Nu aan het lezen:

Vroege film: slapstick comedies

Vroege film: slapstick comedies

 

De eerste filmkomedies waren vaak slapstick films: films waarin acties en bewegingen worden uitvergroot en overdreven voor een komisch effect. Dit is niet heel gek, aangezien de eerste films geluidloos waren en fysieke humor dus het beste overkwam. Daarnaast vormde vroege cinema een extensie van het toneel. Veel van de eerste korte films waren registraties van toneeluitvoeringen, en ook toen film steeds meer zijn eigen stem vond bleven het acteerwerk, de sets en de make-up in het begin nog erg theatraal. Ook in zijn vertoningscontext was film in het begin van de 20e eeuw sterk verbonden met het theater, doordat filmvertoningen vaak onderdeel uit maakten van reizende theaters. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat we in de eerste komedies veel acteurs uit het theater terugvinden. Charlie Chaplin, Buster Keaton, de Marx Brothers: ze speelden allemaal eerst in vaudeville theaters voordat ze bekend werden in films.

Wanneer we naar hun films kijken valt op dat de verhaallijnen vooral vehikels zijn om de steracteurs de ruimte te geven. In het stomme The General (1926), die Buster Keaton co-regisseerde, is het verhaal flinterdun: een trein wordt gekaapt en het is aan Keaton om de kapers te stoppen. In tegenstelling tot veel andere acteurs uit zijn tijd, deed Keaton niet aan het uitvergroten van emoties met zijn gezicht. Hij was veel meer van de fysieke komedie. De film bestaat voor het grootste gedeelte uit treinachtervolgingen waarin Keaton, die bekend staat om het uitvoeren van zijn eigen stunts, dan ook allerlei gekke trucs en kapriolen uithaalt. De andere karakters zijn er puur ter decoratie.

In Duck Soup (1933), een musical met de Marx Brothers, is het verschil tussen de comedians en de “gewone” acteurs nog groter. Terwijl de mannen allerlei fysieke grappen en grollen uithalen, lijkt de rest van de mensen dit totaal niet op te vallen en doen zij vooral zo normaal mogelijk. Vaak resulteert dit erin dat de onschuldige toekijkers het slachtoffer van de grap worden zonder dat ze dit doorhebben. Doordat Duck Soup een sprekende film is, zit er ook veel taalhumor in. Met overdreven bewegingen en uitvergrote gezichtsuitdrukkingen wordt de ene woordspeling na de andere uit de mouw geschud. Het is grappig om te merken hoe je als tegenwoordige kijker bij dit soort komedie, zoals we dat nu vooral vaak in sitcoms zien, de lachband ineens mist.

Een van mijn persoonlijke favorieten in dit genre is Modern Times (1936) geschreven en geregisseerd door Charlie Chaplin, die zelf ook de hoofdrol speelt. In deze film komt zijn bekende karakter The Tramp te werken in een goede fabriek, waar hij zichzelf omringt ziet door machines die hem dwingen dezelfde beweging steeds opnieuw te doen. De overdreven make-up, de gekke bekken en de maffe bewegingen zijn allemaal typisch slapstick. Maar de film gaat verder dan dat. Chaplin gebruikt zijn grappen om een prachtig commentaar te leveren op de werkloosheid tijdens de Depressie en de implicaties van het geïndustrialiseerde leven. Zo zijn oude komedies net als hedendaagse komedies: het wordt pas echt interessant als het ook nog ergens over gaat.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken