Nu aan het lezen:

Voorbij de drempel van het onvoorstelbare: tien keer de concentratiekampen in beeld

Voorbij de drempel van het onvoorstelbare: tien keer de concentratiekampen in beeld

 

Vanaf deze week draait de Russische film Sobibor in de bioscoop. De film probeert de holocaust opnieuw in beeld te brengen. Door de filmgeschiedenis heen zijn er meer pogingen gedaan om de wereld van de concentratiekampen te vangen op het grote doek. Henk Bovekerk en George Vermij kozen tien essentiële speelfilms en documentaires uit over de onvoorstelbare werkelijkheid van de vernietigingskampen en de niet te bevatten gebeurtenissen die daar plaatsvonden.

 

The last stage (Wanda Jakubowska, 1947)


In veel opzichten een unieke film. De Poolse Wanda Jakubowska overleefde Auschwitz-Birkenau en maakte kort na de oorlog deze confronterende film over het leven in het kamp. Opmerkelijk is daarbij dat Jakubowska veel scènes schoot in Auschwitz-Birkenau zelf en dat zij zich richt op het erbarmelijke lot van de vrouwelijke gevangenen. The last stage moet wel gezien worden binnen de historische context. Bepaalde delen zijn duidelijk gemaakt om de heroïsche kanten te benadrukken van de onderdrukte Polen en de communistische politieke gevangenen. Het einde is vooral storend in zijn troostende ongeloofwaardigheid. Desondanks is dit een bijzondere film die twee jaar na de Tweede Wereldoorlog al worstelde met het in beeld brengen van de gruwelijkheden die zich in het vernietigingskamp hadden afgespeeld. Deze zeldzame film is overigens op youtube te zien.
George Vermij

 

Nuit et brouillard (Alain Resnais, 1955)

Deze korte documentairefilm van Alain Resnais werd destijds gelauwerd als een meesterwerk. De structuur en de voice-over doen ruim zestig jaar na dato didactisch aan. Daarnaast gaat de film in een snelle vaart door de verschrikkingen heen. Van de deportaties vanuit verschillende Europese landen tot de aankomst in de kampen en de systematische vernietiging van de gevangenen. Resnais schroomt niet om foto’s en filmbeelden uit die tijd te gebruiken. Daarbij vertelt Michel Bouquet in zijn voice-over verontwaardigd over wat er allemaal gebeurde achter het prikkeldraad. Van de medische experimenteren die werden uitgevoerd op gevangenen tot de ontelbare martelingen die in de verschillende kampen plaatsvonden. Ook wat vreemde feiten komen voorbij zoals de grote eikenboom die midden in Buchenwald stond en die naar verluidt Johann Wolfgang von Goethe had geïnspireerd om gedichten te schrijven. Nuit et brouillard is ook een film die gezien moet worden als een product van zijn tijd. De bittere realiteit van de holocaust was nog niet doorgedrongen in films. Resnais’ poging om die filmisch te verwerken zou een grote invloed hebben op andere filmmakers. Overigens werden in Engeland wat schokkende beelden in eerste instantie uit de film geknipt door de British Board of Film Classification (BBFC).
George Vermij

 

Passenger (Andrzej Munk, 1963)

Veel films over de holocaust gaan over de slachtoffers, maar Andrzej Munks Passenger is een interessante en complexe uitzondering. Omdat Munk kort voor het afronden van de film stierf is de film nooit afgemaakt. De versie die je kunt zien begint met een proloog waarin wordt uitgelegd wat Munk van plan was. Wat foto’s geven een impressie van de scènes die hij in gedachten had, maar niet kon filmen. De rest van Passenger bestaat uit de beelden die Munk wel heeft geschoten. Opmerkelijk genoeg past die gefragmenteerde structuur goed bij het verhaal. Op een cruiseschip denkt een vrouw iemand te herkennen uit haar verleden. Flashback tonen Auschwitz-Birkenau en in een voice-over vertelt de vrouw over haar ervaringen in het kamp en hoe zij een kwetsbare gevangene probeert te beschermen. Maar wie herinnert zich nou wat? En wat is er in werkelijkheid gebeurd? Een bijzondere film over de manier waarop schuldigen het verleden herschrijven en zichzelf in een andere positie plaatsen ten opzichte van hun slachtoffers.
George Vermij

 

Die Ermittlung (Peter Schulze-Rohr, 1966)


Peter Weiss schreef het toneelstuk Die Ermittlung op basis van het grote Auschwitzproces dat plaatsvond in Frankfurt van 1963 tot en met 1965. Duitsland genoot van het Wirtschaftswunder, maar opeens vielen door het proces alle lijken uit de kast. Veel voormalige kampbewakers, die een knusse positie hadden binnen de Duitse samenleving, werden verhoord. Ook ‘burgers’ die meewerkten aan de holocaust, zoals volgzaam treinpersoneel, werden ondervraagd. Weiss gebruikte de getuigenissen haast letterlijk in zijn toneelstuk. Zijn feitelijke stijl was wonderbaarlijk genoeg gebaseerd op de structuur van Dante Alighieri’s cantos uit De goddelijke komedie. In 1966 werd het toneelstuk bewerkt voor de Duitse televisie. Het is in zijn onopgesmukte enscenering een nauwgezet en precies verslag van de hel van het kamp dat volledig is opgemaakt uit grimmige getuigenissen en wat spaarzame beelden van het eigentijdse Auschwitz-Birkenau. Daarmee loopt Weiss’ werk al vooruit op Claude Lanzmanns aanpak die helemaal wordt gedragen door de kracht van het woord om het onvoorstelbare toch invoelbaar te maken.
George Vermij

 

The night porter (Liliana Cavani, 1974)


Liliana Cavani’s The night porter werd destijds afgebrand door gevierd filmcritica Pauline Kael. Ze schreef dat de film bewees dat vrouwen net zo goed in staat waren om junk te maken als mannen. Regisseur en presentator Alex Cox was het daar niet mee eens, zoals blijkt uit de introductie die hij deed voor zijn Moviedrome reeks op de BBC. Het was dankzij Cox dat ik deze verontrustende film over de relatie tussen een SS’er en een vrouwelijke gevangene ontdekte. Na de oorlog komen zij elkaar plotseling weer tegen. De film laat vooral zien hoe ambigu en complex menselijke relaties kunnen zijn. Binnen het genre van de holocaustfilm is The night porter vrijwel uniek omdat de traditionele scheidslijn tussen dader en slachtoffer, en daarmee ook goed en kwaad, op een verontrustende wijze vervaagt. Dat is vooral te danken aan het bijzonder goede spel van Dirk Bogarde en Charlotte Rampling die de tegenstrijdige gevoelens van haat en liefde voor elkaar op intense wijze weten over te brengen. Hun spel wordt aangevuld door krachtige en schokkende flashbacks die door de film opduiken en je laten zien wat er in het kamp gebeurde.
George Vermij

 

Shoah (Claude Lanzmann, 1985)


Lanzmann bezocht in elf jaar tijd veertien landen om in totaal 350 uur film op te nemen. Het resultaat is deze tien uur lange documentaire waarin de Franse filmmaker in gesprek gaat met daders, slachtoffers en ‘omstanders’ van de genocide op voornamelijk joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. De film was internationaal zo bekend dat ‘shoah’ synoniem werd voor ‘holocaust’ – een woord dat zelf ook bekend werd door een Amerikaanse tv-serie. Lanzmann verzette zich tegen holocaustfilms waarin de massamoord op dramatische wijze werd nagespeeld, tot aan de gaskamer aan toe. Dat vond hij niet alleen smakeloos; het zou wat hem betreft verboden moeten worden. Archiefbeelden van gaskamers gebruikt hij ook niet. Die zou hij zelfs vernietigen als hij ze ergens zou tegenkomen, zei hij. De holocaust viel volgens hem niet te representeren. Elke vorm van representatie zou de ware ernst en betekenis ervan alleen maar verhullen. Shoah komt hard binnen. Het is de eerste film waarop zo veel mensen zo lang en openhartig praten over de verschrikkingen die ze hebben meegemaakt. Lanzmann ging daarin erg ver: niet alleen dringt hij eindeloos aan bij mensen die het verleden liever laten rusten, ook plaatste hij zijn ‘personages’ in een ongemakkelijke omgeving. Zo interviewt hij in een kapperszaak een man die in Auschwitz het haar moest afknippen van mensen, net voordat ze vergast werden. Toch: voor iedereen die meer van de holocaust wil afweten is deze documentaire een must see.
Henk Bovekerk

 

Bent (Sean Mathias, 1997)

Concentratiekampfilms die gaan over het lot van homoseksuelen zijn bijzonder schaars. Sean Mathias’ bewerking van het toneelstuk Bent is een van de weinige films die inventief met het onderwerp omgaat en dan ook nog eens stijlvol begint in een decadent Berlijn waar we Mick Jagger in drag een cabaretlied horen zingen. In dat hedonistische milieu is Max (Clive Owen) een sjacheraar die valt op mannen en plotseling in bed ligt met een lid van de SA. Niet lang daarna wordt zijn scharrel door de SS vermoord als Hitler tijdens de Nacht van de Lange Messen korte metten maakt met zijn politieke tegenstanders binnen de nazipartij. Max moet vluchten maar wordt al snel gearresteerd en gedeporteerd naar een concentratiekamp. Als jood kan hij zich nog verschuilen achter de Jodenster op zijn kampoverall, maar een andere gevangene (een indrukwekkende Lothaire Bluteau) die een roze driehoek draagt, schaamt zich niet voor zijn seksuele geaardheid. Gaandeweg ontwikkelt Max een band met deze man die bekent dat je als homoseksueel de ultieme paria bent onder de vele paria’s in het kamp. Ondanks wat onevenwichtige momenten maakt Mathias’ film indruk. Een hoogtepunt is het moment waarin de twee gedoemde gevangenen stiekem de liefde bedrijven door alleen maar gebruik te maken van woorden terwijl ze van een afstand in de gaten worden gehouden door kampbewakers.
George Vermij

 

The grey zone (Tim Blake Nelson, 2001)


Samen met Son of Saul uit 2015 de grimmigste concentratiekampfilm. The grey zone toont de gaskamers en crematoria van Auschwitz-Birkenau, waar ‘speciale eenheden’ van gevangenen (Sonderkommando) zich het schompes werken om alle honderden tot duizenden mensen die dagelijks in Auschwitz arriveren te vergassen en te verbranden. Iedereen ziet grijs van de as, je hoort de ovens constant loeien op de achtergrond, en met al dat vlees en dat bloed in beeld is het soms net of je naar een documentaire over een veeslachterij zit te kijken. Het is een industrie des doods. De gevangenen, mannen en vrouwen samen, plannen een opstand en sommigen nemen zelfs het woord ‘ontsnapping’ in de mond. Maar dit is geen heldenfilm waarin de goeien het opnemen tegen de slechteriken en het kwaad overwinnen. De film probeert het grijze gebied tussen slachtoffers en daders te laten zien, met een overwerkte SS’er Erich Mußfeldt (Harvey Keitel) en bijvoorbeeld een gevangene (David Arquette) die met zijn blote vuisten een andere Jood slaat voor een horloge. Zelf twijfelen sommige gevangenen er ook aan aan welke kant ze staan, ze werken immers mee aan de massavernietiging van hun eigen volk. Toch bestaat er aan het eind van de film geen twijfel over wie slachtoffer is en wie dader. Als een meisje van vijftien de gaskamer overleeft, brengen de ‘speciale eenheden’ haar naar de Joodse assistent van dr. Mengele, om haar weer op te peppen. De opstand mislukt, al worden er wel een paar crematoria opgeblazen. Alle overlevende opstandelingen krijgen buiten op het grasveld de kogel, en Mußfeldt schiet zelf het meisje dood.
Henk Bovekerk

 

Night will fall (Andre Singer, 2014)


Night will fall is de titel van de film die Alfred Hitchcock zou maken over de bevrijding van de vernietigingskampen aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. De geallieerden wilden een film die de wereld kon laten zien wat de nazi’s hadden gedaan. De gelijknamige documentaire van Andre Singer reconstrueert dit project en legt de context uit achter het productieproces. Hitchcock kon putten uit het filmmateriaal dat door het Britse en Amerikaanse leger werd geschoten toen ze de kampen bevrijdden. De docu interviewt de cameramensen die aanwezig waren bij de bevrijding van Bergen-Belsen, ook al komen zij soms niet uit hun woorden als zij terugdenken aan die tijd. Opmerkelijk genoeg werd de film door de invloed van de Koude Oorlog nooit afgemaakt. Een kortere versie werd door Billy Wilder samengesteld. Uit de documentaire blijkt echter dat Hitchcock een heel andere visie had. Zo was hij gefascineerd door de spanning tussen de gewone Duitsers niet ver van de kampen en de onvoorstelbare misdaden die zich daar afspeelden. Een spanning die hij door middel van montage probeerde over te brengen en die geen doekjes wond om de niet te bevatten gruweldaden die mensen elkaar aan kunnen doen.
George Vermij

 

Son of Saul (László Nemes, 2015)

Een nauwgezette en onontkoombare hel, dat is Auschwitz-Birkenau door de ogen van regisseur László Nemes. Zijn Son of Saul is een verstikkende tocht door de machinale werking van een vernietigingskamp, ontdaan van momenten van troost of bezinning. Filmisch hanteert Nemes een stijl waarbij de camera voortdurend op de huid van hoofdpersoon Saul zit en hem opgejaagd door het kamp volgt. Een bekende methode die leunt op de cinema van de gebroeders Dardenne en perfect geschikt is voor de continue en dreigende spanning in een concentratiekamp. Het vierkante beeldformaat van de film versterkt nog eens die benauwende sfeer. De andere pijler die de film draagt is de historische gedetailleerdheid die op geen moment didactisch is, maar overtuigt door belangwekkende feiten te openbaren. Het verhaal gaat over Saul, een lid van een Sonderkommando: een concentratiekampgevangene die in leven wordt gehouden om mee te werken met de massavernietiging.  Als hij na een vergassing zijn zoon denkt te herkennen tussen de lijken, probeert hij hem op een gepaste wijze te begraven, wat een onmogelijke taak is in Auschwitz. Er zijn opvallend veel raakvlakken met het eerdergenoemde The grey zone. In beide films wordt een levende persoon gevonden na een vergassing en behandelt het verhaal zijdelings een mislukte opstand die echt heeft plaatsgevonden in 1944. De gemeenschappelijke factor in de films is Miklós Nyiszli die als arts werkzaam was in het kamp en zijn getuigenissen na de oorlog zou optekenen. Natuurlijk is Son of Saul geen makkelijke kijkervaring. Door middel van Sauls tocht ontdek je de ringen van een moderne hel werkend als meedogenloze machine en iedereen vermorzelend die niet collaboreert. De Sonderkommando’s zijn de onbeduidende radertjes in de chaos. Het verhaal speelt zich af op een moment waar de capaciteit van het kamp op knappen staat. In 1944 konden massale deportaties van Hongaarse joden maar met moeite worden verwerkt. In die heksenketel bevindt Saul zich als hij van de crematoria opeens belandt op de velden buiten de omheiningen waar nazi’s improviseren met groepsexecuties, massagraven en vlammenwerpers. Ondanks dat alles draait de machine onverbiddelijk door en het is die opgejaagde intensiteit die de film uniek maakt, maar op momenten ook ondragelijk.
George Vermij

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken