Nu aan het lezen:

Aladdin

Aladdin


Aladdin (1992) was de eerste Disneyfilm die een direct-naar-video-vervolg kreeg: een mijlpaal in de Disneytraditie van cynische uitmelkerij. The Return of Jafar (1994) is een haastig in elkaar geflanst product met lelijke animatie. Maar een betere film dan de live-action-remake van Aladdin. Die live-action-trend is zo’n beetje de prestigieuze high-budget versie van het direct-naar-video-vervolg en Aladdin is daarvan het beste bewijs.

Ik woon niet ver van de Amsterdamse Westermoskee, het mooiste gebouw dat het afgelopen decennium in mijn stad is neergezet. Een Turkse moskee in de stijl van de Amsterdamse School: groots, maar niet protserig, het hoogtepunt van de straat maar perfect in evenwicht met de omgeving. Een veel indrukwekkender gebouw dan het paleis van de sultan in Guy Ritchies Aladdin.

Het is misschien gek om in een bespreking van een avonturenfilm te beginnen met de decors, maar dat was altijd een belangrijk onderdeel van de traditie waarin Aladdin staat. Belangrijke inspiratiebronnen voor Disneys tekenfilm waren The Thief of Bagdad (1924) en de remake daarvan uit 1940. Eerstgenoemde film staat bekend om de prachtige decors, waarin ontwerper William Cameron Menzies klassieke Islamitische kunst combineert met art-deco. De versie uit 1940 kent een paar van de mooiste matte paintings in de filmgeschiedenis: kleurrijke schilderijen van prachtige sprookjeslocaties, die dienen als kunstmatige achtergrond.

En wat zien we in 2019? Een volstrekt inspiratieloze herkauwing van oriëntalistische clichés. Een paleis dat minder opvalt dan een gebouw bij mij om de hoek. Scènes die grootse spektakelstukken moeten zijn zoals het nummer Prince Ali, voelen benauwd, want zijn duidelijk opgenomen op een soundstage en belicht en geschoten als een aflevering van Friends.

Maar hoe is Will Smith als de geest? Het eerste wat opvalt, is de schokkend lage kwaliteit van de CGI. Geen moment geloof je dat Smiths gezicht thuishoort op het geanimeerde blauwe lichaam waar het digitaal is opgeplakt. Nep uitziende digitale decors zijn we wel gewend van grote studio’s, maar zo’n prominent effect dat zo slecht is uitgevoerd, dat hebben we het afgelopen decennium niet gezien. Ik denk niet dat het animatieteam incompetent is; ze hebben gewoon te weinig tijd gekregen. De geest is niet af.

En Smith speelt hem alsof hij dat weet. Geen moment lijkt hij de vertrouwen in zijn rol. Aan het begin van Prince Ali verschijnt hij met een gigantische tulband op. Maar hij draagt die tulband niet; die tulband draagt hém. Het zelfvertrouwen van de Fresh Prince is nergens te bekennen. Helemaal niet als hij moet zingen: hij kan geen toon houden, en erger, hij weet dat, dus hij gaat er maar half voor, duidelijk geholpen door autotune.

Dat je niet hoeft te kunnen zingen om in een filmmusical te spelen is al langer bekend (zie La La Land), maar Aladdin is een voorlopig dieptepunt. Niet alleen Will Smith, ook Mena Massoud als Aladdin zingt zonder zelfvertrouwen en mét autotune. Naomi Scott (Jasmine) zingt mét zelfvertrouwen en (voor zover ik kon horen) zonder autotune, dus dat is ten minste iets. Dat ze een veel minder goede zangeres is dan de vrouwen die één regel krijgen in One Jump Ahead, en dat haar solonummer (het voor de remake geschreven Speechless) veruit het slechtste liedje van de film is, dat nemen we dan maar op de koop toe.

Net als eerdere live-action-remakes Beauty and the Beast (2017) en Dumbo (2019), is Aladdin niet alleen een tragere, lelijkere, minder geïnspireerde versie van het bekende verhaal, maar ook een moderne update. Zo is Jasmine in deze versie wat ambitieuzer, en natuurlijk is de film een stuk minder racistisch dan het origineel. Om de Boze Witte Man ook niet voor het hoofd te stoten, zijn alle verwijzingen naar de Islam verwijderd (in 1992 riep de sultan nog gewoon ‘bij Allah’, en volgde geen #ophef!).

Modernisering is misschien een reden om een remake van Aladdin te rechtvaardigen, maar je kunt je kinderen beter de tijdloze versies van The Thief of Bagdad laten zien en erbij uitleggen wat er mis is met whitewashing en brownface. Die films hebben fantasie, passie, inspiratie, verwondering, schoonheid — alles wat Aladdin niet heeft.

Alsof dat alles nog niet erg genoeg is, houdt deze remake zich niet aan de traditie dat in Amerikaanse fantasiefilms over het Midden-Oosten, de held geen shirt draagt. Aladdin is, kortom, een onacceptabele film.

Leuk? Deel het even!
Written by

Redacteur bij Cine, Schokkend Nieuws en The Cult Corner. Schrijft ook voor Hard//hoofd. Daarnaast editor en scenarist. Houdt van lange openingstitels.

Typ en klik enter om te zoeken