Nu aan het lezen:

Verdronken Kalveren (2): van Temmink tot Het Zwijgen

Verdronken Kalveren (2): van Temmink tot Het Zwijgen

Het tweede gedeelte van een lijst waarin ik een lans breek voor de Nederlandse films die nooit een Gouden Kalf hebben gewonnen bevat nihilistische avant-garde-films, verfrissende docudrama’s, moddervette B-films en een vergeten hit. Want voorbij de Gouden Kalveren is er een zeer breed scala aan films te vinden die het verdienen om door een groter publiek ontdekt te worden.

Temmink (1998, Boris Paval Conen)

Omdat we in Nederland nauwelijks grote genrefilms hebben, is er al helemaal geen sprake van een B-film-cultuur. In Amerika hebben ze blockbusters én rip-offs, Schwarzenegger én Steven Seagal. De grootste eer die we kunnen geven aan Temmink is dat de film voelt als een goedkope Amerikaanse direct-to-DVD-film, of een vergeten knokfilm van Cannon of Full Moon Pictures. Een film in een dystopische toekomst vol gladiatorengevechten (denk aan The Running Man, Battle Royale, Mad Max Beyond Thunderdome en The Hunger Games), maar waarin de KRO en de Trouw ook nog gewoon bestaan, en de man-op-straat-interviews zo uit Twee Vandaag of Netwerk hadden kunnen komen. De combinatie tussen een parodie op oer-Hollandse kneuterigheid en het omarmen van trashy B-film-tropes maakt Temmink een onweerstaanbare cultcuriositeit.

Ten Monologues from the Lives of the Serial Killers (1994, Aryan Kaganof, als Ian Kerkhof)

Ik ben een groot bewonderaar van het werk van Aryan Kaganof, dus ik zeg het met alle liefde, maar dat hij een Gouden Kalf won voor Kyodai Makes The Big Time mag de meest tegendraadse keuze van de Kalveren-jury ooit heten. Die film was een (briljante) transgressieve en tergend trage beschouwing van een agressieve seksuele relatie, met een werkelijk briljante slotscène, die zo’n beetje alle filmregels breekt. Ten Monologues of the Lives of the Serial Killers duikt nog dieper in de krochten van de menselijke geest, en is nog experimenteler qua vorm: van scènes met performance art, expliciete masturbatie en scratch-on-film-technieken vergelijkbaar met het werk van Bill Morrison en Stan Brakhage tot korte shorts in een klinisch-afstandelijke stijl waarin we voorbereidingen op een moord zien, of korrelige beelden waarin een moordenaar oreert vanuit de dodencel. Ook de bronnen van de monologen zijn divers, van moordenaars als Emil Edmund Kemper en schrijvers als J.G. Ballard. Samen vormen zij een beeld van de verschillende mensen die in contact staan met het beest in zichzelf. Om televisiedetective Castle te quoten: ‘There are two kinds of people who sit around all day thinking about killing people… mystery writers and serial killers.’ Dat geldt dus ook voor andere kunstenaars.

 

De Van Waveren Tapes (2012, Wim van der Aar)

Filmmaker Wim van der Aar vond op een rommelmarkt een doos audiotapes van de rijkeluiszoon Guido van Waveren, het zwarte schaap van de familie, die honderden tapes vol praatte met zijn neuroses, angsten en diepste geheime gedachten, en meanderende telefoongesprekken. Hoe breng je zo’n audio-archief in beeld, als je recht wil doen aan de kwetsbaarheid van de man in kwestie? Wim van der Aar laat Guido voor zichzelf spreken: hij en zijn familie komen niet in beeld, maar wat we wel zien is een reconstructie van zijn appartement, gebouwd in een studio. Ondertussen zien we ook associatieve beelden door Van der Aar geschoten, van locaties waar Guido het over heeft, tot achter-de-schermen-beelden van het bouwen van de reconstructie van het appartement, en meer. Mooiste beeld is Van Der Aar zelf, zittende tussen honderden tapes die over de grond krullen, als haren op de grond van een kapsalon. Misschien illustratief voor de noeste arbeid die in de film én audiotapes ging zitten, en de achteloosheid waarmee het harde werk van Guido op een rommelmarkt belandde. Of de tapes zijn golven waar Van Der Aar in lijkt te verdrinken, obsessief als hij omgaat met het werk van een obsessieveling zelf, Guido, die om het leven kwam toen hij als zwerver verdronk in een gracht. De Van Waveren Tapes is een zeldzaam mooi poëtisch kleinood, mede dankzij dit soort meerduidige beelden.

Waarom Heeft Niemand Me Verteld dat het Zo Erg Zou Worden in Afghanistan (2007, Cyrus Frisch)

Waarom Heeft Niemand Me Verteld dat het Zo Erg Zou Worden in Afghanistan van enfant terrible Cyrus Frisch is volgens de persberichten destijds de eerste film volledig geschoten op een mobieltje. Toevallig ongeveer gelijktijdig was er een andere filmmaker op deze lijst, Aryan Kaganof, ook bezig met een film op de telefoon geschoten, SMS Sugar Man, maar waar die film een traditioneler verhaallijn heeft, is Waarom Heeft… een bescheiden experimentele productie. Eigenlijk verschilt de film niet zoveel met videoblogs die jaren later zo bekend zouden worden, ware het niet dat regisseur Cyris Frisch zelf een fictief hoofdpersonage speelt, dat langzaam doordraait vanwege zijn trauma’s in Afghanistan. De film gaat over oorlog, trauma, xenofobie, geestesziekte, en is rauw, naargeestig en improvisatorisch. Nietsvermoedende voorbijgangers worden soms betrokken in de actie. Deze provocatieve mix van docu en drama, waarbij de grenzen tussen privé en publiek vervagen, loopt daarmee voor op van hedendaagse kwesties rond digitale media, geestelijke gezondheid en privacy.

Wildschut (1985, Bobby Eerhart)

We maken niet zo veel actiefilms in Nederland, en als we die maken dan zijn het vaak wat geliktere producties, zoals bijvoorbeeld een Vet Hard, LEK of Amsterdamned. Niemand zal Wildschut gelikt noemen, ondanks de actiescènes die staan als een huis. Dat zal vooral komen door het grimmige verhaal, waarin de hoofdpersonen twee criminelen zijn die een gezin gijzelen. Jim is een sadistische bruut, Charlie is zijn zachtaardiger handlanger. Een van de gijzelaars is Lisa, die een affaire ontwikkelt met Charlie, waardoor de gemoederen dermate hoog oplopen dat het huis waarin de twee gijzelnemers zich verschuilen even onveilig wordt als de wereld buiten de veste, waar de politie wacht. Het geweld is heftig, de dialogen klateren en het acteerwerk, met name van Hidde Maas als Jim, is fantastisch. Wildschut verdient haar cultstatus zonder meer. Hopelijk krijgt Bobby Eerhart binnenkort weer de kans een film te maken, want zijn enige andere wapenfeit is Loenatik: De Moevie.

Winterland (2009, Dick Tuinder)

Als regisseur moet je een beetje een ego hebben: je bepaalt je eigen visie en dicteert die aan de tientallen of honderden mensen die deel uitmaken van de cast en crew. Het ego van Dick Tuinder speelt zeker een rol in Winterland, want het is een van de hoofdonderwerpen van de film. Tuinder speelt zichzelf als een man vol ambitie, die de grip op zijn productie compleet kwijt aan het raken is. Hij saboteert ook zijn eigen film, want tijdens het maken van Winterland besluit hij ‘het maken van Winterland‘ onderdeel te maken van het script. En zo kan het dat Tara Elders Tara Elders speelt die het heeft over een artikel van Dana Linssen, dat geschreven is tijdens het maken van Winterland óver het maken van Winterland, ín de film Winterland. Ondertussen is het de taak aan de opnameleider om alles in juiste banen te leiden, zeker wanneer de halve cast spoorloos verdwijnt in de fantasiewereld die Dick Tuinder in zijn geestesoog oproept. Het metatekstuele spel zou vermoeiend kunnen werken, ware het niet dat Tuinder alles brengt met een flinke knipoog, een prachtige vormgeving (het is te zien dat Tuinder een achtergrond heeft als illustrator), en hij nergens de pretentie heeft dat de film een sluitend, helder geheel vormt. Tuinder maakte een film over de kwalijke gevolgen van de hoogmoed van een egoïstische regisseur, maar in dit geval blijkt dat gevolg, Winterland, alles behalve kwalijk.

