Nu aan het lezen:

Verkiezingen en de illusie van controle

Verkiezingen en de illusie van controle

In No Country for Old Men komt Llewelyn Moss (Josh Brolin) al vroeg voor twee keuzes te staan als hij midden in de woestijn de restanten van een mislukte drugsdeal aantreft. Neemt hij de miljoenen dollars mee? En wat te doen met de enige overlevende van de schietpartij? Zwaargewond en slechts in staat om te vragen naar water, maar toch een duidelijk potentieel gevaar. Twee keuzes die bepalen wat voor soort man dit is en hoe dit verhaal zal verlopen. The Godfather wordt naast de machinaties van de maffiosi eigenlijk volledig beheerst door de keuze die Michael Corleone moet maken. Als we hem leren kennen heeft hij een leven buiten de maffia opgebouwd met zijn vrouw Kay. Door de moordaanslag op zijn vader wordt hij weer bij de maffiapraktijken van zijn familie betrokken. De rest van de film verbeeldt zijn worsteling met de keuze tussen loyaliteit aan zijn familie en zijn wens (en die van zijn vrouw) om een normaal leven op te bouwen.

no-country-for-old-men

Verhalen worden vaak opgebouwd aan de hand van dit soort keuzes. En dat doen niet alleen professionele verhalenvertellers, maar eigenlijk alle mensen. Wie kan niet precies die ene keuze benoemen die je gebracht heeft waar je nu bent? Voor mij is het de keuze geweest om na drie jaar met de studie Planologie te stoppen, en over te stappen naar Geschiedenis. Daar ben ik volwassen geworden, heb ik mijn partner ontmoet en veel van mijn beste vrienden.

Het vertellen van een verhaal als een reeks bewuste keuzes brengt ordening aan in de schijnbare willekeur van het leven. Het geeft ons het gevoel dat we controle hebben over ons leven. Veel minder vaak staan we stil bij de factoren die net zo bepalend zijn geweest, maar waarover we nooit enige controle hebben gehad. Denk aan het land waar we geboren zijn, of we man of vrouw zijn, hoe slim we zijn en onze gezondheid. Veel meer dan ik zou willen zijn die dingen bepalend voor mijn identiteit en waar ik nu sta in het leven.

mon-oncle-damerique

Als we over onszelf vertellen concentreren we ons dus op keuzes om de illusie in stand te houden dat we controle hebben over onze levensloop en niet een speelbal zijn van het lot. Dit psychologische mechanisme wordt mooi zichtbaar gemaakt in Mon Oncle d’Amerique van Alain Resnais uit 1980. Hij vertelt het fictieve levensverhaal van drie personen, terwijl hij tegelijkertijd in documentairevorm de basisprincipes van een psychologische theorie van Henri Laborit uitlegt. Beide vormen versterken elkaar: door de theorie uit te leggen begrijpen we het handelen van de personages beter. De levens van de personages dient aan de andere kant als casussen om de theorie te verduidelijken.

Een illustratie uit het documentaire-achtige deel is het meest indrukwekkend. Hierin wordt een rat in een hokje gedaan waarvan de vloer onder elektriciteit kan worden gezet, wat vooraf gegaan wordt door een zoemtoon. In de eerste situatie krijgt de rat de mogelijkheid te vluchten, wat na een paar herhalingen prompt gebeurt wanneer de zoemtoon klinkt. Als de mogelijkheid tot vluchten weggenomen wordt en de rat dus bij herhaling kortstondig bloot gesteld wordt aan een niet schadelijke schok schiet deze volledig in de stress. Niet gek natuurlijk, maar wat er gebeurt als je er een tweede rat bijzet is dat wel. De ratten gaan vechten als de zoemtoon heeft geklonken. Dat helpt helemaal niks tegen de schok natuurlijk, maar het blijkt wel tegen de stress te werken.

Het oermechanisme van vechten of vluchten kan dan in werking treden. Zo lang de ratten kunnen blijven handelen en daarmee de schijn van controle houden is er weinig aan de hand. Zo werkt het ook bij mensen. We leven altijd in een staat van meer of minder behoefte. Als honger, dorst en onderdak zijn vervuld willen we iets anders: een grotere TV, een verdere vakantie, een snellere auto, een aantrekkelijkere partner of een uitdagendere baan. Het leven is ons hokje en onze behoeften zijn de onder stroom staande vloer ervan.

Zodra we het gevoel hebben dat we niet genoeg controle meer hebben over ons leven om in de volgende behoefte te voorzien worden we ongelukkig. Een van de ergste dingen die ons kan overkomen is dan ook sleur. Als je dat nader beschouwt is het niets meer of minder dan stoppen met kiezen. Je handelt op een bepaalde manier omdat je dat eerder ook deed, niet omdat je het wil. Als we te lang in een sleur zitten dan worden we ongelukkig en gaan iets doen om uit de sleur te komen. De midlife crisis met z’n snellere auto’s en aantrekkelijkere partners komt dan al snel om de hoek kijken.

Ik denk dat zich op de schaal van onze maatschappij dit moment hetzelfde voordoet. Het maken van keuzes wordt op dit niveau onder andere gedaan door middel van verkiezingen. Eens in de vier jaar bepalen we met zijn allen welke richting onze gemeente, provincie of land zich op gaat bewegen. Dit is heel handig, want we krijgen daardoor als maatschappij het gevoel dat we controle hebben over ons lot. Dit leidt ertoe dat we minder de neiging hebben tot rebelleren en dat alles rustig en stabiel blijft.

