Nu aan het lezen:

Venom

Venom

Venom is de vijfde Marvel-film van het jaar, maar het is tevens een film die geheel losstaat van een gezamenlijk gedeeld filmisch universum en een poging van Sony om een eigen succesvolle franchise op te richten met spin-offs van helden, anti-helden en schurken uit de Spider-Man comics zonder blijkbaar Spider-Man te (mogen) gebruiken of te noemen. In de comics is Venom een duistere versie van Spider-Man: de gefrustreerde voormalige journalist genaamd Eddie Brock die Spider-Man de schuld geeft van zijn ontslag en een buitenaards wezen dat een tijd Spider-Man’s kostuum was, maar door de muurkruiper is verworpen, vinden elkaar in hun gezamenlijke haat. In de film levert dat een dilemma op: hoe verklaar je het ontstaan van een personage wiens ontstaansgeschiedenis en motivatie zo intrinsiek verbonden is met Spider-Man, als je deze held niet mag gebruiken?

De film Venom lost het op door de connectie met Spider-Man (en het bredere Marvel Cinematic Universe) rigoreus te negeren. Met de uitzondering van een handjevol Easter Eggs die slechts door de meest hard-core fans gespot zullen worden, staat Venom op zichzelf. En tot mijn grote verbazing blijft de film overeind, hetzij ietwat wankelend en niet zonder een misstap hier en daar.

In Venom speelt Tom Hardy de succesvolle onderzoeksjournalist Eddie Brock, die een populair nieuwsprogramma heeft waarin hij de corruptie, misdaad en misstanden in San Francisco en omgeving tegen het daglicht houdt. Eddie woont samen met de ambitieuze juriste Anne Weying (gespeeld door Michelle Williams) en hun kat en alles lijkt perfect. Totdat Eddie tegen de zin van de baas van de zender waarvoor hij werkt tijdens een interview met de Elon Muskesque tech-gigant Carlton Drake (Riz Ahmed) diep ingaat op het wegmoffelen van de dood van drie medewerkers na een mislukte ruimtemissie. Doordat hij deze informatie heeft omdat hij heeft lopen spieken in de mail van Anne, wiens kantoor Drake’s multinational Life Foundation vertegenwoordigt, worden zowel Eddie als Anne ontslagen. Een woedende Anne verbreekt de verloving en Eddie staat op straat, zonder werk, verloofde of kat.  Zes maanden later is Eddie een werkeloze prutser, terwijl Anne ondertussen een knappe chirurg aan de haak heeft geslagen. Als een bron in de Life Foundation belastende informatie over de praktijken van Drake wil delen, hapt Brock na wat aarzeling toe en zo ontmoet hij de buitenaardse symbioot waardoor hij transformeert tot Venom.

Door van Brock een soort lovable loser te maken worden de scherpe kantjes van het personage er af geslepen, wat voor de ware fanboy wellicht blasfemisch overkomt. Maar daardoor ontstaat wel een interessante dynamiek tussen Eddie en de symbioot die oorspronkelijk in de comics constant op één lijn zaten. De acceptatie van Eddie dat hij geïnfecteerd is door een buitenaards wezen dat zijn lichaam langzaam consumeert tenzij hij toegeeft aan de neiging om af en toe een hoofd af te bijten, wordt niet geloofwaardig onderbouwd, maar als je te kritisch naar de film kijkt, struikel je sowieso over de plotgaten, onnozelheden en de gebrekkige logica. Een zekere suspension of disbelief is een voorwaarde om van de film te genieten, want als guilty pleasure is het zeker vermakelijk te noemen.

Venom komt wat traag op gang en de film doet vooral vaak iets te veel zijn best om kijkers te willen overtuigen van de inherente goedzakkigheid van Eddie Brock. Zelfs als hij op zijn persoonlijke dieptepunt zit, zien we hoe Eddie in een bar een fooi achterlaat, hoe hij extra aardig is tegen een dakloze dame en haar wat extra geld toestopt en hoe hij lijdzaam de geluidsoverlast van zijn metal-lovin’ overbuurman ondergaat. Het personage had wat meer ruwe kanten mogen hebben. Maar zodra Brock en de symbioot als Venom los mogen gaan, levert dat de verwachte amusante actiescènes op, maar ook een intrigerende buddy-cop relatie tussen de symbioot en Brock. Hardy heeft nog altijd de neiging om binnensmonds te praten, maar gelukkig klinkt hij niet alsof hij door een radioactieve vuvuzela is gebeten zoals in zijn andere superheldenrol als Bane in The Dark Knight Rises. De acteur duikt echter met veel passie, energie en een soort screw-ball comedy insteek in de rol, waardoor hij constant interessant blijft om naar te kijken.

De toon van de film is inconsistent als het maar kan zijn: de film mengt horror-elementen (maar niet te bloederig, want het moet wel PG-13 blijven) met slapstick, actie, buddy-comedy films en een old-school superhelden origin story met wisselend effect door elkaar, wat een rommelig geheel oplevert. Maar het gebrek aan zowel de veelal zielloze, duistere visie van DC alsmede het uitblijven van de gepolijste, op safe spelende aanpak van de films uit het Marvel Cinematic Universe leveren een gemankeerde, maar fascinerende film op die het voordeel van de twijfel alsnog verdient. Met uitzondering van een eindgevecht waarin twee vrijwel identieke figuren met elkander op de vuist gaan, voelt Venom vaak genoeg vreemd en op een goede manier verfrissend aan. De geduldige kijker wordt beloond met een after-credit scène, de kijker met getraind zitvlees krijgt een extra verrassing na de credits, dus hou die badonkadonk in je stoel.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken