Nu aan het lezen:

Wij

Wij


In Wij, naar het gelijknamige boek uit 2009 van Elvis Peeters, verliest een groep tieners uit het schemergebied tussen Nederland en België zich gedurende een lange, hete zomer in seksueel en moreel wangedrag. Tijdens de openingscredits, waarin de camera over zonovergoten weilanden, bossen en villa’s in de grensstreek glijdt, presenteert de film zich als ‘A summer odyssey in four parts’.

Een odyssee? Opbloeiende pubers? Dat suggereert een lange, epische coming-of-age-reis, maar dat is niet wat Wij voor ogen heeft. De ontluikende seksualiteit van onze gang — vier meisjes, vier jongens — manifesteert zich eerst nog als een soort seksueel kattenkwaad, maar ontaardt al snel in het exploiteren van homemade porno en vervolgens in prostitutie, chantage, doe-het-zelf abortus, fysiek en emotioneel geweld en de dood.

Tijd om bij deze escalatie stil te staan krijgt de kijker niet, want Wij slaat je vanaf het begin om de oren met expliciet gefilmde uitspattingen van de jongeren, die het begrip ongeremd een nieuwe dimensie geven. Dat ze zo gierend uit de bocht gaan is niet geloofwaardig, maar dat geeft in eerste instantie niet: Wij speelt zich af in een soort schijnwereld waarin de zon altijd schijnt en ouders en andere gezaghebbers slechts een minieme bijrol vervullen. Deze door tienerogen gefilterde hyperrealiteit wordt prachtig vormgegeven door regisseur Rene Eller, die de perverse taferelen laat plaatsvinden tegen weelderige, zorgvuldig gecomponeerde decors. Dit contrast maakt van Wij bij vlagen een soort magisch-realistisch exploitatie-sprookje.

De personages zijn al even gestileerd. Wij ontwijkt zorgvuldig de vraag hoe het zo ver heeft kunnen komen met deze kids, en laat het uitpluizen van hun motivatie bijna volledig over aan de kijker. Dat heeft een absurdistisch effect, want naarmate de film vordert en het emotionele en fysieke geweld groteskere vormen aanneemt, dringt zich steeds meer de vraag op waar het nu eigenlijk om gaat. Wordt hier gesuggereerd dat losbandige tieners nou eenmaal losbandige tieners zijn? Dat ze dit alleen maar doen omdat het kan? Spring Breakers (2012) had een vergelijkbare nihilistische aanpak, maar situeerde haar losgeslagen tieners wel in een duidelijke context van media-gefixeerde oppervlakkigheid die kenmerkend is voor deze tijd. Wij deelt af en toe een hint naar soortgelijke omstandigheden uit, maar lijkt verder vooral te proberen géén product van deze tijd te zijn. Welvaart en komaf lijken evenmin een bepalende factor in het gedrag van de personages.

Het gebrek aan een sociaal en maatschappelijk raamwerk is interessant en levert een hoop vragen op, maar weerhoudt de film er uiteindelijk van om écht impact te hebben. Waar de aanslag op de zintuigen in het eerste half uur nog effect sorteert, werkt die in het laatste deel juist averechts. Tegen die tijd is de kijker murw geslagen door het cynische, koude en manipulatieve gedrag van de personages en brengen de schokkende beelden geen emotionele reactie meer teweeg. Wij lijkt een statement te hebben willen maken door dezelfde positie in te nemen als de hoofdpersonen en zet zichzelf hiermee in feite buitenspel. Het eindresultaat is geen bevredigend drama, maar wel een film om lang over na te praten en denken.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken