Nu aan het lezen:

Vijf opzienbarende documentaires over Amerikaanse verkiezingen

Vijf opzienbarende documentaires over Amerikaanse verkiezingen

Zoals wij bij onze eerste lijst al constateerden heeft de gekke werkelijkheid, de fictie inmiddels ingehaald tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Cine-redacteur George Vermij koos daarom vijf documentaires uit die ons een onbevangen blik gunnen op de Amerikaanse verkiezingsstrijd.

Huey Long (Ken Burns, 1986)

De Amerikaanse politicus Huey Long (1893-1935) was een natuurkracht. In Louisiana heeft hij nog steeds een legendarische reputatie als de man die de arme zuidelijke staat modern maakte. Voordat de ‘Kingfish’ zijn intrede deed, was de Bayou State een van de armste en meest onderontwikkelde gebieden in Amerika. Long veranderde dat met ambitieuze bouwprojecten en wegen, bruggen en scholen waren het resultaat. Door het centraliseren van de macht tijdens zijn gouverneurschap werd hij in korte tijd een van de invloedrijkste politici in de VS. Nadat hij een plaatst bemachtigde in de Senaat zette hij zich tijdens de depressie in om de macht van het grote geld te bestrijden met populistische slogans zoals ‘Share the wealth’ en ‘Every man a king’. Hij aasde daarmee op een plek in het Witte Huis tot grote tegenzin van Franklin Delano Roosevelt.

Huey Long

Ken Burns’ mooie documentaireportret toont echter de ambivalente kanten van deze machtswellustige beroepspoliticus en selfmade man. Hij was, volgens de getuigen die Burns spreekt, een gedreven doener en begenadigd spreker, maar ook een sluwe manipulator. Meedogenloos tegenover zijn opponenten en geleidelijk een gevaar voor het establishment. Geen wonder dat Long tot de verbeelding sprak. Hij was de inspiratiebron achter de machiavellistische hoofdpersoon in Robert Penn Warren’s boek All the King’s Men dat twee keer is verfilmd. Burns documentaire over Long is een vroege proeve van zijn kunnen. Sfeervol in beeld gebracht, goed onderzocht en op intelligente wijze kritisch. Kwaliteiten die je ook terugziet in zijn latere prachtige documentaireseries over de geschiedenis van de Amerikaans Burgeroorlog en Jazz.

Primary (Robert Drew, 1960)

Primary is een revolutionaire reportagefilm gemaakt door grote documentairemakers. Het camerawerk was van Richard Leacock en Albert Maysles, de grondleggers van de Amerikaanse tak van cinema vérité. D.A. Pennebaker deed het geluid en zou later bekend worden met de Bob Dylan docu Don’t Look Back en de muziekfestivalfilm Monterey Pop. De vernieuwende documentairestijl past bij de drastische politieke veranderingen die worden vastgelegd. De focus ligt op de Democratische voorverkiezingen in 1960. Hubert Humphrey nam het toen op tegen de jonge John F. Kennedy en de film toont twee verschillende politieke generaties die strijden om de stem van de kiezer.

Voor het eerst werd een campagne van dichtbij gefilmd en die intimiteit merk je nog steeds in opmerkelijke beelden: De camera van Leacock en Maysles die Kennedy van achter volgt in een lange shot door het publiek. Intense close ups van Humphrey die een groep van boeren toespreekt over het belang van hun stem. Deze hyperrealistische stijl is nu algemeen geaccepteerd, maar was in de jaren 60 nog ondenkbaar. De invloed van de film was daarom groot. Je ziet het terug in de verkiezingssegmenten van John Frankenheimer’s The Manchurian Candidate en Franklin Schaffner’s politieke drama The Best man. Ook in JFK probeerde Oliver Stone in bepaalde scènes de stijl van Primary te kopieren om de politieke sfeer van de jaren 60 op te roepen.

Best of Enemies (Morgan Neville & Robert Gordon, 2015)

Een vermakelijk en doortastend portret van twee intellectuelen die in hun politieke opvattingen lijnrecht tegenover elkaar staan. Gore Vidal was de gevatte stem van progressief Amerika en had een vlijmscherpe pen die hij met sardonisch plezier gebruikte om zijn tegenstanders aan te vallen. William F. Buckley jr. was het boegbeeld van conservatief Amerika en ging in zijn praatprogramma Firing Line fel in discussie met progressieven. Het debatpotentieel van deze praatgrage mannen werd al snel opgepikt door tv-zender ABC. Die liet ze tijdens de Republikeinse en Democratische conventies van 1968 live bekvechten over de politieke koers van Amerika.

Het was een woelige tijd. Politieke moorden waren aan de orde van de dag en de roep om ingrijpende veranderingen was niet meer te sussen. Ondertussen waren de partijen intern aan het polariseren over de oorlog in Vietnam en de burgerrechtenbeweging. Te midden van deze ideologische impasse zitten de nette heren tegenover elkaar terwijl de camera draait. En dan begint de woordenstrijd. Het mooie van Best of Enemies is dat de kijker weer getuige kan zijn van deze vurige en ongeëvenaarde discussies. Het waren mannen die een gepassioneerde haat hadden voor elkaar die tot uiting komt in hun scherpe en bijtende gesprekken. Een serie pittige woordenwisselingen die resulteerde in een historische verspreking van Buckley. Voor Vidal het glorieuze moment waarin hij de bres had geslagen in Buckley’s schijnbaar beheerste façade.

Feed

Feed (Kevin Rafferty, 1992)

Het ideale tegengif als je alle rooskleurige campagnepraatjes, voorspelbare soundbites en gekunstelde photo ops van de verkiezingen zat bent. Feed werd in de jaren 90 samengesteld uit ongebruikte tv-beelden van de voorverkiezingen van ’92. Het levert een surrealistische beeldcollage op van bekende gezichten zoals George Bush senior en Bill en Hillary Clinton die onrustig wachten voordat ze live gaan of op minder flatteuze wijze in beeld zijn gebracht. De experimentele film toont dat ongemakkelijke moment wanneer politici bezig zijn om hun ‘gezicht’ op te zetten voor het publiek. Het zijn kwetsbare ogenblikken waarin ze nog het meest menselijk en echt zijn.

Street Fight (Marshall Curry, 2005)

Amerika claimt dan wel het land van vrijheid en democratie te zijn, in de praktijk ligt dat toch anders. Wie politieke invloed wil uitoefenen moet keihard knokken en regels bestaan er niet. Dat merkt Democraat Cory Booker ook als hij zich verkiesbaar stelt als burgemeester van Newark in New Jersey. Zijn tegenstander is de zittende Democratische burgemeester Sharpe James die door zijn lange zittingsduur verstrekkende invloed heeft in de stad. Documentairemaker Marshall Curry komt daar ook achter als hij Sharpe’s toespraken niet mag filmen. Booker’s aanhangers worden ondertussen geïntimideerd. Borden van zijn campagne worden weggehaald en vreemde regels beperken zijn mogelijkheden om in het openbaar te spreken of potentiële kiezers te ontmoeten.

Het vormt maar de proloog van een strijd waarin principes al snel het onderspit moeten delven. Als Sharpe, de raciaal gemengde Booker, uitmaakt voor een blanke en Republikein blijkt hoezeer ras als een cynisch middel gebruikt wordt om stemmen te winnen. Curry presenteert ons met meer van dat soort opzienbarende momenten in zijn onopgesmukte en eerlijke docu over de felheid van verkiezingen in de VS.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken