Nu aan het lezen:

Z

Z

In 1969, het jaar na de grote studentenopstanden in Parijs, bracht de Grieks-Franse regisseur Costa-Gavras (Konstantinos Gavras) met Z één van de bekendste vroege politieke thrillers uit. De film mag wat mij betreft meteen gezien worden als één van de beste om twee redenen. Ten eerste om hoe hij op een krachtige manier een waargebeurd verhaal een universele waarde weet mee te geven. Ten tweede omdat geen enkele film die ik gezien heb zo goed de worsteling weergeeft van wat ik de aarzelende opstandeling wil noemen.

Even de context: de film Z is gebaseerd op het gelijknamige boek van de Griekse schrijver Vassilis Vassilikos. Het boek is een nauwelijks verhulde fictionalisering van de gebeurtenissen rond de moord op de Griekse politicus Grigoris Lambrakis in 1963 tijdens een verkiezingsmanifestatie in Thessaloniki. De moord viel midden in een turbulente periode in Griekenland waarin het geboorteland van de democratie op het randje van het autocratische bungelde. Na de Tweede Wereldoorlog had er een driejarige burgeroorlog gewoed tussen communistische en regeringsgezinde troepen. Daarna werden alle (vermeende) communisten uitgesloten van veel publieke voorzieningen. Costa-Gavras zelf moest uitwijken naar Frankrijk om een universitaire studie te kunnen volgen, aangezien zijn vader tijdens de Tweede Wereldoorlog aan de kant van het communistische verzet had gevochten. Lambrakis was een sleutelfiguur omdat de moord op hem blootlegde hoe diepgeworteld het wantrouwen was tegen alles wat op socialisme leek. Hij werd een symbool voor protesten tegen de regering, waarbij de letter Z (uit het Grieks te vertalen als ‘hij leeft’) overal als graffiti opdook.

Costa-Gavras deelt zijn film in drie grote brokken op. Eerst zien we de voorbereidingen op de noodlottige manifestatie, waarbij de medewerkers van Z (het op Lambrakis gebaseerde personage, gespeeld door de legendarische Franse acteur Yves Montand) op alle mogelijke manieren door de lokale autoriteiten worden tegengewerkt. Dan de manifestatie zelf, die eigenlijk een bloedstollende  confrontatie is tussen degenen die naar Lambrakis komen luisteren en een groep ‘contrarevolutionairen’ met een groot contingent politiemannen dat zich afzijdig houdt. De manifestatie mondt uit in de moord en plein public van Lambrakis door twee contrarevolutionairen. Tenslotte neemt Costa-Gavras ruim de tijd voor het onderzoek naar de moord door een rechtlijnige openbaar aanklager, gespeeld Jean-Louis Trintignant. Deze openbaar aanklager legt de nauwe banden tussen de contrarevolutionairen en de autoriteiten bloot en weet zo te bewijzen hoe zeer het bloed van Z ook aan de handen van die laatsten kleeft.

Een belangrijke keuze van Costa-Gavras is dat hij nooit duidelijk maakt waar de film zich afspeelt. Hij vertelt Griekse gebeurtenissen, maar de film is in het Frans opgenomen, en er zijn specifieke verwijzingen naar Franse elementen. Zo wordt de Dreyfusaffaire genoemd en identificeren de autoriteiten en de contrarevolutionairen zich met de Rooms-katholieke kerk, niet met de Grieks-orthodoxe. Deze keuze helpt met de universalisering van de worsteling van de getrouwen van Z en legt ook een link met Charles de Gaulle die op dat moment in Frankrijk aan de macht was. Het gaullisme was bepaald niet vreemd van autocratische neigingen.

De worsteling waar ik op doel is die van de aarzelende opstandeling. De filmgeschiedenis zit vol met aarzelende opstandelingen. Heel vaak kom je ze tegen in science fiction-films: neem Neo in The Matrix-trilogie en Everdeen Katniss in The Hunger Games-films. In beide gevallen kunnen wij als kijker heel duidelijk zien dat de wereld waarin zij leven beheerst wordt door een kwaadaardig regime. Toch twijfelen ze beide of rebellie de juiste weg is. Ook in politieke thrillers komt het archetype van de aarzelende opstandeling vaak voor, zoals bijvoorbeeld in The Conversation. Het voordeel van de politieke thriller is dat het meestal niet om de opstand gaat, maar om de weg er naartoe. Dat geeft de verteller de ruimte om de kijker rustig mee te nemen naar het punt waarop rebellie onafwendbaar is.

  1. Wanneer weet je echt zeker dat het regime kwaadaardig is?

Als kijker ben je een buitenstaander in de wereld waarin het verhaal zich afspeelt. Dat maakt het voor jou veel makkelijker om iets als ‘waar’ te herkennen. Als Morpheus Neo’s ogen opent voor de gruwelijke waarheid dat hij als slaaf heeft geleefd van robots, dan zien wij dat als waar. Toch twijfelt Neo nog of hij zich moet aansluiten bij de rebellie. Maar heeft Neo genoeg redenen om Morpheus te vertrouwen? Meer nog dan zijn eigen zintuigen die de Matrix niet van echt kunnen onderscheiden? De Hunger Games zijn zo barbaars dat ieder van ons direct zal concluderen dat dit opstand rechtvaardigt. Maar wat als je opgegroeid bent in een wereld waarin Hunger Games gewoon een jaarlijks terugkerend fenomeen is? Gruwelijk, maar ook normaal?

Eigenlijk volgt op de grote onthulling van de kwaadaardigheid in deze films een ongemakkelijk moment waarin het publiek al overtuigd is van de kwaadaardigheid van het regime, maar de held dat nog moet worden. In Z is dat ongemakkelijke moment niet aanwezig. Ja, we weten dat de autoriteiten niet op de hand zijn van de politieke beweging van Z. Maar we leren pas door het onderzoek van de openbaar aanklager, tegelijkertijd met de getrouwen van Z, in hoeverre ze verantwoordelijk zijn voor zijn dood. Zo wordt pas heel laat in de film de kwaadaardigheid van het regime blootgelegd en is het voor het publiek des te makkelijker om zich in te leven in deze mensen.

  1. Als je geaccepteerd hebt dat het kwaadaardig is, is persoonlijke actie dan noodzakelijk?

Herinner je je het personage Cypher in The Matrix nog? Hij verraadde de rebellen voor een enorme beloning: dat hij teruggeplaatst zou worden in de Matrix. Daar kon hij verder een rustig leven leiden zonder de ontberingen aan boord van het rebellenschip. Die optie hebben eigenlijk alle aarzelende opstandelingen: negeer de kennis die je opgedaan hebt en leef een rustig leven met je familie.

Zeker de leden van de beweging van Z, en zelfs de openbaar aanklager, hoeven zich alleen maar uit de politiek terug te trekken of een oogje dicht te knijpen om verder hun leven te kunnen leiden zonder al te veel bemoeienis van buitenaf. Dit past echter totaal niet bij hun karakters. Het zijn wereldverbeteraars die zich geroepen voelen misstanden aan de kaak te stellen, mensen die rechtvaardigheid willen afdwingen. Dat is de reden dat een figuur als Z zich in de politiek moet mengen, ondanks alles.

  1. Als je geconcludeerd hebt dat actie noodzakelijk is, wat is dan de beste aanpak?

Maar ook binnen zo’n groep wereldverbeteraars zijn allerlei schakeringen te vinden. Sommigen springen het liefst direct op de barricades. Anderen gaan omzichtiger te werk, want een verzetsdaad kan onbedoelde gevolgen hebben. Neem een van de bekendste verzetsdaden uit de geschiedenis, de Rijksdagbrand van 27 Februari 1933. Waarschijnlijk aangestoken door de jonge Nederlands communist Marinus van der Lubbe – hij heeft de verantwoordelijkheid in ieder geval  opgeëist – als oproep aan alle Duitse arbeiders om in verzet te komen tegen het bewind van de kort daarvoor tot Rijkskanselier benoemde Adolf Hitler. Dat verzet kwam er nooit, Van der Lubbe stierf onder de guillotine en Hitler wist de angst voor communisten die erdoor ontstond te gebruiken om de grondwet grotendeels buiten werking te stellen en een grote overwinning te behalen bij de eerstvolgende verkiezingen.

Z zelf toont zich in de film heel terughoudend als geweld dreigt, op het pacifistische af. Maar niet handelen is eigenlijk ook geen optie. Wanneer de autoriteiten geen tegenwicht voelen zullen ze grenzen blijven verleggen. Het kan zelfs overkomen als een legitimering van het illegitieme; niemand lijkt zich er immers druk om te maken. Dit is de spanning die Costa-Gavras constant uitbuit tijdens het laatste deel van Z, als de openbaar aanklager steeds dichter bij de waarheid komt en het risico op represailles steeds groter wordt.

Op het moment dat Z in de bioscopen verscheen, zes jaar na de gebeurtenissen die getoond worden in de film, was Griekenland afgegleden tot een regelrechte dictatuur. Een dictatuur die net als vele andere gesteund werd door de het ‘vrije’ westen, als onderdeel van de strijd tegen het oprukkende communisme. Frankrijk, daarentegen, had net een min of meer succesvolle opstand meegemaakt in de vorm van de Parijse studentenrevolutie van mei 1968. De tamelijk autoritaire Charles de Gaulle was niet direct afgezet, maar zijn macht was flink ingeperkt en hij stapte minder dan een jaar later op.

Er zullen altijd personen met macht zijn die geneigd zijn om meer macht te vergaren, ten goede of ten kwade van de maatschappij als geheel. Er zullen altijd mensen zijn die geneigd zijn hun vrijheid op te geven voor zekerheid. En er zullen altijd mensen zijn die geneigd zijn om weerstand te bieden aan deze krachten. Z toont ons de fascinerende worsteling van die laatste groep. De kracht van de film is gelegen in hoe Costa-Gavras de specifieke worsteling van deze groep op een bepaald moment in de geschiedenis overtuigend weet over te brengen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de film eind jaren zestig enorm aansloeg bij de protestgeneratie, maar Z is even relevant voor iedereen die zich ongemakkelijk voelt bij recente ontwikkelingen.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken