Waar we vorige week in de Animonday aandacht hebben besteed aan animatie uit de jaren 80, werpen we in deze editie een blik op een ondergewaardeerde animatieserie uit de jaren 90, namelijk de Canadees/Amerikaanse serie Eek! The Cat. En tot mijn grote blijdschap krijg ik daarin gezelschap van mede-Eek! Fan Dominique van Varsseveld. 

LvH: ‘Hi Dominique, bedankt dat je me wil vergezellen in deze trip down memory lane! Kan jij je herinneren wanneer je voor het eerst kennis maakte met Eek! The Cat?’

DvV: ‘Hi Luuk! Anytime animatie-broeder. Tijdens het Mega-Blubber-Power-tijdperk raakte ik verslaafd aan de paarse geanimeerde kat. En don’t get me wrong, ik ben echt een hondenmens. Niet uit gebrek aan waardering voor de meer klauwig-georiënteerde mensenvrienden; kattenharen zijn mijn kryptonite. Toch was Eek! The Cat voor deze negenjarige Telekid onweerstaanbaar. 

Eek is de ultieme optimist. Die ene bijzondere vriend die, nadat je al zijn knikkers hebt gestolen, zijn boterhammen in de prullenbak hebt gegooid en Fristi in zijn nek hebt gegoten, toch voor je klaar zou blijven staan. Typerend hiervoor is de relatie tussen Eek en Sharky the Sharkdog, een sadistische haai-hond. Wereldverbeteraar Eek komt telkens in Sharky’s vaarwater terecht, omdat hij aan het daten is met zijn baasje Annabel. Lang voordat Beavis en Butthead het leven van de zingende leraar Mr. van Driessen zuur maakten en Cartman uit South Park het levenslicht zag, was Sharky het animatiepersonage met een gewelddadige obsessie voor blije hippies.’

LvH: ‘Alhoewel sommige grappen in de serie cynisch of gemeen zijn, is de overheersende toon van Eek! The Cat eigenlijk bijzonder positief. Eek’s lijfspreuk is: “It never hurts to help!” en op het eerste gezicht wordt deze instelling constant ondergraven en belachelijk gemaakt in de serie. Eek’s montere, behulpzame houding en naïeve blik zorgen er immers voor dat hij constant overreden, platgewalst, in elkaar gerost, afgefikt en gemangeld wordt. En toch zorgen zijn inspanningen er uiteindelijk voor dat zijn vrienden geholpen en gered worden. De boodschap van Eek! The Cat is in mijn ogen zowel realistisch als diep humanistisch: elkaar helpen is vaak juist niet de gemakkelijkste optie en kan je opbreken, maar het is wél moreel juist om te doen.’ 

DvV: ‘Een filosofische boodschap achter de platte animatie-persiflage op een loser die, ondanks zijn goede bedoelingen, aambeelden en sloopballen naar zijn hoofd gesmeten krijgt? Food for thought, Luuk. 

Eek heeft duidelijk een blinde vlek voor de duistere kanten van zijn medewezens. De gelaagdheid vind ik in de personages en de setting. De bad guys in deze kinderserie kunnen diep cynisch zijn, zoals bijvoorbeeld de kettingrokende, in het Frans vloekende squishy bear Pierre. En in de premisse van Eek side-show The Terrible Thunderlizards zijn de dinosaurussen beschaafd en thuis in moderne technologie en de mensen primitieve holbewoners. Oermensen Bill en Scooter denken telkens dat ze iets als eerste uitvinden, terwijl het in de dinosaurus-beschaving allang bestaat.’

Wat is jou het meest bijgebleven uit Eek! The Cat?’

LvH: ‘De allereerste aflevering die me bij is gebleven was de kerstspecial It’s a Wonderful Nine Lives, waarin alle dialogen in rijm zijn gegoten: “Kumbaya, it’s Santa Claus! He’s racing across the heaven! I hope he doesn’t slam into that 747!” Ik ben nog steeds een groot fan van zorgvuldig geschreven dialogen. De intertekstualiteit was ook een aspect dat meteen boeide, al werd er veel verwezen naar films, series of personen waar ik toen nog nooit van had gehoord. Ergens leverde dat juist extra plezier op: toen ik Apocalypse Now zag, klikte er iets toen Dennis Hoppers maniakale personage opdook. Daar was Mittens dus op gebaseerd! (De Apocalypse Now-parodie is trouwens ook een hoogtepuntje van de show.) En toen ik gisteren een aflevering terug keek waarin Sharky en Eek per ongeluk in Rome belanden, worden ze gecast in een goedkope Italiaanse avonturenfilm met slechte dubbing en belabberde special effects. Mede dankzij Eek is mijn liefde voor populaire cultuur opgebloeid, durf ik wel te zeggen.’

DvV: ‘Dat is bijzonder. Ik denk ook nog regelmatig terug aan Eek. We waren te jong  om de vele referenties naar populaire cultuur en de parodieën te begrijpen, en toch werkte de serie constant op de lachspieren. De grappen zijn laagdrempelig en toch scherp. Misschien zit het erin dat de serie conflicten in de menselijke natuur uitvergroot, maar niet per se versimpelt. In A Sharkwork Orange wordt Sharky, nadat hij de buren, Eek zijn staart en een vrachtwagen met explosieven aan stukken heeft gescheurd, naar een niceness therapy-centrum gestuurd. Vastgebonden aan een rolstoel moet hij onder de o-benen van een gigantische postbode met ontblote kuiten doorrijden. Maar als de therapie uiteindelijk werkt gaat het niet beter. Eenmaal buiten ziet Sharky de drilboor van een bouwvakker aan voor een stuiterende smiley die met hem wil spelen. Daarmee brengt hij de wereld uiteindelijk veel meer schade toe, door zichzelf in een keurslijf te drukken. Eek komt tot de conclusie dat je je ware aard niet kan parkeren, en het beter is om met alle kanten van jezelf door de wereld te leren navigeren. Humanistisch indeed, Luuk.’

LvH: ‘Bedankt voor je bijdrage, Dominique! Het was een waar genoegen om met je over Eek te geeken. Eek! The Cat is helaas op dit moment alleen te bezichtigen via schimmige online kanalen in een niet bijster indrukwekkende kwaliteit. Dat hoeft echter niet zo te blijven: in 2001 kocht Disney de gehele catalogus van Saban Entertainment op, waar Eek! The Cat ook onderdeel van was. Dat kan linea recta op Disney+ dus. En dat is nog maar het begin! Kevin Feige, ik heb een briljant idee voor een live action film noir met Howard the Duck en Eek in de hoofdrollen. Bel me!’