 

De Witte Waan (1984, Adriaan Ditvoorst)

Het is een groot verlies voor de Nederlandse filmwereld geweest dat Adriaan Ditvoorst in 1987 zelfmoord pleegde, zeker als je zijn zwanenzang De Witte Waan in ogenschouw neemt. Het adagium van veel Nederlandse filmmakers is het oer-Hollandse ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’, waardoor veel Nederlandse films oerdegelijk zijn, en dus weinig verrassend. In De Witte Waan heeft Ditvoorst echter een vrijbrief te breken met alle regels, want de film gaat over de verstikkende relatie tussen een moeder met psychische problemen en haar drugsverslaafde zoon. Als de fragiliteit van de menselijke geest je thema is, dan zou het zonde zijn een film te maken die blijft hangen in traditionele plotstructuren en beproefde stijlmotieven (laten we het niet hebben over De Gelukkige Huisvrouw, bijvoorbeeld). Ditvoorst zet zijn film op als een Griekse tragedie, met zeer directe verwijzingen naar onder andere Oedipus Rex, en dwaalt bewust af in allerlei vervreemdende en niet-relevante terzijdes. Daarnaast is het kleurgebruik opzichtig en luid, wordt vaak gebruik gemaakt van een groothoeklens die gezichten en locaties vertekent, en wordt de film doorspekt met nachtmerrie-achtige vignettes die de dialoogscènes soms abrupt onderbreken. Dit is een film van een regisseur die zijn hele ziel en al zijn neuroses in een film stopt en het resultaat is, in meerdere betekenissen van het woord, waanzinnig.

Een Zaak van Leven of Dood (George Schouten, 1983)

Het einde mag dan volslagen belachelijk zijn, tot die tijd is Een Zaak van Leven of Dood een heerlijk hysterische thriller zoals we die in Nederland eigenlijk zelden zien. De film zou niet misstaan in het boek House of Psychotic Women van Kier-La Janisse, want hij is uit hetzelfde hout gesneden als bijvoorbeeld een Repulsion of Possession: een beschouwing van een vrouw in het midden van een psychose opgebouwd rond haar seksuele angsten. In Een Zaak van Leven of Dood valt een relatie uiteen wanneer Eva, een vrouw met straatvrees, in de ban raakt van haar psychiater en een van zijn cliënten, en met de laatste een sadomasochistische relatie begint. Haar man, zelf ook een vat vol neuroses, gaat op onderzoek uit wanneer Eva plots verdwijnt. Carla Hardy speelt Eva’s neuroses overtuigend, en de winderige portiekflats, hectische Amsterdamse straten en kille kantooromgevingen zijn zo unheimisch gefilmd (én voorzien van een zenuwachtige synthesizer-soundtrack) dat de instorting van Eva volledig begrijpelijk overkomt. Dat de rest van de cast bestaat uit destijds klinkende namen als Derek de Lint, Peter Faber en Gerard Cox mag gezien de kille en vervreemdende sfeer in de film wel een verrassing heten.

De Zee die Denkt (2000, Gert de Graaff)

De Zee die Denkt is moeilijk in een hokje te plaatsen. Het is een metatekstuele fictiefilm over het maken van een film (een soort van Adaptation. avant-la-lettre); een documentaire over de zoektocht naar zingeving; een essayfilm over hoe het menselijke brein in elkaar steekt; een filosofische monoloog vol spitsvondige taalspelletjes en overdenkingen; en een visuele trukendoos waarin optische illusies een grote rol spelen. Bovenal is het een film die bewust breekt met allerlei verwachtingspatronen van de kijker, omdat de onvangbaarheid van de menselijke geest het hoofdonderwerp is. Zowel op plotniveau als visueel niveau zit de film vol dubbele bodems, waarbij Gert de Graaff constant de kijker op het verkeerde been zet. Zoals het een filosofische film betaamt geeft De Zee die Denkt geen sluitende antwoorden; het enige aan de film wat gelukkig wél te verwachten viel.

Het Zwijgen (2006, Adri Schrover, André van der Hout)

Waarom zijn er zo weinig Nederlandse films over Nederlandse folklore? Waar blijft het fantasy-epos gebaseerd op Het Vrouwtje van Stavoren, of de kinderhorror over witte wieven? Waarom is er geen film over Ellert en Brammert? Het Zwijgen is een dappere poging om een genrefilm te maken met een duidelijke Nederlandse folkloristische achtergrond, waarin een onderzoeker van het Meertens-instituut de origine van een Drents moordlied probeert te achterhalen. Een deel van het verhaal is, zoals vaker bij moordliederen, gestoeld in de realiteit, wat de film onderstreept door effectief gebruik van bijna honderd jaar oude archiefbeelden. Maar Het Zwijgen doet geen poging realistisch over te komen, want de film is doorspekt met magisch-realistische elementen en toont een Drenthe dat tijdloos en bijna mythologisch aandoet (met de veerman en zijn boot als een soort van Drentse Kharon over de rivier Styx). Het resultaat is een zeldzame Nederlandse variant van de Southern Gothic-traditie, maar dan uit de Drentse klei getrokken.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken