Als filmjournalist zie ik heel veel films over een verscheidenheid aan onderwerpen, maar er is één onderwerp waar ik vroeger het liefst met een grote boog omheen ging. Films over autisme. Ik ben op mijn dertiende gediagnosticeerd als autist, en het beeld dat van deze handicap in de media wordt geschetst is niet bepaald rooskleurig en vaak erg stereotyperend. Als je al een handicap hebt waarbij sociale onzekerheden een grote rol spelen is het confronterend een beeld op het doek te zien waar al je diepste angsten over jezelf extreem uitvergroot worden. Pas de afgelopen jaren heb ik me meer durven verdiepen in mijn eigen autisme én autisme in film, en mijn conclusie is: er valt nog veel te verbeteren. Naar aanleiding van de release deze week van Mind My Mind, een van de zeldzame films over autisme die niét de plank mis slaat, heb ik een lijstje verzameld met de meest spraakmakende titels over autisme in film, gerangschikt van allerslechtste naar allerbeste.

NB: hoewel men in de media vaak spreekt over ‘mensen met autisme’ in plaats van ‘autistische mensen’ heeft het overgrote deel van autistische mensen een voorkeur voor het laatste. Dat is dan ook de vorm die ik in dit artikel zal gebruiken.  

I Am Autism
Alfonso Cuaron, 2009

Alfonso Cuarón, regisseur van moderne klassiekers als Children of Men en Roma, maakte voor de organisatie Autism Speaks het propagandaspotje I Am Autism. De naam Autism Speaks doet bij veel autisten alle alarmbellen afgaan, want deze organisatie is behoorlijk omstreden binnen autistische kringen. Ze pleiten voor het zoeken naar een geneesmiddel voor autisme, een verkapte vorm van eugenetisch onderzoek, en bevorderen omstreden behandelingen als ABA (conversietherapie voor autisme, en een vorm van mishandeling) en elektroshocktherapie. Ook propageren ze naargeestige stereotypes over autisme. Dat laatste zien we ook in dit spotje, waarin autisme neergezet wordt als een soort boeman, die directe aanleiding is voor financiële malaise en echtscheidingen. Het is ziekelijke propaganda, maar Cuarón bewijst wel dat hij een effectief regisseur is: de boodschap, hoe verwerpelijk ook, komt hard binnen. Zeker als je zelf autistisch bent. 

Ben X 
Nic Balthazar, 2007

Weinig films maken me zo boos als Ben X, een film waarin autistisch lijden exploitatieve vormen aanneemt. De grove pesterijen die Ben uit de titel lijdzaam ondergaat zijn genoeg om bij veel autisten trauma van vergelijkbare ervaringen triggeren, maar de film lijkt gelukkig te suggereren dat er een weg is uit alle ellende. Ben vindt een vriendschap, online, met een meisje genaamd Scarlite. Het is een hoop die veel autisten met sociale problemen in hun tienertijd hebben, zeker wanneer ze gepest worden. De film slaat echter volledig de plank mis door aan het einde met de twist te komen dat Scarlite een Tyler Durden-achtige creatie is van Ben zelf: een waanbeeld. Ten eerste horen waanbeelden niet bij de diagnostische criteria van autisme, waarmee de film voor de leek een volslagen verkeerd beeld neerzet van een Autisme Spectrum Stoornis. Ten tweede lijkt de film te geloven dat denkbeeldige vrienden de enige vorm zijn van sociaal contact die mogelijk zijn voor autisten. Een nogal grove belediging. 

Mercury Rising 
Harold Becker, 1998

Wat we vaak zien in films over autisten, met name die over autisten met uitzonderlijke mathematische of andere vaardigheden, is dat ze als een MacGuffin worden gebruikt. In de serie Touch en films als Bless the Child, Knowing en Mercury Rising is het autistische kind slechts een aanleiding voor het grote mysterie. Niet anders dan een levend rekwisiet. Het past binnen het idee dat je té vaak ziet in de media, dat autistische mensen geen eigen interne belevingswereld wordt meegegeven, alsof er niets in onze hoofden omgaat. Alsof we robots zijn waar je een kwartje in gooit, waarna de informatie eruit rolt. Mercury Rising maakt dat hilarisch letterlijk: het autistische jongetje kraakt een code door er intens naar te kijken. De soundtrack geeft zijn gedachten weer. Wat horen we op de geluidsband? Computerbliepjes en het gekraak van een modem. Newsflash: we zijn geen robots. 

The Accountant 
Gavin O’Conner, 2016

Een andere misvatting die je veel ziet in films is dat autisme gelijk wordt gesteld met emotieloosheid en empathieloosheid, en kil psychopatisch gedrag. Niet zelden worden seriemoordenaars in thrillers bestempeld als autistisch, of worden sociopathische personages gecodeerd met autistische trekken (zie ook de serie Sherlock). The Accountant is een voorbeeld hiervan. Veel van de kleine trekjes van Ben Afflecks personage zijn niet eens verkeerd geobserveerd, maar de film gaat de mist in bij de interne beweegredenen. Tevens bevordert The Accountant het idee van de autist als een meedogenloze killer met superieure skills. Terwijl autisten over het algemeen niet in het bezit zijn van uitzonderlijke eigenschappen, en vaker slachtoffer zijn van geweld dan dader. Voor een uitgebreide analyse van waar The Accountant nog meer de plank misslaat verwijs ik graag door naar dit artikel. De sponsor van de film? Autism Speaks. 

Atypical
Verschillende regisseurs, 2017

Het probleem met veel films en series met autistische personages is dat ze in wezen niet gaan over autistische personages. Ze gaan over hoe moeilijk het is voor allistische mensen (niet-autistische mensen) om een autist in hun leven te hebben. De autist als blok aan het been. Dit is de inzet van bijvoorbeeld de serie Atypical, die zeker in het eerste seizoen niets anders is dan een verzameling pijnlijke en gedateerde stereotypes. Er is enige verbetering achter de schermen in de latere seizoenen, met een diversere groep autistische personages, maar het blijft een serie die grossiert in clichés. Tevens gesponsord door Autism Speaks. 

Rain Man 
Barry Levinson, 1988

Geen enkele autist is niet ooit gepest met Rain Man, of gevraagd hoe snel hij tandenstokers kon tellen. Nu kun je dat de film niet aanrekenen, maar het zorgde er toch voor dat ik sceptisch was bij mijn recente herkijkbeurt. De film viel me enigszins mee, hoewel het beeld van autisme wederom stereotyperend is. Maar er zijn momenten die ráák schieten: Tom Cruise als Charlie die klaagt dat de paniekaanval van Dustin Hoffman als Raymond een act is (‘you’re not fooling me with this shit’) is voor veel van ons herkenbaar. Spoiler alert: onze paniekaanvallen zijn geen toneelspel. Verder is Rain Man voor mij als autist een aparte kijkervaring, omdat het personage dat in wezen de stand-in is van het publiek, Charlie, in mijn ogen niets minder is dan de schurk van de film. De manier waarop hij de routines van Raymond doorbreekt, hem blootstelt aan onverwachte en harde prikkels, hem hardhandig aanraakt terwijl hij dat onprettig vindt: het is een autistische nachtmerrie, een soort van Halloween met Tom Cruise als Michael Myers. Wat dat betreft is de film, onbedoeld, effectief. Wat wel nog steeds behoorlijk problematisch is, is in het idee dat Raymond als persoon waarde heeft vanwege zijn uitzonderlijke mathematische talenten. We zouden ons niet moeten hoeven moeten bewijzen als nuttig. Ook zonder bijzondere talenten zouden we gehoord mogen worden.

Mary and Max 
Adam Elliot, 2009

Met Mary and Max komen we uit bij de goede films op het lijstje. De film over een penvriendschap tussen een autistische veertigjarige New Yorker en een negenjarig eenzaam Australisch meisje is hartverwarmend. Er wordt gebruik gemaakt van stereotyperingen, maar dit geldt voor alle personages. Het grootste cliché dat niet helemaal klopt is dat de belevingswereld van Max soms erg kinderlijk overkomt, met name als het aankomt op seksualiteit. Maar andere elementen in de film zijn spot-on: zo wordt de paniek die ontstaat bij het stuklopen van routines erg sterk verbeeld. En waar de film het meeste punten scoort: het moment dat Mary, op oudere leeftijd, een proefschrift schrijft over een genezing van autisme, terwijl Max meerdere malen heeft aangegeven content te zijn met wie hij is, komt realistisch over. Geloof het of niet: veel autisten zitten niet te wachten op een geneesmiddel, omdat ze autisme als onderdeel zien van hun identiteit. Dat allistische mensen dat niet lijken te begrijpen, en niet altijd luisteren naar de wensen van de autist zelf, is uitermate herkenbaar.

Punch Drunk Love 
Paul Thomas Anderson, 2002

Nog een film die meltdowns (paniekaanvallen bij het spaaklopen van routines) perfect neerzet is Punch Drunk Love. Het woord autisme wordt in de film nietgenoemd. Maar voor de goede verstaander is Barry Egan duidelijk gecodeerd als autistisch: hij heeft behoefte aan routines, heeft moeite met sociale situaties, heeft paniekaanvallen en woedeuitbarstingen op het moment dat hij verward raakt door zijn omgeving, denkt out of the box en legt associaties die anderen niet zien, zoals met de pudding-reclame-stunt. Belangrijker nog: de film brengt het gevoel van een meltdown erg goed over: de bijna zeeziekmakend onrustige camerabewegingen, het hysterische gepingel van de piano op de soundtrack, de oogverblindende lensflares. Het gevoel van overprikkeling uiterst goed verbeeld. 

Power Rangers
Dean Israelite, 2017

Ja, echt, Power Rangers heeft wat mij betreft het op-een-na-beste autistische personage in de filmgeschiedenis. Opvallend is dat de film breekt met het stereotype van de autist als witte man. Hoewel volgens de laatste onderzoeken autisme nog meer voorkomt onder witte mannen, bestaat het vermoeden dat autisme bij zwarte mensen en vrouwen ondergediagnosticeerd wordt. Vermoedelijk mede daardoor is het zeldzaam om in een film een autistische zwarte man te zien, wat jammer is. Wat de film verder zo sterk maakt is dat we een autistisch personage zien met een sociaal leven. Sterker nog, je zou hem zelfs het hart van de groep kunnen noemen. Maar in tegenstelling tot veel andere films waar de autist uiteindelijk liefde of vriendschap vindt, hoeft Billy Cranston niet te maskeren dat hij autistisch is, en wordt hij ook niet op magische wijze minder autistisch. Hij mag gewoon zichzelf zijn, inclusief typisch autistische trekjes. Iets dat voor mij als autistische kijker gewoon de realiteit is, want in tegenstelling tot wat films mij laten zien heb ik een prima sociaal leven waarin mijn vrienden, partner en familie me nemen voor wie ik ben, autistische trekjes en al.

Mind My Mind
Floor Adams, 2019

De beste film over autisme op de lijst is tevens de aanleiding voor dit artikel. Mind My Mind van Floor Adams is de enige film op de lijst die expliciet wordt verteld vanuit het oogpunt van het autistische personage. Een zeldzaamheid die alle verschil maakt. Zo worden alle autistische trekjes die we in vorige films zagen, van paniekaanvallen tot sociaal onconventionele antwoorden, van overprikkeling tot het fixeren op bepaalde onderwerpen, volledig uitgelegd aan de niet-autistische kijker. De rollen worden zelfs omgedraaid: waar in veel films de autist een blok aan het been is van de niet-autistische personages, is het hier de broer van de autistische hoofdpersoon die de rol krijgt van ontregelaar en verstoorder. Vrienden en kennissen van mij die de film zagen duiden de broer aan als ‘een enorme lul’, terwijl zijn uitspraken niet zo ver afliggen van de opmerkingen die autisten dagelijks te horen krijgen. Het is een van de bewijzen dat Mind My Mind er in slaagt om de allistische kijker te verplaatsen in het hoofd van de autist. Dat is wat goede cinema kan doen.