Ze hebben er een lange tournee per promotie van Bad Boys for Life op zitten. Regisseurs Adil el Arbi en Bilall Fallah blij dat de laatste première in Amsterdam plaatsvindt: ‘Kunnen we hier efkes wat langer blijven. De chillste stad. Jointje paffen.’

Het Vlaamse regieduo kreeg na het lokale succes van hun actiefilms Black en Patser het aanbod aan het roer te staan van de derde film in de Bad Boys-reeks, met Will Smith en Martin Lawrence. Hoe is het om van relatief kleine films in één keer de overstap te maken naar zo’n gigantische Hollywoodproductie?

Adil: ‘Het is een veel grotere machine, en daardoor logger, want je kunt niet zomaar een beslissing nemen: laten we even een shotje draaien. Aan de andere kant, er is veel meer mogelijk: je kunt gigantische sets bouwen…’

Bilall: ‘…helikopters laten crashen…’

Adil: ‘…en al die keuzes hebben veel grotere consequenties. We hebben een cameraman met wie we al sinds onze studententijd werken, en als die in België iets aan ons vroeg konden we gewoon zeggen: “Ja! Dat gaan we doen!” Nu moesten we zeggen: “We gaan even checken met de rest van het team, en dan komen we bij je terug!”’

Grote filmsterren regisseren zal ook wel een andere ervaring zijn.

Bilall: ‘Will en Martin zijn een iconisch duo, en die chemie die ze hebben, dat gaat gewoon vanzelf. Dus deels is het een kwestie van: sit back, relax and enjoy. In Black en Patser hadden we minder professionele acteurs, die moesten we veel meer aansturen. Aan de andere kant heb je bij die mensen meer die rauwheid, en da’s ook wel interessant.’

Hoeveel invloed hadden jullie op het verhaal?

Adil: ‘Ze waren open voor suggesties. Het scenario heeft één hoofdschrijver, maar er is eigenlijk een soort writer’s room waar wij twee, maar ook Will en Martin en Jerry [Bruckheimer, JK] samenkomen en brainstormen.’

Bilall: ‘Die creatieve discussies hebben altijd geleid tot de beste ideeën.’

Adil: ‘Er was wel al een vaste structuur, maar daar binnen konden we best veel manoeuvreren. Als we iets niet graag hadden ging het weg. We konden niet altijd zeggen wat we wilden, maar wel wat we níet wilden!’

De vorige Bad Boys komt uit 2003. Was het een uitdaging om de franchise naar de jaren 20 te tillen?

Adil: ‘De druk was natuurlijk hoog, want je hebt een fanbase, en wij hebben nog nooit zo’n film gemaakt. Wij waren ook gewoon fans. En dan mag je opeens een sequel maken op een Michael Bay-film, met Will Smith en Martin Lawrence. Maar goed, je hebt een hele ervaren crew om je te ondersteunen. Het interessante aan het scenario was, het ging wat dieper in op de personages, er is wat meer drama. Ze zijn ouder, de ene accepteert zijn leeftijd wel, de ander niet. Dat was wel anders dan de twee eerste. Tegelijkertijd is deze film voor ons een hommage aan de films van de jaren 90, van Michael Bay en Bruckheimer, maar ook Tony Scott, Lethal Weapon, Die Hard. De ironie is dat dát eigenlijk vernieuwend voelt. Het is lang geleden dat je nog zo’n buddy cop-film hebt gezien, waarbij het drama écht is, maar die ook humor heeft. En hoewel de actie extravagant is, staat het nog een beetje in contact met de realiteit. Niet zoals Hobbs & Shaw, wat basically een superhero movie is.’

Ik vond hem stilistisch inderdaad erg aansluiten bij de vorige twee. Ging dat van nature, of hebben jullie heel bewust Michael Bays stijl na willen bootsen?

Bilall: ‘We hebben alle Michael Bay-films gekeken en geanalyseerd tot de dood.’

Adil: ‘YouTube-video-essays zitten checken, wat is Bayhem enzovoort. Ja, je hebt wel een publiek met verwachtingen.’

Robrecht Heyvaert, jullie cameraman, was ook al idolaat van Bay, toch?

Adil: ‘Ja, zeker. En van Bruckheimer, die films hebben we ook allemaal geanalyseerd. We wilden echt die jaren-90-stijl erin. Robrecht heeft dat heel goed gedaan. Iedereen houdt van Robrecht. De eerste week was iedereen aan het flippen op hem: het was al zot dat ze die job aan ons gaven, maar dan ook nog aan iemand die even oud is als wij en eruit ziet als twaalf. Maar nu is hij opeens hun ontdekking. “We discovered him! He’s our Robbie!”

Will Smith heeft gezegd dat jullie Marokkaanse achtergrond zijn interesse wekte.

Adil: ‘Het is deel van onze persoonlijkheid, dus ook van de persoonlijkheid van de films. Als we die achtergrond niet hadden, hadden we nooit films als Black en Patser gemaakt. Net zoals Scorsese Mean Streets heeft gemaakt, als Italian American. Al zijn films hebben zijn achtergrond als invloed. En toen wij vroeger Bad Boys zagen, herkenden wij onszelf ook wel in de hoofdpersonen. We zijn geen zwarte Amerikanen, maar…’

Bilall: ‘Het feit dat ze urban zijn.’

Adil: ‘Het is ook een herkenningspunt voor dorpsmensen die in een stad gaan wonen, of andersom. Dat gevoel dat je er niet helemaal bij hoort.’

Jullie hebben altijd als duo gewerkt. Nooit de behoefte iets alleen te doen?

Adil: ‘Onze cameraman zit ook in het team. Een team werkt het beste. Als je alleen bent zit je met je eigen twijfels en onzekerheden. Als je met z’n tweeën, of in ons geval met z’n drieën bent, kun je altijd checken: wat vind jij ervan? We staan open voor ideeën. Dat maakt ons sterk.’

Bilall: ‘Daarom staan we op de openingscredits ook als “Adil & Bilall.” Echt als een merknaam. We willen ons profileren voor de hele wereld, zodat mensen weten wat onze stijl is. Adil & Bilall.’