Nu aan het lezen:

Zeven natte films

Zeven natte films

Het is een aloud Hollywoodgebod: ‘Gij zult niet werken met kinderen, dieren of water’. Wie het toch waagt om een film op zee, op een rivier of in een badkuip op te nemen kampt vaak met opgeblazen budgetten, oneindig veel productieproblemen en verkleumde acteurs die samen met de crew plannen maken om het op een muiten te slaan. Respect dus voor iedereen die het toch wil proberen. Deze week komt La Grand Bain in de zalen, wij kijken terug op zeven andere films met een vochtprobleem.

River of no Return (Otto Preminger, 1954)

Een western/musical /avonturenfilm met Robert Mitchum, Marilyn Monroe en het jongentje uit Lassie als hoofdrolspelers, geregisseerd door Otto Preminger. Op papier klinkt het als iets dat niet kan werken, en dat doet het ook niet helemaal. Maar wat een eindeloos fascinerend schouwspel is dit. Mitchum komt net uit de gevangenis en gaat zijn zoontje ophalen, die blijkbaar vogelvrij in een westernversie van Sodom en Gomorra ronddoolde, slechts bevriend door Monroe. Vader en zoon gaan naar een ranch, waar (in een geval van ‘of all the gin joints…’) op een dag Monroe en haar good for nothing verloofde Rory Calhoun komen aanvaren. Lang verhaal kort: Calhoun besteelt Mitchum, die samen met Monroe en zoonlief de achtervolging in gaat door een woeste rivier af te raften.
Monroefilms zijn altijd interessant omwille van hun backstage drama, en River of no Return is geen uitzondering. Geloof niets van de kwakkel dat zij en Mitchum een affaire hadden. De twee kenden elkaar voordat ze beroemd werden, hij was een collega-arbeider van haar eerste man, en ze respecteerden elkaar maar meer ook niet. Het was Preminger die ten prooi viel aan het Monroemonster. Haar chronisch te laat komen was in 1954 al acuut geworden. Tegen de tijd dat ze eindelijk klaar was om te filmen, was Mitchum al steevast stomdronken. Haar actingcoach dreef Preminger tot waanzin door hem voortdurend tegen te spreken, en toen ze zich ook met de acteerprestaties van de jonge Tommy Rettig begon te bemoeien was het welletjes voor Otto. Hij weigerde nog met Monroe te spreken en verliet de film tijdens post-production. Jean Negulesco filmde nog enkele reshoots. Toch is ook in River of no Return de Monroemagie aanwezig. Als je weet hoeveel moeite het haar kostte, is het verbluffend om te zien hoe moeiteloos ze alles laat lijken.

The Way Way Back (Nat Faxon, Jim Rash, 2013)

Zomers kunnen hard zijn wanneer je 14 jaar bent. Zeker wanneer je 14 bent op de manier van Duncan. Een slungelachtig lichaam vol sociale awkwardness, gierende hormonen en een geteisterd gezicht waar net niet in grote letters Misbegrepen op staat. Gedwongen om de zomer door te brengen met zijn moeder (altijd leuk om Toni Collette te zien) en haar nieuwe vriend (Steve Carrell op zijn onuitstaanbaarst) die aan het begin van de film meedeelt dat, op een schaal van 0 tot 10, Duncan hoogstens een drie is. In de hoop zijn score wat omhoog te halen, vlucht Duncan telkens hij de  kans heeft naar het Water Wizz attractie park. Daar komt hij terecht bij een zooitje ongeregeld, geleid door manchild Sam Rockwell, die hem maar wat graag een job aanbieden. Lessen worden geleerd, karakters gevormd, glijbanen afgegleden. The Way Way Back start als een lome coming of age film, je kent ze wel: eindeloze zomers en hormonale pubers, maar wordt wanneer we een keer in het Water Wizz park zijn een warme familiefilm. Faxon en Rash (ze schreven onder meer The Descendants) zorgen ervoor dat zelfs de kleinste bijfiguren een afgerond verhaal krijgen. Wanneer je aan het begin medelijden hebt met Duncan, wens je tegen het eind dat jij ook zo’n zomer had kunnen doorbrengen.

Atmen (Karl Markovics, 2011)

Water en coming of age: ze lijken hand in hand te gaan. Als zijn we met Atmen zeer ver verwijderd van de luchtige zomerse shenanigans van The Way Way Back.  Het water in Atmen is voornamelijk van de metaforische soort. Water in films staat dikwijls symbool voor de zuivering van de personages, maar hier lijkt het het isolement van onze hoofdpersoon enkel te versterken. Alsof hij door zichzelf te begraven in een zwembad (het beeld dat ook op de poster staat) kan terugkeren naar de baarmoeder. Roman is een jongeman met een zwaar verleden. Hij zit in een halfopen instelling waar hij in het reine probeert te komen met zijn verleden. Zijn werk als een assistent in het plaatselijke mortuarium lijkt hem daar op de een of andere manier bij te helpen. Het Wenen dat regisseur Markovics (zelf voornamelijk bekend als acteur, onder meer in Die Falsher) ons toont, heeft niets te maken met de koekendozenversie die je vaak in films ziet. De stad is grauw en genadeloos, een mortuarium op zichzelf. Roman leeft en bestaat in stilte, wanneer we eindelijk leren wat hem kwelt, wordt de watermetafoor opeens een pak duidelijker. Toch is de film niet zonder lichtpuntjes. Eén heerlijke scène, waarin Roman een meisje op de trein leert kennen en zich, voor de enige keer in de film als een normale jongeman gedraagt, is om in te kaderen.

Swimming Pool- Der Tot Feiert Mit (Boris von Sychowski, 2001)

‘Maar,’ zo hoor ik u nu vragen,’ is er dan nog nooit iemand op het idee gekomen om een slasherfilm in een zwembad op te nemen?’ Zeker wel! Het visionaire genie: Boris von Sychowki, de film: Swimming Pool- Der Tot Feiert Mit. Zoals de geweldige titel al doet vermoeden is dit een internationale co-productie: De cast spreekt in zoveel verschillende accenten dat het wel een congres van Meryl Streep personages lijkt. U kan het verhaal ongetwijfeld wel dromen. Een bende studenten op een internationale school vieren het eind van het schooljaar door ’s nachts in te breken in een waterpretpark en daar een feestje te houden. Eén voor één worden ze op een gruwelijke manier vermoord en al gauw begint het hen te dagen dat de moordenaar (insert dramatische muziek) één van hen is! Ik hoef u niet te vertellen dat er een boel stalk ’n slash scènes volgen in kledinghokjes, restaurants en verluchtingsbuizen. Twee toekomstige A-listers hijsen zich in badkostuum om deel te nemen aan de waterpret, al ben ik er zeker van dat Isla Fisher en James McAvoy (yep, professor X zelf!) ondertussen al heel wat tijd en moeite hebben gedaan om deze credit van hun IMDB-pagina te kunnen wissen. Maar ach, Swimming Pool is niet beter of slechter dan de gemiddelde slasher en scoort zelfs extra punten omwille van een waarlijke inventieve kill. De benodigdheden zijn: een bikinimeisje, een waterglijbaan en een machete.  Laat uw zieke geest de details vooral zelf maar invullen.

Open Water 2: Adrift (Hans Horn, 2006)

Nog horror, maar dan van het tenenkrullende soort. Deze keer is de slechterik geen gemaskerde gek, maar iets veel angstaanjagender: de menselijke stupiditeit. Een groepje vrienden geniet van een verjaardagsfeest aan boord van een jacht. Ze nemen een heerlijke duik in het water, tot ze beseffen dat , oh wacht… niemand de ladder om weer aan boord te kunnen klimmen heeft laten zakken. Oh, en vertelde ik al dat er nog een baby helemaal alleen aan boord zit? Kan je daar een langspeelfilm over maken? Met een beetje moeite wel ja. Dit is het soort film waarbij je luidkeels naar het scherm roept wat de personages moeten doen of vooral niet doen. Aangezien zowat elke kijker slimmer is dan de personages in de film, is het vooral een oefening een nutteloosheid en frustratie. Toch blijf je kijken. Regisseur Hans Horn, niet bekend met het oude Hollywoodadagio dat films met water altijd lastig zijn, maakte een paar jaar later nog het door mij ongeziene Sea of Death. Je zou haast een geval van masochisme kunnen gaan vermoeden.

Lifeboat (Alfred Hitchcock, 1944)

De opnames van Lifeboat plaatsten Alfred Hitchcock voor één van de grootste creatieve breinbrekers uit zijn carrière. Hoe zou hij in godsnaam zijn traditionele cameo moeten opnemen, aangezien de hele film zich afspeelt op een reddingsvlot in de oceaan. Een eerste idee, Hitchcock als lijk dat voorbij dobbert, werd al snel afgevoerd. Geen nat pak voor de meester van de suspense. Het idee dat uiteindelijk de film haalde, Hitchcock in een krantenadvertentie voor dieetproducten, was meteen een van de gedenkwaardigste momenten uit de hele film. Lifeboat is een van de propagandafilms die Hitch in de oorlog maakte (zie ook Foreign Correspondent of Saboteur). John Steinbeck schreef het verhaal over hoe overlevenden van een torpedo-aanval vastzitten op een reddingsvlot samen met…één van de Duisters die hen heeft aangevallen. Walter Slezak, de go-to acteur moest er in de oorlogsjaren een nazi gespeeld worden, is memorabel als de lustig tweedracht zaaiende Willi, maar de attractie van Lifeboat is Tallulah Bankhead. De larger than life theaterdiva, het model waarop Bette Davis haar vertolking van Margo Channing in All about Eve stoelde, speelde maar in een handvol cinemafilms. Hier zuigt ze alle aandacht naar zich toe als ’s werelds minst waarschijnlijke bootvluchteling. Lifeboat is één van de weinige Hitchcockfilms die verlieslatend waren, en is tegenwoordig zo goed als vergeten.  Toch is er ook hier nog heel wat cinematografisch lekkers te vinden, al is de suspense wat aan de waterige kant.

The River (Mark Rydell, 1985)

Ideeën, net als overlijdens van beroemdheden, komen in Hollywood vaak in duo’s.  Zo had je in 1985 een handvol films die handelden over het lot van hardwerkende boeren in het Amerikaanse midwesten: Country, Places in the Heart en The River. The River had de pech om als laatste uit te komen en wordt meestal beschouwd als de minst gedenkwaardige. Mel Gibson en Sissy Spacek spelen een boerenfamilie die letterlijk en figuurlijk zware stormen moeten doorstaan. Hun boerderij, die al generaties lang in handen is van de familie van Gibson ligt bij een rivier, waardoor hun land vaak overstroomt. Een projectontwikkelaar wil hun land kopen, zodat hij de rivier kan indammen en jobs kan creëren door waterenergie. De projectontwikkelaar, gespeeld door Scott Glenn, heeft bovendien een amoureus verleden met Spacek. De film ziet hem als de grote slechterik, terwijl zijn plan natuurlijk volkomen logisch is. Gibson, waarvan de film wil dat we hem als moedig en idealistisch zien, komt eerder over als koppig en onverantwoordelijk. Hierdoor wordt de film helemaal uit balans gehaald, waarschijnlijk een reden dat hij minder goed onthaald werd. Hij werkt wel nog als tijdsdocument én als een van de eerste films die het, ondertussen complete cliché van de Bambirevalatie gebruiken, waarbij de held een spirituele ingeving krijgt door geconfronteerd te worden met een hert. Kinderboerderijen in Hollywood moeten gouden zaken doen.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken