Nu aan het lezen:

Verslag vijfde Belgisch Film Festival

Verslag vijfde Belgisch Film Festival


Het Belgisch Film Festival vierde haar vijfde editie in het Louis Hartlooper Complex in Utrecht. De festivalopener Charlie en Hannah Gaan uit is een luchtige, absurdistische en visueel speelse film en valt daarmee drastisch uit de toon van de rest van de films, die een minder rooskleurig beeld schetsen van de Belgische samenleving.

Een gedeelte van de films gaat over de multiculturele samenleving en het navigeren van de valkuilen en cultuurverschillen in het samenleven van verschillende volken. Enfants du Hasard (Thierry Michel, Pascal Colson, 2017) is een mooie documentaire over een kranige basisschoollerares die (Turkse) migrantenkinderen les geeft in een voormalig mijnwerkersstadje. De vergelijking met Nederlandse succesdocumentaire De Kinderen van Juf Kiet is nooit ver weg, maar lerares Brigitte is een duidelijk strenger persoon, bij vlagen zelfs bot en onvriendelijk. Haar methodes slaan gelukkig wel aan bij de kinderen, maar de kijker zal soms de wenkbrauwen fronsen.

De speelfilm Zagros (Sahim Omar Kalifa, 2017) gaat over een Koerdische schaapsherder die zijn vrouw volgt naar Brussel en gevolgd wordt door enkele familieleden die hameren op oude tradities. De botsing tussen familiedruk en vertrouwen in een romantische partner is het hoofdthema van de film, die de dramatische potentie van het verhaal nooit volledig weet in te lossen door de wat fantasieloze regie.

Insyriated (Phillipe van Leeuw, 2017) is beduidend sterker qua regie, en leunt ook op familiedruk: de film speelt zich volledig af in een appartement middenin het Syrisch oorlogsgebied, waar een grote groep vrouwen, en een drietal mannen (een kind, een jongere en een bejaarde) samenleeft en zaken als water, elektriciteit en eten moet rantsoeneren terwijl er buiten het appartement scherpschutters, rovers en vijandige soldaten rondlopen. Regisseur Phillipe de Leeuw haalt het meeste uit zijn enkele locatie met bij vlagen Hitchcockiaanse spanning. Zijn steunen op (de dreiging van) seksueel geweld voor dramatisch effect voelt wat manipulatief en ook het non-einde is een stevig minpunt, maar verder zijn de vele prijzen tijdens de Magrittes, het Belgische prijzencircus, volledig terecht.

Cargo van Gilles Coulier

Financieel zwaar weer

Een andere sterke én claustrofobische film is Rabot (Christina Vandekerckhove, 2017), een documentaire over een flatgebouw in de sociale huur waar de armsten van de samenleving zich verzamelen: (ex-)junkies, mensen die leven onder de armoedegrens, migrantengezinnen, bejaarden met een (te) klein pensioen, alleenstaande ouders, arbeidsongeschikten en andere mensen die het moeten zien te rooien met een uitkering. De portretten zijn soms opbeurend, maar over het algemeen schrijnend. Rabot toont de zelfkant bij de zuiderburen, waarbij vooral opvalt hoe de graffiti in de oude, slecht onderhouden lift, ons toont hoe al deze bevolkingsgroepen die met moeite kunnen overleven elkaar ook nog hun geluk misgunnen: de racistische leuzen en felle tegenreacties in benzinestift zijn niet van de lucht.

Ook Cargo (Gilles Coullier, 2017) toont ons hoe mensen elkaar naar het leven kunnen staan wanneer armoede in het spel komt: net als Insyriated gaat het hier echter om één familie die op elkaars lip woont. Drie broers uit een vissersfamilie moeten het hoofd boven water zien te houden nadat vader in een coma beland na een zelfmoordpoging wegens financieel zwaar weer. Een van de broers voedt met moeite een zoontje op, de ander, een ex-gedetineerde, wordt achtervolgd door zijn foute vrienden van vroeger, terwijl de laatste niet uit durft te komen voor zijn homoseksuele relatie met een migrant. Het verhaal is simpel, de afloop onvermijdelijk, maar de film kent een broeierige, beklemmende sfeer, geholpen door een soundtrack vol diepe drones en zinderende bromtonen.

Misdaad loont (niet)

Dat de hoofdpersonen in Cargo zich uiteindelijk stortten op criminaliteit is niet verwonderlijk en hetzelfde geldt voor de jongens in Patser (Adil El Arbi & Bilall Fallah, 2017): er zijn niet zoveel opties te ontsnappen aan de armoedeval en prestatiedruk binnen families en gemeenschappen helpen niet mee. Patser is in tegenstelling tot Cargo echter geen zwaar drama, meer een flitsende actiefilm, vol visuele grappen en met een beukende hiphopsoundtrack. Hier geen inspiratie bij de Dardennes, maar bij Hollywoodmisdaadfilms als Scarface en Goodfellas, plus de visuele flair van een Danny Boyle, John Woo of Edgar Wright. Het is geen wonder dat regisseurs Adil El Arbi en Billall Fallah gevraagd zijn zowel de nieuwe Beverly Hills Cop als Bad Boys-films te regisseren, want wat ze hier klaar weten te spelen met een relatief klein budget is indrukwekkend. Ze toonden zich al regisseurs met spierballen en een liefhebberij voor het betere big-budget-actiewerk met films als Image en Black, maar Patser is een film op grotere schaal. De sneltreinvaart waarmee de twee mannen zich blijven ontwikkelen is indrukwekkend en Patser voelt als een verademing na alle treurnis in de rest van de films, waardoor het de juiste keuze is voor de slotfilm.

 

Patser van Adil El Arbi & Bilall Fallah

Dat criminaliteit niet loont toont echter So Help Me God (Jean Libon & Yves Hinant, 2017), een documentaire over onderzoeksrechter Anne Gruwez. Een vrouw die met veel humor haar baan en klanten benaderd, maar die ook gelooft dat zachte heelmeesters stinkende wonden maken: regelmatig gaat ze vol de confrontatie aan, en daarmee toont ze zich niet altijd van haar beste kant. Het is wonderlijk hoeveel de documentairemakers laten zien, zelfs zo veel dat de vraag rijst of alle gefilmde mensen toestemming hebben verleend en of ze door wel toerekeningsvatbaar genoeg voor waren. Vooral de scène waarin een vrouw die in een psychotische waan haar zoon heeft vermoord, zonder emotie vertelt dat ze de wereld een dienst heeft verleend omdat haar zoon een demon was, hakt er in. Het voelt alsof je dit eigenlijk niet hoort te zien, niet alleen vanwege de nogal nare inhoud van het gesprek, maar ook omdat deze vrouw niet toerekeningsvatbaar genoeg lijkt om te beseffen wat ze heeft gedaan, laat staan te beseffen wat het betekent om dat voor de camera te vertellen.

Dat criminaliteit en familieproblemen en (zelf-)destructief gedrag niet voorbehouden aan de zelfkant van de samenleving zien we in het oersaaie Une Part D’Ombre (Samuel Tilman, 2017), een soort van Jagten-light, over een succesvolle man die niet uit durft te komen voor zijn financiële problemen en daardoor verwikkeld raakt in een moordzaak waar hij door zijn halfslachtige alibi als snel tot hoofdverdachte gebombardeerd wordt. Nergens weet de film echter de kijker te overtuigen van het bestaansrecht, want zowel thematisch, narratief, dramatisch en visueel gebeurt er niets om de kijker bij de les te houden.

Wij van Rene Eller

Het boek was beter

Wij (Rene Eller, 2018) heeft wel prachtige beelden, een dramatische inborst en een controversiële verhaallijn, maar is vooral stomvervelend: een groep welgestelde tieners besluit uit nihilistische verveling elkaar uit te dagen tot seksuele uitspattingen, gevaarlijke stunts en verschillende criminele uitingen. Het wordt het soort moralistische doemprekerij waar ze in specialiseerden in de jaren dertig in Amerika. Wij is een Belgische Reefer Madness, die nergens weet te overtuigen dat dit echt gedrag is dat tieners zouden vertonen. Er wordt gepoogd een soort Kids van Larry Clark te maken, maar die film had voor al haar provocatieve effectbejag tenminste nog personages en dialoog die intrigeerden in al hun immorele lelijkheid. De personages in Wij irriteren enkel.

Het lijkt dat bij Wij de vertaalslag van boek naar film niet geslaagd is, al kan ik daar niet over oordelen aangezien ik het boek niet gelezen heb. Dat is wel het geval bij Vele Hemels Boven De Zevende (Jan Matthys, 2017), een boek dat ik recent pas las en al niet supergeweldig vond, met een verfilming die nog minder sterk is. Wanneer je de verschillende vertelperspectieven van het boek wegneemt blijft slechts een recht-toe-recht-aan familiedrama over. Met sterk acteerwerk, maar met een verhaal dat nergens echt beklijft en personages die op papier dieper overkwamen. Dat blijft het probleem van adaptatie en zolang een filmmaker geen goede manier vind om innerlijke werelden te visualiseren en daarin een volledig eigen lijn te trekken, zal de boekverfilming altijd een flets aftreksel blijven van het origineel. Het is jammer dat Wij en Vele Hemels, de meest gehypete titels van dit festival in de media, behoren tot de minst sterke in de selectie. Wil je echt een goed beeld van de brille van de Belgische film, kijk dan Insyriated, Cargo, Charlie en Hannah Gaan uit, Patser of So Help Me God.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken