha Jane uit Calamity droomt en tiert. Ze hoort bij een konvooi dat in 1863 in het Wilde Westen op zoek is naar een plek met vruchtbare grond. Als andere kinderen haar plagen, schreeuwt ze zelfverzekerd terug. Ze wil de huifkar leiden, paardrijden en net zo goed lasso werpen als haar vader, om in zijn voetstappen te treden nadat hij gewond is geraakt. Martha Jane is haar eigen leermeester en onderwijst zichzelf in het geheim. Zo doet ze een gooi naar onafhankelijkheid, en kiest ze ervoor om broeken te dragen en haar haren kort te knippen. Al deze stampij bezorgt haar de bijnaam Calamity. Haar baldadigheid brengt haar al snel in de problemen, maar het is uiteindelijk dezelfde bravoure die haar uit benarde situaties kan helpen.

Het kleurenpalet is impressionistisch, waarbij licht en schaduw elk ogenblik het gehele palet kunnen veranderen. Vooral het moment waarop Martha Jane de zonsopgang tegemoet rijdt op haar paard is adembenemend. Niets in de film is omlijnd, waardoor de kleuren elkaar versterken. De stijl zorgt voor een welkome rust in deze tweede film van regisseur Rémi Chayé, waarin het vele gebekvecht tussen personages al voldoende dynamiek voortbrengt. Op geen enkel moment onderschat Martha Jane zichzelf en neemt ze telkens zonder tegensputteren eigen beslissingen. Het personage is gebaseerd op Calamity Jane, die in diezelfde tijden berucht en gevreesd was om haar aan mannen toebehorende streken op de grote vlaktes. 

Voor Martha Jane is het gelijk duidelijk wat ze wil en wat ze vindt. Voor de onwetende twaalfjarige Fritzi is dat wel anders in Fritzi: A Revolutionary Tale, een film uit 2019 van regisseurs Matthias Bruhn en Ralf Kukula. Al lopen in 1989 de politieke spanningen hoog op in de DDR, ze leidt alsnog een comfortabel leventje en brengt het liefst de tijd door met haar beste vriendin Sophie en diens hond Sputnik in hun boomhut. Totdat Sophies moeder haar dochter meeneemt om via de Hongaarse route Oost-Duitsland te ontvluchten. Dit wakkert Fritzi’s interesse aan in de strijd van vele Duitsers voor hun vrijheid en ze besluit om de hond naar haar vriendin te brengen en de bewaakte grens met eigen ogen te zien. 

Zonder het belang van het politieke thema te bagatelliseren, is Fritzi: A Revolutionary Tale een met vrolijke kleuren geanimeerde avonturenfilm voor kinderen, met een voor hen geschikte balans tussen spanning en ontlading. De personages zijn als karikaturen: de Stasi zijn de typische slechteriken, boze mannen van wie de achtergrond niet kennen. De strenge docent doet denken aan Danny DeVito’s juffrouw Bulstronk uit Matilda. Met zulke personages is Fritzi’s boetedoening voor haar acties niet altijd even geloofwaardig, maar het blijft natuurlijk een kinderfilm die prima voldoet ter aanvulling op een geschiedenisles over de DDR. En met een beetje geluk zullen de jonge kijkers zelf ook rebellie gaan romantiseren.

Opgroeien in een tiranniek land waarin het volk zich voorbereidt op een oorlog die maar niet begint, brengt zorgelijke gewenning teweeg. Zo zegt Fritzi doodleuk dat ze niet bang is om doodgeschoten te worden bij de grens. Hetzelfde geldt voor Ilze in het droefgeestige My Favorite War uit 2020. Deze grotendeels geanimeerde documentaire toont de memoires van regisseur Ilze Burkovska-Jacobsen zelf, over haar jeugd tijdens de Koude Oorlog in Letland, toen nog onderdeel van de Sovjet-Unie. De animatie wisselt af met archiefbeelden en recente interviews tussen de documentairemaakster en een oud-klasgenoot. Hierin vertellen ze, soms geëmotioneerd, over hun ervaringen als tiener in die tijd. 

Burkovska-Jacobsen verbeeldt haar herinneringen met uitgesneden animatie, waardoor de personages zich stroef bewegen. Ze hebben ook gitzwarte ogen. Het is daardoor lastig om emotie te herkennen, hoewel dit juist indruk maakt: ze worden klaargestoomd voor de oorlog en lijken ervan overtuigd dat de Sovjet-Unie het beste land ter wereld is. Wat ze werkelijk denken, is giswerk, gezien ze zelfs twijfels niet mogen uitspreken. Ilze is echter van plan om daar verandering in te brengen en besluit om journalist te worden. In een interview met de BBC gaf de regisseur aan met deze documentaire bij te willen dragen aan het helingsproces van een collectief trauma door een tijd waarin deportatie van andersdenkenden en militaire trainingen voor kinderen alledaags waren. Aan diezelfde kinderen werd beloofd dat de oorlog zou zorgen voor voldoende voedsel voor iedereen. Ze stonden paraat om te vechten voor een beter leven.