Nader beschouwd is dat onzin: feitelijk kunnen we via verkiezingen bijzonder weinig controle uitoefenen. We kunnen namelijk helemaal niet voorspellen wat voor verschil onze individuele keuze maakt. Wat de ene politicus zegt te gaan doen kan ons wel overtuigen, maar of dat uitvoerbaar is en welk effect het gaat hebben is een heel andere vraag. De werkelijkheid is daar simpelweg te complex voor. Zelfs het Centraal Planbureau, dat in het leven is geroepen om dit soort voorspellingen te maken, zit er consequent naast.

Na zeventig jaar relatieve rust beginnen we volgens mij onbewust door te krijgen dat onze invloed via verkiezingen nihil is. We zijn als maatschappij in een sleur terecht gekomen waarin iedere zoveel jaar een andere politicus aan de macht komt, maar dit weinig verschil maakt. Dus nu kunnen we als maatschappij kiezen om te vluchten of vechten. Behalve een revolutie ontketenen tegen een democratisch regime – wat nog vrijwel nooit gebeurd is – zijn er nog twee opties om dit te bewerkstelligen. We kunnen ons onttrekken aan het democratische proces of het democratische proces gebruiken om te vechten.

Dat eerste doen mensen al decennia, maar het heeft niet geholpen. Mensen die niet stemmen worden simpelweg genegeerd in het politieke proces. Het tweede gebeurt nu op steeds grotere schaal. Dit is namelijk wat een stem op Geert Wilders of Donald Trump behelst: een gevecht tegen de gevestigde orde. Zij die op de populisten stemmen zijn vaak de mensen die het gevoel hebben de controle over hun levensloop verloren te zijn. Globalisering is iets dat hen overkomt, zonder dat ze er baat bij hebben.

Voor nu zijn de mensen die het democratisch proces gebruiken om te vechten een minderheid. De meeste kiezers stemmen nog gewoon op partijen die een constructief partijprogramma hebben. Zelfs als Donald Trump de president van de Verenigde Staten wordt, is dat omdat naast dat hij een populist is, ook een gevestigde partij vertegenwoordigt. Wat er gebeurt als geringe economische groei (als wellicht onterechte indicator van succes van een maatschappij) langer aan blijft houden en steeds meer mensen hun gevoel van controle verliezen, is de vraag.

the-trial

Aangezien politici weinig controle hebben over de economische groei – het zijn immers ook maar mensen – is het misschien beter om andere opties te overwegen om deze ontwikkeling te stoppen. Ten eerste het geloof dat we met bewuste keuzes onze levensloop kunnen sturen. In het beroemde verhaal Het Proces van Franz Kafka (voor wie zich niet aan het nihilistische proza van Kafka wil wagen prachtig verfilmd door Orson Welles) maakt hij heel duidelijk dat de mens niet bij machte is om de gevolgen van zijn keuzes te overzien. Iedere stap die hoofdpersoon K doet in zijn pogingen om zijn proces ten gunste te beïnvloeden is een stap in het duister. Hij heeft vooraf bijvoorbeeld geen idee of het inhuren van een advocaat hem gaat helpen. Sterker nog: hij heeft achteraf zelfs geen idee of zijn handelen of dat van zijn advocaat hem goed gedaan heeft. Net zoals historici vaak niet kunnen zeggen wat nu de precieze oorzaak van een gebeurtenis is geweest.

We kunnen misschien maar beter luisteren naar meester Oogway uit Kung Fu Panda. Deze animatiefilm is eigenlijk vooral een lesje Oosterse filosofie voor beginners. Zo verwoordt Oogway de Taoïstische wijsheid dat we de illusie van controle moeten loslaten. Een andere oplossing is ook populair in de Oosterse filosofie, maar dan meer in het Boeddhisme: beheers je verlangens en zij zullen jou niet beheersen. Oftewel wees tevreden met wat je wel hebt, en probeer niet steeds meer te krijgen.

Maar het is eigenlijk hypocriet om aan degenen die het minst hebben geprofiteerd van de vooruitgang van de afgelopen decennia te vragen om tevreden te zijn met wat ze hebben. Bovendien voelt het voor mij als vechten tegen de natuur van de mens. Als enige soort is de mens in staat verregaande invloed uit te oefenen op z’n omgeving en dus deels de omstandigheden waarin het leeft te controleren. Bovendien komt het door onze ambitie dat we hiertoe in staat zijn. Als we niet altijd meer en beter wilden dan hadden we nu nog in een boom op fruit zitten te kauwen.

kung-fu-panda

Wat wel mogelijk is, is dat we leren dat er grenzen zijn aan wat we kunnen controleren. Zoals Oogway zegt: je kunt de perzikpit planten zodat er een nieuwe boom groeit, maar je zult er nooit een appel- of sinaasappelboom van kunnen maken. Je boos maken op een regering die niet voor economische groei zorgt is zinloos, omdat de invloed van de regering hierop beperkt is. Je boos maken omdat die regering via belastingheffing de rijkdom van een land herverdeelt naar de rijken, en niet naar de armen is wel zinvol. Zeker als je beseft dat die rijken nauwelijks gelukkiger kunnen worden van meer geld, terwijl voor armen een klein beetje extra heel veel verschil kan maken. Onze verlangens, inclusief die om controle uit te oefenen over ons leven, zijn grenzeloos, terwijl onze mogelijkheden om die te vervullen wel grenzen kennen.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken