Nu aan het lezen:

Vijf opmerkelijke speelfilms over Amerikaanse verkiezingen

Vijf opmerkelijke speelfilms over Amerikaanse verkiezingen


Een jaar geleden zou niemand een Trump-personage geloofwaardig hebben gevonden in de serie House of Cards. De tijden zijn echter veranderd. Trump is President van Amerika en Kevin Spacey is verwijderd uit zijn hitserie. Cine-redacteur George Vermij selecteerde 5 opmerkelijke speelfilms over Amerikaanse verkiezingen.

The Best Man (Franklin Schaffner, 1964)
Gore Vidal was naast een erudiet schrijver en gevatte intellectueel ook een echte Washington-insider. Zijn grootvader, Thomas Pryor Gore, was senator en Vidal deed ook in 1960 een poging om een plek in het congres te bemachtigen, maar verloor die verkiezingsstrijd. Als geen ander wist hij hoe in Amerika het spel van de macht draait om achterkamertjespolitiek en het doen van concessies. Dat blijkt wel uit zijn toneelstuk The Best Man dat in 1964 werd verfilmd. Voor zijn tijd was het een eerlijk en bij vlagen cynisch inkijkje in de machinaties achter de presidentiële voorverkiezing. Henry Fonda speelt William Russell, een gematigde liberal die met zijn ervaren leiderschap op papier de beste kandidaat is. Dan verschijnt plotseling de jonge politicus Joe Cantwell (Cliff Robertson) op het toneel die er niet voor terugdeinst om vieze spelletje te spelen. Hij is een man van het volk en heeft naam gemaakt met zijn boek The enemy around us.

Cantwell is duidelijk gemodelleerd naar de communistenhatende senator Joe McCarthy, maar Vidal kon het niet laten om er ook wat van Kennedy in te stoppen. Hij was overigens geen fan van JFK. Regisseur Franklin Schaffner levert op basis van Vidals script een gedegen film af die toen vooral vernieuwend was door Haskell Wexler’s camerawerk. Wexler was sterk beïnvloed door het realisme van de opkomende tv-reportages en vooral de documentaire Primary van Robert Drew. Hij zou overigens in 1969 het indrukwekkende Medium Cool maken dat zich ook afspeelt tijdens de voorverkiezingen. The Best Man blijft na 60 jaar nog steeds goed overeind staan en kan gezien worden als een soort filmische blauwdruk voor alle moderne Amerikaanse verkiezingsdrama’s.

Wild in the streets (Barry Shear, 1968)
Waarschijnlijk de vreemdste en meest WTF film gemaakt over verkiezingen. Wild in the streets lijkt deels te zijn voortgekomen uit de angst van ouderen voor jongeren in de jaren 60. De babyboomers hadden het voor het zeggen en gingen lekker de straat op als ze hun zin niet kregen. De film geniet er echter ook van om op speelse en overdreven wijze subversief te zijn. Geen wonder dat de film met zijn psychedelische montage een cultreputatie kreeg. Het begint allemaal met popster Max Frost en zijn band the Troopers. Hij is overtuigd van de macht van de jeugd en vindt alle oudjes maar saaie zeuren. Een senator die stemmen nodig heeft ziet wel iets in Max en gebruikt hem om jongeren naar de stembus te lokken. Max eist echter dat de kiesleeftijd verlaagd moet worden naar 14 jaar. Een strijdkreet die hij ook verwerkt in zijn liedje 14 or fight! Maar het verlagen van de leeftijd heeft natuurlijk verstrekkende gevolgen.

De film is moeilijk serieus te nemen, maar dat maakt hem zeker niet minder vermakelijk. Max en zijn band praten net als Austin Powers (‘Yeah! The chicks digg it baby!’). En dan is er nog een scène waarin congresleden stiekem lsd krijgen zodat ze voor een wetsvoorstel kunnen stemmen. En heb ik het al gehad over de paradise camps waar alle oudjes van over de 30 naar worden gedeporteerd zodat ze acid-therapie krijgen? ‘Thirty is death, baby. That’s too much.’ Met stip de enige verkiezingsfilm die gekker is dan de huidige presidentscampagne, alhoewel je het met Donald Trump natuurlijk nooit helemaal zeker zal weten.

The Candidate (Michael Ritchie, 1972)
Een van die klassiekers uit de jaren 70, de hoogtijdagen van de Amerikaanse cinema. The Candidate gaat over progressieve underdog Bill McKay (Robert Redford) die gevraagd wordt om mee te doen aan de senaatsverkiezingen. Campagnemanager Peter Boyle ziet wat in de jonge en idealistische man die tegenover een oude conservatief staat. Maar om verder te komen moet McKay wel water bij de wijn doen om de meerderheid van de stemmen te winnen.

In The Candidate wordt vooral goed geacteerd. De bijrollen van oude campagnerotten Allen Garfield en Peter Boyle zijn ijzersterk en levensecht. Ze worden ook goed voorzien van scherpe dialogen die door de gebakken lucht van politici prikken. Daarnaast is de sociale en raciale tweedeling die de film schetst nog steeds eigentijds. De vele beloftes die op talloze verkiezingstournees werden gedaan zijn helaas nog steeds niet ingelost.

Bulworth (Warren Beatty, 1998)
Robert Redford stond in de jaren 70 symbool voor progressieve idealen en dat gold ook voor Warren Beatty. Maar van die idealen is in de jaren 90 weinig te merken. In Bulworth speelt Beatty de uitgebluste en levensmoeë senator Jay Billington Bulworth die om aan de macht te blijven gedwongen wordt om zich conservatief voor te doen. Om het geld van zijn levensverzekering op te strijken heeft hij een huurmoordenaar opdracht gegeven om hem te vermoorden. Ondertussen voert hij campagne voor zijn plek in de senaat. Ongeremd door een aankomende dood laat hij zich gaan en neemt hij geen blad voor de mond als het gaat om zijn mening over de Amerikaanse politiek. Dat tot grote ontevredenheid van zijn campagnemanager en het establishment.

Beatty’s satire werkt vanuit de wetenschap dat wij eindelijk iemand hebben die zegt waar het op staat. Geleidelijk wordt de film complexer als het gaat om rassenproblemen en de ongelijkheid in de VS. Niet altijd een geslaagde film in zijn onevenwichtigheid, maar nog steeds actueel in de tijd van Black Lives Matter en het groeiende racisme in de VS.

Bob Roberts (Tim Robbins, 1992)
Deze satirische nep-docu over de campagne van countryzanger, zakenman en politicus Bob Roberts was voorspellend in de wijze waarop regisseur en hoofdrolspeler Tim Robbins de waanzin van rechts Amerika in beeld bracht. Roberts is met zijn sluwe spelletjes en vuilspuiterij een voorloper van de politieke hysterie van de Tea Party en Trump. Hij neemt het in senaatsverkiezingen op tegen een oudere progressieve politicus die heel toepasselijk gespeeld wordt door Gore Vidal. Roberts weet met zijn aanstekelijke liedje zoals Complain en Retake America het volk succesvol op te jutten tegen linkse politici.

Het is te merken dat Robbins door de cinema van Robert Altman is beïnvloed. Die maakte in 1988 de ambitieuze tv-serie Tanner ’88 waar hij ook speelde met de stijl van een nep-docu om een verkiezing vast te leggen. Een ander referentiepunt is de cinema vérité van D.A. Pennebaker’s Don’t look back waarin een tournee van Bob Dylan wordt gevolgd. Het legendarische segment met het nummer Subterranean Homesick Blues wordt ongegeneerd door Robbins geparodieerd, maar dan met Roberts liedje Wall Street Rap. Verder bevat de film leuke bijrollen van Alan Rickman, John Cusack en Jack Black.

Volgende week 5 bijzondere documentaires over de Amerikaanse verkiezingen!

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken