Je gaat naar de film. Je kijkt en loopt naar buiten, stoot je vriend(in) aan en zegt de onvermijdelijke woorden: ‘Het boek was beter.’ We zeggen het allemaal, week in week uit, jarenlang, tot we sterven, zonder de belangrijke vraag te stellen: waarom vinden we dat?

Het begint natuurlijk met waarom er zoveel boekverfilmingen zijn. En het antwoord op die vraag is simpel. Geld. Filmstudio’s zijn er dol op. Elke film gebaseerd op bestaand materiaal biedt de studio’s immers meer kijk op hoeveel geld er binnen kan stromen. Er kan veel beter worden gemeten hoe groot de doelgroep is en of die een kaartje overhebben (de populariteit onder studio’s van sequels valt zo ook te verklaren).

Als je kijkt naar de meest verdienende films aller tijden, is het merendeel (Gone with the Wind, The Sound of Music, The Ten Commandments, Jaws, Doctor Zhivago, The Exorcist en Snow White and the Seven Dwarfs) een boekverfilming. De uitzonderingen zijn met name dat: uitzonderingen. Is er anno nu nog een mogelijkheid voor een Star Wars, een E.T. of een Titanic? De laatste keer dat een niet-boekverfilming (of niet-sequel, andere money grabbers waar we ons nu even niet op focussen) het zo goed deed, was acht jaar geleden, met Avatar.

Boekverfilmingen zijn al sinds Gone with the Wind (en laten we eerlijk zijn, ook al daarvoor) de weg naar succes gebleken. De verfilmingen van Harry Potter en Lord of the Rings waren een garantie voor de kassa’s, evenals de (strip)verfilmingen van Batman, The Avengers en Jurassic Park dat zijn.

Niet alleen studio’s geilen op adaptaties. Regisseurs zijn ook niet zonder blaam, als je in dit geval van dat woord mag spreken. Je kan je eigen visie en thematiek beter verkopen als je hebt laten zien (let op dat woord) dit ook met andermans materiaal te kunnen. Tim Burton vestigde zijn naam met Batman (1989) zoals Peter Jackson dit met Lord of the Rings deed. Beiden werken goed als voorbeeld. Ze waren voor hun grote adaptaties al een goed regisseur, maar ze vestigden zich definitief met werk wat eerst gebonden op papier stond.

Kijk naar de lof voor Denis Villeneuve, die van Arrival een fascinerende sciencefiction maakte (waarover Bouke hier een geweldig stuk schreef), Tom Ford (Nocturnal Animals) of Tom McCarthy, die met Spotlight (toegegeven, officieel een krantenartikelverfilming, maar soit) zijn carrière in een stroomversnelling bracht. Wat te denken van Steve McQueen (12 Years a Slave) of Lenny Abrahamson (Room)? Allen regisseurs die hun eigen thematiek toe konden passen op het materiaal van anderen en zo een toekomst voor henzelf in de cinema creëerden.

Goed, niets te vrezen dus, van boekverfilmingen, zou je denken. Maar voor elk goed voorbeeld zijn er natuurlijk talloze liefdeloze voorbeelden te noemen, denk aan The Hobbit, Total Recall, The Golden Compass, The League of Extraordinary Gentlemen… Of beter gezegd, denk er maar niet te veel aan.

Dan, waarom loop ik altijd de zaal uit en denk: ‘het boek was beter’? Waarom is dat de gedachte die ik heb en iedereen om me heen ook? En waarom wil ik daarom niet dat m’n favoriete boek verfilmd wordt?

Geen kunstgenre is natuurlijk beter of minder dan het andere. Picasso was niet beter dan The Beatles, zoals de Odyssee niet beter was dan The Fast and Furious 8. Iets meer gelaagd hoogstens. En in die gelaagdheid zit het hem.

Elke film is grofweg opgebouwd uit 40 tot 60 scènes. Bij romans is dit vaak twee keer zo hoog. Dus je moet schrappen, minstens de helft van je materiaal moet eruit om ons niet op te zadelen met een film die langer duurt dan we in een stoel willen zitten staren naar een scherm.

Vervolgens moet je, als maker, herindelen. Er zijn vaste punten waar wij als publiek een actie verwachten, een wending, een ommezwaai. We willen dat het verhaal op de helft een wending neemt, dat het rustig begint en dat we vlak voor het einde denken dat het niet meer goed gaat komen. En of je het nu over de Odyssee hebt van Homeros, over The Fast and Furious 8 of over De kleine zeemeermin; ze hebben allemaal hun structuur gemeen. Laten we het sprookje als voorbeeld nemen. De kleine zeemeermin is een verhaal van Hans Christian Andersen, en begint onder water. Maar als je de verfilming van Disney kijkt, begint dat boven zee, met prins Erik (zucht…) op een schip. Waarom? Waarom niet rechtstreeks woord voor woord van het boek/verhaal een film gemaakt?

Kijk eens naar onderstaand fragment van Blade Runner. We zien Roy Batty, gespeeld door Rutger Hauer, en Rick Deckard, gespeeld door Harrison Ford, in een van de meest iconische sterfscènes van de filmgeschiedenis.

Dit is een wereld van verschil met de sterfscène in de roman van Philip K. Dick, genaamd Do Androids Dream of Electric Sheep?

In de andere kamer gaf Roy Batty een smartelijke kreet.
‘OK, u hield van haar,’ zei Rick. ‘En ik hield van Rachel. En het speciale geval hield van een andere Rachel.’ Hij schoot Roy Batty neer. Het lijk van de grote man sprong omhoog en viel ondersteboven als een te zware zak vol kleine onderdeeltjes; het smakte tegen de keukentafel en sleepte borden mee in zijn val. Reflexcircuits in het lichaam deden het trillen en trekken, maar het was dood.

Waarom is het zo verschillend? Waarom is Rick Deckard in het boek in deze scene een koelbloedige moordenaar en is hij in de film aan de genade overgeleverd van Roy Batty?

Elk boek heeft een thema, slechts een, waar alles om draait. En dat thema hoeft in de film niet hetzelfde te zijn. Denk aan de totaal verschillende openingen van Lord of the Rings: waar Tolkien een heuvellandschap schetst met een klein mannetje dat heel oud is, geeft Peter Jackson ons de wijdte van de wereld, gewelddadig, groots en fantasievol. Hij geeft je elven, orcs, dwergen, mensen, Mordor, een bereik van heel Midden-Aarde, de Ring, Sauron, en hoe in honderden jaren deze Ring naar Gollem kwam.

Het is niet toevallig. Niets in films is toevallig. Niets in boeken. Het is omdat verschillende makers zich verschillend verhouden tot het bronmateriaal. Wat de een ziet als een nieuwe mythe, een sprookje wat uitgroeit tot legende, kan een ander als analogie zien van een allesvernietigende oorlog.

Geen maker is zonder thema, en wanneer hij zijn best doet dit wel te zijn, eindigen we met de bewerkingen die we ‘liefdeloos’ noemen. Er zat geen echt hart in, vinden we dan, geen echte ziel.

Dat is de reden waarom we soms boekverfilmingen vreselijk vinden, of hoe we van onze favoriete boeken hopen dat die nooit zullen worden verfilmd: als het gebeurt, zal de regisseur een andere gedachte hebben dan de schrijver.

Tot slot: het boek en de film zijn verschillende kunstvormen. Waar de roman het werk is waar mensen denken (met de monoloog interieur als hoogste goed) is een film sterk wanneer mensen doen. Echt nadenken kan en wil je niet, want de film kan niet op pauze in de bioscoop, niet als het boek wat je na elke zin weg kan leggen om na te denken, iets op te zoeken, of een wandeling te maken.

Je kan jezelf niet meer teleurgesteld de bioscoopzaal uit laten lopen, door simpelweg niet meer te verwachten dat het resultaat hetzelfde zal zijn als het op papier was (of in je hoofd). Doe zoals de kinderen doen in onderstaand fragment, en laat je verrassen.

Delen van dit artikel komen uit de lezing die Luuk Imhann samen met Luuk  van Huët gaf op 8 april 2017 tijdens de Dag van het Fantastische Boek, georganiseerd door de Stichting ter Bevordering van het Fantastische Genre, in samenwerking met Imagine, SLAA en Monnik.

1 reactie

Geef een reactie

Annuleren

  1. Waarom nog vasthouden aan de dogmatische vergelijking tussen literatuur en film? Waarom zeggen we nooit ‘het boek was beter dan het toneelstuk, het schilderij, de opera?’. Waarom moet de filmkunst zich nog steeds op die manier bewijzen? Waarom kunnen we niet accepteren dat alle creativiteit een uiting is van individuele ideeën, wensen, overtuigingen’?

    Waarom altijd weer die ouderwetse koppeling met commercie, en dan vooral in negatieve zin? Doen we moeilijk over Rembrandt, Van Gogh als broodschilders, Shakespeare als broodschrijver, en Mozart als broodcomponist? Is hun werk daardoor minder?

    Waarom altijd die insteek op competitie? Kunst is geen competitie, althans niet van oorsprong. Wat betekent ‘beter dan’ helemaal? Wie bepaalt dat? Welke regels? Waarom altijd die Westerse regels als uitgangspunt?

    Kortom die discussie boek v. film is zo totaal ouderwets, en oubollig. Kom op jonge filmfans, ik verwacht meer van jullie.