Nu aan het lezen:

8 smakelijke eetfilms nom nom nom…

8 smakelijke eetfilms nom nom nom…

 

Tampopo draait weer in Nederland en dat heeft de eetlust opgewekt bij onze redactie. Het resultaat is een heerlijk bizar filmmenu met vreemde voorgerechtjes, snelle hapjes, een degelijke hoofdmaaltijd en wat zoete toetjes. Buon appetito!

 

Sweet Bean (Naomi Kawase, 2015)

An (Sweet Bean) is zo mierzoet als de rode bonenvulling die de personages maken voor dorayaki (gevulde pannenkoekjes). Maar het beproefde feel-goodrecept dat de film volgt is precies daardoor vullend. Onder het oog van de statige kersenbloesem neemt de cynische Sentarô de aparte oude vrouw Tokue in dienst, aanvankelijk omdat ze gratis wil werken en haar receptuur verrukkelijk is. Al snel volgt niet alleen commercieel succes. Met het eenzame schoolmeisje Wakana erbij ontstaat een ontroerende band tussen drie mensen die moeilijk in de maatschappij passen. Zij worden een, zoals alles een is bij An, die de sentimentele gewaarwording van de Tao in filmvorm lijkt te zijn. Tokue trekt de kar. Zoals zij vol liefde de rode bonen benadert, alsof alles op onze aarde een ziel bevat, ontwapent. Koken is niets anders dan zorgen dat alle ingrediënten het beste in zichzelf naar boven halen. En de drie lijken zelf ingrediënten van de pannenkoek des levens te zijn. De verbondenheid tussen alles en iedereen, inclusief de kijker, blijkt uit de zalvende beelden waarin dikwijls de kersenbloesemblaadjes een duit in het zakje doen. Maar verhevenheid kent zijn grenzen en de film raakt juist doordat de problemen van de personages zo dichtbij komen. Hun gevoelsleven legt beslag op het inlevingsvermogen. Als Sentarô de longen uit zijn lijf schreeuwt om zijn dorayaki aan de man te brengen, wellen de tranen van nature op. Want wij zijn een met hem. En hij heeft het beste in zichzelf naar boven gehaald.
Sjoerd van Wijk

 

Blind Detective (Johnnie To, 2013)

Johnnie To blijft in het westen nog altijd vooral bekend van zijn uitstekende actie- en misdaadfilms, zoals Drug War, Exiled en Election. Dankzij To’s sublieme gevoel voor stijl doen zijn romantische komedies, thrillers en moeilijker definieerbare, vreemdere werk daar echter niet voor onder. Blind Detective (2013) is een soort ultieme Johnnie To-film: een detectivefilm die evengoed om de romantiek draait als om het mysterie, met zowel stijlvolle actie als overdreven slapstick. To switcht moeiteloos tussen maffe humor en oprechte gevoelens van verlies. Zoals vaker in To’s films spelen kans en geluk een belangrijke rol, en de acceptatie daarvan als bepalende factor van het leven. Minstens zo belangrijk is eten, heel veel eten (denk bijvoorbeeld aan hoe in Exiled een schietscène wordt onderbroken voor noedelsoep).  Het onderzoek van de blinde detective uit de titel lijkt hem en zijn partner compleet willekeurig door China te voeren, totdat zij zijn methode door heeft: hun reisschema wordt puur bepaald door waar volgens hem de beste restaurants zijn. Tijdens promotie voor de film onthulde hoofdrolspeler Andy Lau dat To tijdens het filmen die restaurants in de film bleef schrijven, om zichzelf een excuus te geven al die restaurants af te gaan. Van dure restaurants tot goedkope noedeltentjes langs de weg, het centrale koppel is de hele tijd aan het eten. Een van de hoogtepunten is de scène waarin de detective het mysterie oplost aan de hand van hoe de kok hun maaltijd bereidt, waarbij zelfs een eenvoudig voorgerecht als gebakken rijst watertandend in beeld wordt gebracht.
Kaj van Zoelen

 

Big Night (Stanley Tucci, 1996)

In de herfst van 1996 vluchtte ik in New York City een bioscoop binnen om te schuilen voor de regen. Een kleine twee uur later zat ik even verderop in een Italiaans restaurant een bord spaghetti te verorberen. Big Night van de debuterende regisseurs Campbell Scott en Stanley Tucci had zojuist gedaan wat elke geweldige eetfilm presteert: je krijgt er ontzettende honger van. Maar Big Night is meer dan alleen een eetfilm. Het verhaal rondom de Italiaanse immigrantenbroers Primo en Secondo, die een restaurant runnen in het New Jersey van de jaren vijftig, is vooral een prachtige, kleine karakterstudie. Secondo (Tucci) is ambitieus en heeft zijn nieuwe vaderland al met verve omarmd. Tegenpool Primo (Tony Shalhoub) is een meesterlijk kok, maar kan in tegenstelling tot zijn broer volstrekt niet aarden in het mondaine New Jersey. Het liefst ging hij terug naar Rome om in het restaurant van zijn oom te gaan werken, ook omdat de platte smaak van de Amerikanen hem een constante doorn in het oog is. Liever dondert hij zo’n lompe yank die gehaktballen bij de risotto bestelt de tent uit. Een begrijpelijke instelling die alleen niet zo goed voor de zaken is: het restaurant van de broers staat financieel op de rand van de afgrond. Redding komt in de vorm van de vulgaire Pascal (Ian Holm), de anti-Primo die culinair-opportunistisch een succesvol restaurant aan de overkant bestiert. Hij belooft te regelen dat de populaire bandleider Louis Prima bij de broers komt eten, zij maken een feestmaal, paar reporters erbij, wat fotografen… alle problemen opgelost. En zo steken Primo en Secondo hun laatste centen in de filmtitel: een spectaculaire voedselexplosie met als klapstuk de Timpano, een joekel van een pastataart die zelfs de meest standvastige diëter zal doen zwichten. De avond wordt uiteraard memorabel.  Er komen meerdere apen uit de mouw, er wordt ruzie gemaakt, gelachen, gehuild, en als de ochtend valt is iedereen minstens een ervaring rijker. Of Primo en Secondo ook de spreekwoordelijke illusie armer zijn, laat scenarist Tucci in het midden, maar met de magistrale slotscène serveert hij het perfecte dessert. In een lange take van vijf minuten heeft hij geen woorden nodig om de onvoorwaardelijke liefde tussen de broertjes te tonen. Een paar zwijgende mannen en een omelet bleken genoeg ingrediënten om me met een klein traantje in het oog als de wiedeweerga te loodsen naar de lekkerste spaghetti die ik ooit at.
Vincent Hoberg

 

Ratatouille (Brad Bird, 2007)


In een van Pixars beste films is de rat Remy gezegend met een uitmuntend reuk- en smaakvermogen, waardoor hij niet van afval kan leven zoals de rest van zijn rattenclan. Wanneer Remy in de keuken van een gerenommeerd sterrenrestaurant belandt, weet hij met zijn verfijnde smaakpalet de carrière van de jonge keukenhulp Alfredo Linguini te lanceren. De liefde voor het koken en het eten spat van het scherm af in Ratatouille: speciale renderingsoftware werd getweakt om de gerechten in de film zo appetijtelijk mogelijk eruit te laten zien en culinaire experts werden geraadpleegd om de keukenlogistiek en de kookprocessen zo accuraat mogelijk weer te kunnen geven. Daarnaast wordt op bijna impressionistische wijze getoond hoe smaken je in vervoering kunnen brengen. Chefkok Thomas Keller creëerde voor de film het Ratatouille-gerecht waar de gevreesde restaurant-criticus Anton Ego voor zwicht als het hem terug transporteert naar een gerecht uit zijn jeugd (een mooie verwijzing naar Prousts À la Recherche du Temps Perdu). Gezien de zeldzame positieve rol van een criticus in een film is het ook net verwonderlijk dat filmcritici ook geen genoeg konden krijgen van Ratatouille.
Luuk van Huët

 

Who is Killing the Great Chefs of Europe (Ted Kotcheff, 1978)


Oké, dit is een guilty pleasure. Ik had nu eenmaal als kind een crush op Jacqueline Bisset, maar dat is zeker niet de enige reden om deze vermakelijke film te zien. Bisset komt erachter dat iemand de meest gerenommeerde chefs in Europa om zeep helpt. De killer is dan ook nog eens zo creatief om ze te vermoorden op een manier die verband houdt met hun specialiteit. Zo wordt een chef in een oven gevonden en verdrinkt een schaaldierenexpert in een aquarium met kreeften. Een leuk uitgangspunt voor een culinaire whodunit op mooie locaties door Europa. Vreemd genoeg geregisseerd door Ted Kotcheff die bekend werd door Rambo: First Blood en de intense cultfilm Wake in Fright. Dit is veel luchtigere kost en het is vooral veteraan Robert Morley die de show steelt als de corpulente restaurantcriticus Max Vandeveer van het blad Epicurious. Een echte connaisseur met bijbehorend snobisme en een messcherpe tong. Als een gepikeerde chef hem verwijt dat hij niet kan koken, zegt hij snedig: ‘My dear fellow, you don’t have to lay an egg to be able to smell a bad one.’ Ware woorden die elke criticus als muziek in de oren klinken.
George Vermij

 

Soylent Green (Richard Fleischer, 1973)


Soylent Green is verworden tot een kreet: ‘Soylent Green is people!’ Die zin beschrijft op zich prima de gruwelijke ontdekking die Detective Thorn (Charlton Heston) doet: dat het de nieuwe, meer voedzame en lekkerdere, groene variant van Soylent gemaakt is van mensenvlees. Maar de film is veel meer dan een lollige spoiler. Soylent Green speelt zich af in een wereld waarin ‘echt’ eten een eliteproduct is geworden — zo wordt een lepel aardbeienjam een kostbaar goed. Na de film stel je opeens de inhoud van je koelkast op prijs (en snap je al helemaal niet waarom sommige technerds zich vrijwillig tot ‘Soylent‘ beperken). En als dat niet genoeg is: de film ontroert extra vanwege de laatste rol van legendarische acteur Edward G. Robinson, die kort na het filmen overleed.
Hedwig van Driel

 

Sausage Party (Conrad Vernon & Greg Tiernan, 2016)

Seth Rogen trommelde al zijn beroemde kompanen op voor deze krankzinnige geanimeerde stoner-komedie waarin voedselproducten in een supermarkt in de waan leven dat ze voorbestemd zijn voor een gelukzalig bestaan in het hiernamaals als ze gekozen worden door hun goden oftewel het winkelende publiek. Nadat een verliefd stelletje bestaande uit de worst Frank en het broodje Brenda per ongeluk achterblijven in de winkel, ontdekken ze tijdens hun queeste de waarheid. Wat volgt is een ranzige, uitzinnige en bij vlagen hilarische comedy die eindigt in een bloedbad wanneer het voedsel en masse in opstand komt, gevolgd door de meest expliciete orgiescène die je ooit in een Hollywoodfilm gezien hebt. Naast alle laag-bij-de-grondse hilariteit biedt Sausage Party een verrassend intelligent commentaar op hoe georganiseerde religie kan fungeren als opium voor het volk. Rogen gelooft duidelijk in andere roesmiddelen en de daaruit volgende film is perfect geschikt om te kijken als je zin hebt in een paar lachbuien en die graag laat begeleiden door een vreetkick.
Luuk van Huët

 

Garlic is as good as ten mothers (Les Blank, 1980)

Als ik me down voel ben ik al snel geneigd om deze heerlijke documentaire over knoflook weer te zien. Les Blank was een bijzondere documentairemaker die zijn roem vooral te danken heeft aan Burden of Dreams, een pijnlijk verslag van de chaos die Werner Herzogs Fitzcarraldo plaagde toen hij besloot om de film in de Peruaanse jungle op te nemen. Het contrast met deze relaxte film kan niet groter zijn. Blank richt zich daarbij op knoflookfanaten die in Amerika festivals wijden aan dit eetbare wonder. Er is ook een hilarisch interview met een Catalaan die het heeft over de kracht van dit bolgewas en daar ook nog eens gepassioneerd over gaat zingen. En dan zijn er mooie beelden van de bereiding van gerechten waar het essentiële ingrediënt niet kan ontbreken. Blank vult dat aan met leuke bluegrassmuziek, wat deze film een uitermate charmante ode aan het levensgenieten maakt.
George Vermij

Leuk? Deel het even!
Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken