Nu aan het lezen:

Zes verrassende films over dieren

Zes verrassende films over dieren

 

Over een paar dagen is het Dierendag. Cine gaat dat vieren in LAB111 met een speciale screening van The Lion King. Om alvast in de stemming te komen hebben Elise van Dam, Luuk van Huët, Bouke van Eck en Hedwig van Driel een bijzonder filmlijstje samengesteld waarin dieren centraal staan. 

 

Wendy and Lucy (Kelly Reichardt, 2008)


In het grootste deel van Wendy and Lucy is de hond kwijt. Maar niet voordat Reichardt in een handvol scènes duidelijk en voelbaar heeft gemaakt wat hond Lucy betekent voor Wendy, die met amper geld op zak op weg is naar Alaska op zoek naar werk. Maar mee dan ergens naartoe lijkt ze ergens vandaan te willen, al komen we er nooit helemaal achter wat het is dat ze achterliet. Wanneer ze in Oregon strandt met autopech, raakt ze ook nog eens Lucy kwijt en wat volgt is een zoektocht waarin Wendy (prachtig gespeeld door Michelle Williams) zich tegelijk vastberaden en radeloos toont. Lucy (overigens gespeeld door de hond van Reichardt zelf) is Wendy’s steun en toeverlaat, haar veilige connectie tot de buitenwereld, maar ook haar wellicht nog enige verbinding met het leven dat ze achterliet. En juist dat laatste maakt dat Wendy uiteindelijk een keuze zal moeten maken, tussen vasthouden aan het verleden of kiezen voor een ongewisse toekomst.
Elise van Dam

 

The Hellstrom Chronicle (Walon Green, 1971)

In deze bizarre combinatie van een natuurdocumentaire en een science-fiction/horrorfilm wordt de fictieve wetenschapper Nils Hellstrom opgevoerd, die een zeer zorgwekkende boodschap verkondigt: een conflict tussen de mensheid en de insectenwereld staat in de sterren en de mensheid zal in dit conflict het onderspit delven. Beelden uit oude B-films worden afgewisseld met een besmuikt in de camera orerende dokter Hellstrom die het publiek vertelt dat ze geen schijn van kans hebben. Iets dat enigszins gaat irriteren naarmate de film vordert. Maar de adembenemende, baanbrekende en bij vlagen gruwelijke documentairebeelden van insecten maken de film een unieke kijkervaring, al is het niet altijd prettig om te zien. Beelden van mieren die een oorlog uitvechten zijn zo naargeestig gewelddadig dat Starship Troopers in vergelijking overkomt als Antz: grootschalige slachtpartijen worden met misselijkmakende details in beeld gebracht. En Game of Thrones lijkt op een potje stoelendans op een kinderfeestje vergeleken met de beestachtigheid en meedogenloze efficiëntie van een gevecht in een bijenkorf tussen potentiële bijenkoninginnen in een bijenkorf. Wellicht de meest van de pot gerukte titel die ooit een Oscar voor beste documentaire won in de geschiedenis van de awardsThe Hellstrom Chronicle is vrijwel onbekend en ook lastig aan te bevelen. Ik voelde me nog dagen nadat ik de film zag paranoïde. Bij elke onverwacht contact met mijn huid kreeg ik de kriebels: dat is iets wat géén andere film, zelfs de meest ranzige exploitation-film, ooit teweeg heeft gebracht.
Luuk van Huët

 

The Long Goodbye (Robert Altman, 1973)


Katten hebben in de cinema een slechte reputatie. Soms zijn ze van slechteriken (denk Blofeld in de Bondfilms), soms zijn ze zelf slecht (die uit Assepoester heet regelrecht Lucifer). Maar als een personage een kat heeft, dan zegt dat iets over hun karakter. Dat ze zich niet zoveel zorgen maken over geliefd worden, of juist teveel. In The Long Goodbye leren we Philip Marlowe – in deze versie gespeeld door Elliott Gould in zijn beste rol – door en door kennen aan de hand van hoe hij met zijn kat omgaat. Of zijn kat met hem. Midden in de nacht wordt Marlowe wakker gemaakt door zijn hongerige kat. Het voer is op, dus hij zeult naar de supermarkt. Daar hebben ze het lievelingsmerk van zijn kat niet meer. Dus probeert hij zijn kat voor de gek te houden door het gekochte voer in oude blikjes te stoppen van het juiste voer. Zonder succes. Door die sequentie weet je direct dat deze Marlowe anders is dan de noir-helden gespeeld door Dick Powell, Humphrey Bogart en Robert Montgomery. Geen cynische badass, maar een doetje die zich laat manipuleren door zijn kat, ‘it’s all right with me’ mompelend. Die browie-mix haalt voor zijn halfnaakte buurvrouwen in plaats van dat hij ze probeert te verleiden. Maar ook: iemand die loyaal is, zelfs als hij zelf wel inziet dat het een beetje belachelijk is. En dat allemaal via een kat die daarna doodleuk de film uitloopt, haar taak volbracht.
Hedwig van Driel

Roar (Noel Marshall, 1981)


Het verhaal achter Roar is beruchter en eigenlijk ook beter dan de film zelf. Ruim honderd ongetemde leeuwen, tijgers en panters liepen rond op de set in dit bizarre geesteskindje van en met Noel Marshall, zijn toenmalige echtgenote Tippi Hedren en hun kinderen. Ruim zeventig cast- en crewleden raakten gewond tijdens het draaien, waaronder Nederlands cameraman Jan de Bont die 120 hechtingen nodig had nadat zijn scalp was gelicht door een leeuw. De dialogen en het acteren hebben – logischerwijs – te lijden onder de maar al te reële dreiging van de roofdieren, maar juist dat maakt de talloze shots van klauwen en tanden in mensengezichten en -nekken zo verbazingwekkend en gruwelijk tegelijk. Roar is zeker geen meesterwerk, wel een fascinerende verbeelding van een krankzinnige onderneming.
Elise van Dam

 

Au Hasard Balthazar (Robert Bresson, 1966)


Sinds mensenheugenis worden verhalen met en over dieren verteld. Meestal behelzen die een bepaalde mate van antropomorfisering; de dieren worden menselijke eigenschappen toegekend. Zo staan ze vaak symbool voor bepaalde menselijke eigenschappen. De ezel is een van de sterkste symbolen, van dommigheid of koppigheid. Dit geldt niet voor Balthazar, uit Robert Bressons Au Hasard Balthazar uit 1966. De film volgt de gebeurtenissen in het leven van de ezel en daarmee die in het dorp waar Balthazar geboren wordt en zal sterven. Het is een dorp als andere, vol liefde en haat, zwakte en trots. Dit toont Bresson allemaal met overduidelijke Bijbelse symboliek, waardoor kleine voorvallen een grote lading krijgen. Maar dit zijn allemaal zaken in een ander register dan degeen die Balthazar waarneemt. Bij de meeste dingen is hij toevallig aanwezig. De titel betekent dan ook zo iets als ‘Balthazar, willekeurig’. Wel voelt hij de genegenheid van Marie, wiens vader hem als jonge ezel koopt, en het geweld dat zijn plaaggeest Gerard hem aandoet. Bresson laat Balthazar niet meer dan een ezel zijn. Maar juist daardoor ontstijgt hij de gecorrumpeerde mensenwereld.
Bouke van Eck

 

Phenomena (Dario Argento, 1985)

Dario Argento’s meest bizarre giallo (en geloof me, dat wil wat zeggen) bevat de eerste hoofdrol voor Jennifer Connelly. Als een leerling op een kostschool ontdekt dat ze een telepathische band heeft met insecten. Met deze kracht probeert ze een seriemoordenaar op te sporen die het Zwitserse platteland onveilig maakt. Naast insecten heeft de film een prominente rol voor de chimpansee Inga, de personal assistent van de gehandicapte Amerikaanse entomoloog John McGregor (gespeeld door niemand minder dan horror-icoon Donald Pleasence). Hoewel critici niet echt te spreken waren over deze film, past hij zeker in het oeuvre van Argento. De ietwat stijve acteerprestaties zijn niet heel anders dan het acteerwerk in bijvoorbeeld Suspiria. De setting in de Zwitserse natuur zorgt alleen voor dissonantie in vergelijking met de gestileerde beelden van die film. De eindscènes verheffen het gotische horror-aspect van de film met een groezelige smerigheid en niet alleen zijn de insecten voor de verandering de helden van de film, ook Inga de chimpansee promoveert van sidekick naar redder in nood.
Luuk van Huët

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken