Nu aan het lezen:

Niet Westerse sci-fi op Other Futures Festival

Niet Westerse sci-fi op Other Futures Festival


Terwijl de ogen van filmminnend Nederland momenteel gericht zijn op Rotterdam, waar het IFFR in volle gang is, is er aankomend weekend in de Melkweg in Amsterdam nog een festival met een interessant filmprogramma. Other Futures heet dit nieuwe festival, dat zich richt op niet-westerse sciencefiction met muziek, debatten en cinema.

Met de Japanse anime Ghost in the Shell van Mamoru Oshii vertoont het festival een onbetwiste klassieker (en helpt de vieze smaak van de live-action remake weg te spoelen), maar verder richt Other Futures zich voornamelijk op films uit de laatste jaren van veelal onbekende makers. Zoals het werk van de hyper-productieve Filipijnse filmmaker Khavn, van wie EDSA XXX: Nothing Ever Changes in the Ever-Changing Republic of Ek-Ek-Ek en Alipato – The Very Brief Life of an Ember worden vertoond. Zoals de titels al een beetje verklappen zijn het films vol gimmicks en persoonlijk vond ik het lastig daar voorbij meer te vinden. Dat lukte deze recensent van The Hollywood Reporter een stuk beter. Toch, wie bij Filipijnse cinema vooral aan het grauwe sociaalrealisme van Brillante Mendoza of Lino Brocka denkt, wordt door Khavn in elk geval even lekker door elkaar geschud.

EDSA XXX: Nothing Ever Changes in the Ever-Changing Republic of Ek-Ek-Ek (Khavn, 2012)

Het Zuid-Amerikaanse continent is vertegenwoordigd in het Braziliaanse Blue Desert van Eder Santos en het Mexicaanse The Incident van Isaac Ezban. De eerste is geïnspireerd door het conceptuele kunstboek Grapefruit van Yoko Ono, maar blijft zelf ook vooral in concepten steken, zonder dat de film echt tot leven wil komen. The Incident is een low budgetfilm die leunt op een conceptueel mysterie, zoals bijvoorbeeld ook Shane Carruths Primer. In twee verschillende verhaallijnen komen mensen vast te zitten in een ruimteloop (een eindeloos trappenhuis en eindeloze weg).

Verder te zien zijn het vrijwel woordeloze Taboor van de Iraanse filmmaker Vahid Vakilifar, die ik niet vooraf heb kunnen zien en delen van de televisieserie Cleverman, geregisseerd door Wayne Blair en gebaseerd op een concept van Ryan Griffen, over een toekomstig Australië waarin een deel van de mensheid is geëvolueerd tot een harige, nieuwe menssoort. En uit Marokko komt The Sea is Behind van Hicham Lasri, over de soms krampachtige relatie met masculiniteit binnen de Marokkaanse cultuur. Zoals Lasri het zelf beschreef in een interview: ‘We barricaderen ons achter machismo.’ En die barricades haalt hij omver.

Maar het grootste deel van het filmprogramma kan worden geschaard onder de term Afrofuturism. De term werd in 1993 geïntroduceerd door de witte cultuurcriticus Mark Dery in zijn interviewessay Black to the future en duidt op kunst gemaakt door zwarte makers (voornamelijk Afro-Amerikanen) waarbij sciencefiction als genre wordt gebruikt om de toekomst te beschouwen en claimen vanuit een zwart perspectief. En in die visie op de toekomst echoot altijd het verleden van onderdrukking. In Afrofuturisme vallen inhoud en vorm samen, want het losbreken van ketenen uit het verleden betekent bij deze makers ook losbreken van conventies van de kunstdiscipline waarbinnen ze werken. Dat werkt in veel van de films die op Other Futures te zien zijn desoriënterend, maar ook bevrijdend. Het opent niet alleen de ogen naar een andere cultuur of mogelijke toekomst van de wereld, maar ook naar een alternatieve toekomst van film.

Wie het over Afrofuturisme heeft, kan niet om jazzcomponist Sun Ra heen. Ook hij brak constant met conventies, in dit geval van de jazzmuziek, zonder de historie ervan af te wijzen. In 1974 maakte hij een uitstapje naar film in Space is the Place, die door Other Futures wordt vertoond en zowel een brug slaat tussen heden en verleden van het Afrofuturisme, als ook tussen de verschillende kunstdisciplines binnen het festival. (Overigens: zoals Sun Ra het Afrofuturisme avant la lettre naar de jazz bracht, George Clinton naar de funk en Lee Perry naar de reggae, zo brengt Mykki Blanco het momenteel naar de hiphop, wat haar programmering op Other Futures niet meer dan logisch maakt.)

In Space is the Place landen Sun Ra en zijn Arkestra met een door muziek aangedreven ruimteschip op aarde om de zwarte bevolking in Amerika (Oakland specifiek) te overtuigen een kolonie te stichten op een andere planeet. Het is geen toeval dat Oakland ook de geboorteplaats van de Black Panthers is, die een revolutie binnen de Amerikaanse, witte samenleving teweeg wilden brengen. Sun Ra pleit daarentegen voor een revolutie van het zwarte denken. Zo lang de witte mens een monopolie houdt op de kennis van bijvoorbeeld technologie, zal de zwarte mens afhankelijk blijven en dat is voor Sun Ra niet acceptabel. Dus als de witte man voet op de maan zet, zet hij koers naar wat daar voorbij ligt. (Wie meer wil lezen over de dwarsverbanden tussen Sun Ra en de Black Panthers kan ik dit proefschrift van Daniel Kreiss aanraden.)

Vrijheid is mogelijk via kennis van de eigen mythologie, in combinatie met het doorbreken van de monopolie op kennis die de witte mens zich heeft toegeëigend. Het is een filosofie die veelvuldig terugkeert in het Afrofuturisme. Zoals in het werk van de Kameroense filmmaker Jean-Pierre Bekolo. Zijn films spelen zich vaak af in de verre toekomst, maar zijn altijd stevig geworteld in een bewustzijn van het verleden. Zoals Les Saignantes, waarin twee vrouwen toegang hebben tot de machtigste mannen van het land, omdat ze hun lichaam aan hen verkopen. Maar onder de invloed van een onzichtbare kracht, genaamd Mevoungou, komen ze in opstand tegen deze mannen en hun eenzijdige macht. In zijn studie Development, Modernism and Modernity in Africa analyseert antropoloog Augstine Agwuele deze film van Bekolo en schrijft: ‘The processes that led to African women’s alienation from their sexuality partly originate from three historically contingent forces: the Atlantic slave trade, imperialism and colonialism.’ En in veel huidige Afrikaanse culturen, wordt die vervreemding in stand gehouden. Mevoungou is dan ook geen externe factor, het is eerder zo dat deze vrouwen worden herenigd met een eigenaarschap over hun seksualiteit en lichaam die ze lang kwijt zijn geweest. Waar Sun Ra zich op de geest richtte, roept Bekolo op tot de bevrijding van het lichaam.

Bekolo’s films gaan vrijwel altijd over identiteit, de worsteling van zoeken naar wie je bent en waar je vandaan komt. Een worsteling die voor zwarte mensen vaak veel urgenter is, omdat hun verleden zo vaak door anderen is bepaald of zelfs uitgewist. In Naked Reality vertaalt Bekolo die identiteitsworsteling naar het concept van de film, die onderdeel is van een project van Bekolo, waarbij het idee is dat andere makers hun eigen toevoegingen (muziek, dialogen) doen aan de opzettelijk onaffe ‘grondfilm’ die Bekolo heeft gemaakt. Zo is de film dus zelf op zoek naar een identiteit, een vervolmaking van zichzelf.

Naked Reality (Jean-Pierre Bekolo, 2016)

Hoofdfiguur in Naked Reality is een vrouw wier DNA is geïnfiltreerd, waardoor ze in tweestrijd is met zichzelf over wie ze is. Pas wanneer Wanita haar voorouders letterlijk en figuurlijk weer verstaat, is ze in staat een pad naar de toekomst in te slaan. In bepaalde opzichten doet Wanita denken aan Binti, het hoofdpersonage uit de gelijknamige novelle van Nnedi Okorafor (ook op het festival aanwezig). Binti behoort tot een volk op aarde met een rijke historie en kennis. Maar deze Himba blijven altijd op één plek, terwijl de Khoush – het dominante volk op aarde – het wijde universum intrekt. Binti laat haar familie achter om naar de universiteitsplaneet Oomza Uni te gaan, een plek “obsessed with knowledge, creation and discovery.” Die honger naar kennis blijkt essentieel wanneer Binti terechtkomt in een interplanetaire oorlog, maar niet zonder begrip van een reliek uit het verleden.

En daar zit misschien wel het cruciale verschil met witte sciencefiction. De worsteling van de personages in zwarte sciencefiction is dat ze, om de weg naar de toekomst te openen, zich eerst toegang moeten verschaffen tot het verleden. Want die toegang is niet vanzelfsprekend. Zoals schrijver en muziekcriticus Greg Tate verwoordt in zijn interview met Mark Dery: ‘Knowing yourself as a black person – historically, spiritually, and culturally – is not something that’s given to you, institutionally; it’s an arduous journey that must be undertaken by the individual.’ Dery schreef zijn interviewessay omdat hij zich afvroeg waarom er niet meer zwarte sciencefictionauteurs waren. Immers, zo merkt hij scherp op: ‘African Americans, in a very real sense, are the descendants of alien abductees; they inhabit a sci-fi nightmare.’ Maar sciencefiction gaat ook over het voorstellen van mogelijke toekomsten. En daar zit de complicatie. Zoals scifi-auteur Samuel Delaney aan Dery uitlegt: ‘the historical reason that we’ve been so impoverished in terms of future images is because, until fairly recently, as a people, we were systematically forbidden any images of our past.’

Crumbs (Miguel Llansó, 2015)

In het Ethiopische Crumbs van de Spaanse regisseur Miguel Llansó zien we een post-apocalyptische wereld waarin niemand meer toegang heeft tot het verleden, behalve misschien de eigenaar van een lommerd waar mensen speelgoed dat inmiddels is verworden tot artefact probeert te verpanden, die van al die voorwerpen de feitelijke herkomst en geldwaarde kan opsommen. Maar verdwenen zijn de emotionele herinneringen, die een betekenis geeft aan de dingen. Zoals Lansó in een interview zei: ‘Everybody has to invent or create meaning because nobody has a reference anymore.’ Een stel dat elkaar snoepje en vogeltje noemt en leeft in een bowlingcentrum gaat elk op eigen wijze op zoek naar die verdwenen betekenis. In de lucht hangt een roestend ruimteschip als herinnering aan de menselijke neiging tot avontuur en ontdekking. Vooral in locaties blinkt de film uit. Onder meer een verlaten dierentuin en overgroeide spoorrails worden prachtig gevangen in het dromerige camerawerk van Israel Seoane.

In Beti and Amare, van de in Kenia geboren Andy Siege, gaan we juist terug in de tijd naar 1936. Het jonge meisje Beti wordt naar haar opa op het platteland gestuurd, in de hoop dat ze daar veilig is voor de in Ethiopië oprukkende troepen van Mussolini. Daar vindt ze een ei dat uit de lucht is komen vallen en waar een jongen uit komt. De naam van het meisje zal niet toevallig zijn. De Beti zijn een volk dat leeft in Centraal Afrika, waarvan de historie een mysterie is, omgeven met wilde verhalen van kannibalisme. De jongen die Beti vindt, heeft vlijmscherpe hoektanden en kan haar niet vertellen waar hij vandaan komt. Hij is als een incarnatie van de fabels over de Beti, maar het meisje Beti laat zich daar niet door afschrikken. Ze steekt haar hand uit, gaat op zoek naar de identiteit en herkomst van de jongen, waarmee ze hem een toekomst schenkt.

De vertegenwoordiging van vrouwen, zowel in protagonisten als makers, is opvallend groot binnen het Afrofuturisme. Het past binnen dat breken met bestaande structuren en dus ook machtsstructuren. Ook de protagonist in de korte film Pumzi van Wanuri Kahiu is een vrouw. Asha is een curator in een museum in een toekomstige wereld waarin water vrijwel verdwenen is. De overblijfselen uit het verleden mag Asha behoeden, maar wanneer ze een grondmonster tegenkomt dat levensvatbaar blijkt, wordt haar verboden dat te onderzoeken. Maar het bestuderen van het verleden gaat de wereld niet veranderen en dus breekt ze uit het veilige museum, de ongewisse buitenwereld in. Gevraagd naar haar advies voor jonge, Afrikaanse filmmakers, zei Kaihu in een interview: ‘To write their own stories. Their own experience as Africans. And to plant a tree.’ En dat is tevens essentieel voor Afrofuturisme: vertel wie je bent, onderzoek waar je vandaan komt. En geef de toekomst vorm.

Other Futures vindt plaats van 2 t/m 4 februari 2018 in de Melkweg, Amsterdam. Meer informatie en tickets vind je op otherfutures.nl.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken