Weinig antihelden imponeren zo als Ignatius J. Reilly in John Kennedy Toole’s roman A Confederacy of Dunces (1980). Dit zwaarlijvige flatulente gevaarte banjert met de flappen van zijn groene jagershoed om de oren door het New Orleans van de vroege jaren zestig en kaffert iedereen uit om hun zogenaamde culturele degeneratie. Het luie leven van deze dertigjarige oud-student Middeleeuwse geschiedenis raakt verder ontspoord zodra hij van zijn moeder een baan moet zoeken. De domoren die dit zelfbenoemde genie op zijn pad tegenkomt blijven niet onaangetast. 

Ignatius opereert volgens merkwaardige wetten, wat leidt tot hilarische, vaak reactionaire tirades. Zo moet een hotdogverkoper het ontgelden omdat deze de broodjes niet gratis wil weggeven uit sympathie voor Ignatius’ zwakke gestel. Ignatius brult luid, doet lomp en is gespeend van ook maar enig bewustzijn. Dit  schelmengedrag kent weinig equivalenten binnen de cinema. Het boek kwam dicht bij een verfilming met Will Ferrell gepland in de hoofdrol. Diens branie doet niet onder voor de plompe Ignatius. In Step Brothers (2008) blijft Ferrell als eeuwig man-kind ook hangen in juvenalia met een platte koppigheid. En als Ron Burgundy in zijn magnum opus Anchorman (2004) heeft hij de onwetendheid over zijn sociale omgeving en hypocrisie die ook Ignatius kenmerkt. 

Want ook al predikt dit personage zelfonthouding in brieven aan zijn ex Mirna Minkoff, hij nuttigt liters van de frisdrank Dr. Nut. Een optreden van de vaak starre Ferrell had echter waarschijnlijk de tragische dimensie van de roman gemist. In Ignatius’ handelen zit een vorm van zelfkastijding, als hij met busladingen popcorn in de bioscoop fulmineert tegen de slechte film en de volgende keer tóch weer gaat. Hij onderwerpt zich continu aan situaties die naar eigen zeggen een slechte invloed hebben op iemand die geboren is in de verkeerde tijd. Het voelt bovendien als in zichzelf gekeerd intellectualisme wanneer hij weer eens een betoog over Boëthius half afmaakt op een notitieblaadje in zijn kamer. Hij glijdt langzaam af in zijn eigen denkbeelden naarmate de roman vordert en zijn alcoholistische moeder zich steeds vertwijfelder uitlaat over haar zoon tegenover onder andere een minnaar die bang is voor communiss

 

Er zit een woede in zijn handelen die doet denken aan Napoleon Dynamite (2004). Het titelpersonage loopt daar rond als een Ignatius-achtige antiheld, sociaal eigenaardig met bijzondere gewoontes en boos op iedereen (“Gosh!”). De middelbare school, de familie en de stad daaromheen zit vol domoren die doen lachen om het vreemde, maar tegelijk beklemmen om het vervreemdende. Napoleons geestige nukken en avonturen zijn namelijk welhaast spiritueel geladen dankzij een ingetogen en geduldig opbouwende stijl van regisseurs Jared en Jerusha Hess. Door die infusie van gelaten droefheid voelt Napoleons humeur vooral aan als een vorm van zelfverdediging tegen een ondoorgrondelijke omgeving. 

Napoleon Dynamite past in een rijtje veelal Amerikaanse films die een tikkeltje maffe personages met verstilde en keurig opgezette beelden neerzetten in een buitenissige wereld, van Twister (1989) tot het werk van Wes Anderson. Vaak spelen gebroken families een grote rol. Deze films roepen vaak een sterke melancholie op, alsof het maniërisme compenseert voor iets onbestemds wat is zoekgeraakt. Ze maken vaak gebruik van typetjes die doen denken aan het New Orleans uit A Confederacy of Dunces, vastzittend in hun aparte maniertjes. Toole schept in zijn roman met begenadigd geschreven dialect een vervreemdende, maar sterk authentieke omgeving waarin isolatie troef speelt.

Een waar iedereen bovendien in rondloopt als een kluns, Ignatius meer dan anderen. Alsof niemand bij machte is het tij te keren. Wellicht dat Ignatius daarom zo woedend reageert als zijn ex hem een schop onder de kont geeft in hun correspondentie. Een uiting van aangeleerde hulpeloosheid. Het satirische en deprimerende van zijn houding komt ook sterk terug in Ghost World (2001), die uit de hoek van buitenissige films op spiritueel vlak het dichtst bij A Confederacy of Dunces komt. Thora Birch als Enid deelt Ignatius’ verzuchting in een verkeerde wereld vast te zitten. Gemeen valt ze haar hilarisch groteske omgeving aan. Ze meent met haar bijtende sarcasme door alle illusies van de benauwende stad heen te prikken, maar droevig genoeg vervreemdt ze zich zo van haar hartsvriendin en een nieuwe vriend, de zich in vinylplaten verliezende Seymour. Net als bij Ignatius vergroot de isolatie zich geniepig terwijl zij beiden zich vastklampen aan de hoop dat ontsnapping mogelijk is door te vertrekken tot achter de onbestemde horizon. Het roept de vraag op of er überhaupt een genie rondloopt tussen de domoren, iemand die weet wat er daarachter gloort. Hun aangeleerde hulpeloosheid suggereert dat het antwoord negatief is.