Nu aan het lezen:

Valerian and the City of a Thousand Planets

Valerian and the City of a Thousand Planets

 

Allereerst een waarschuwing: wie Luc Besson’s Valerian and the City of a Thousand Planets gaat bekijken zonder enige kennis van het bronmateriaal, gaat het knap lastig krijgen. De reeks van schrijver Pierre Christin en tekenaar Jean-Claude Mézières startte eind jaren ’60 en was in veel opzichten uniek. Niet alleen was het de eerste Europese sci-fi strip, maar ook een van de allereerste comics met een vrouwelijke held. Het vertelt de avonturen van Valérian (in Nederland om onbegrijpelijke redenen vertaald als Ravian, dus die naam houden we hier even aan) en Laureline. Twee tijdruimte-agenten, actief in een volstrekt origineel universum dat overloopt van de vreemde wezens en bizarre volkeren. Een Ravianverhaal is amper exact na te vertellen, zo vol staat het met krankzinnige plottwists en karakters.

Besson, fan van het eerste uur, waagde in 1997 met The Fifth Element al een poging om Mézières overweldigende visuele ideeënrijkdom naar het grote scherm te vertalen. Het verhaal was weliswaar van Besson zelf, maar de invloed van Mézières (die samen met andere stripgigant Jean ‘Moebius’ Giraud de production design verzorgde) op het uiterlijk van de film was onmiskenbaar. Met een budget van 90 miljoen werd het een enorm succes. Zo ontstond bij Besson het idee voor een Ravian-verfilming, zeker na de expliciete goedkeuring van meester Mézières tijdens de opnames van The Fifth Element (“Waarom doe je deze shitfilm eigenlijk? Ga mijn strip verfilmen!”).

Het kostte Besson twintig jaar om zijn passieproject te vervolmaken. Met het dubbele budget van The Fifth Element is Valerian and the City of a Thousand Planets de duurste onafhankelijke film in de geschiedenis. Maar zeker bij liefhebbers van de strip knaagde de twijfel. Die Besson was inmiddels toch meer een soort producent van Eurotrash geworden? En als hij al een film regisseerde, was de meest recente referentie aan zijn palmares op de filmposter nog altijd die sci-fi film van twee decennia geleden. Of – godbetert – het uitstekende, maar nog oudere Léon: The Professional. Vorig jaar kon een eerste, voorzichtige zucht van verlichting worden geslaakt. In een interview met stripblad Zone 5300, tijdens de Stripdagen in Haarlem, wist Mézières himself te melden dat hij op de filmset was geweest, afgeronde scenes had gezien en zeer te spreken was over het resultaat. Ook de keuze voor hoofdrolspelers Dane DeHaan en Cara Delevingne kon zijn goedkeuring wegdragen. Het stemde geruster, zeker omdat de relatie van de inmiddels 78-jarige Fransman met de filmwereld niet al te best is. Wie Valerian ziet en denkt: “Hé, het ruimteschip van de helden is gejat! Een kopie van de iconische Millenium Falcon uit Star Wars.”, denkt precies wat Mézières dacht bij het zien van het ruimte-epos van George Lucas. Maar dan omgekeerd. De gouden BH van Leia. De bevroren Han Solo. Lucas heeft rijkelijk – en gratis – gegrasduind in het oeuvre van Mézières. De stoom komt hem nog steeds uit de oren.

En dan nu het verlossende woord. Fans van de strip, wees inderdaad gerust. En juicht, oh jullie fans van maffe, trippy, volledig geflipte, science-fictionfilms. Er valt heus wel wat te kniesoren over Valerian and the City of a Thousand Planets (Laureline! Not a ginger!), maar er valt visueel zo veel te genieten dat muggenziften vrij zinloos is. De film komt – na een fijne openingssequentie op Bowie’s Space Oddity – meteen op topsnelheid uit de startblokken met een serie actiescènes, zodat het even duurt voor je als kijker op adem bent en vaste voet gevonden hebt in deze vreemde wereld. Het is een begrijpelijke ‘fout’ van Besson voor wie het – als fan van de strips – allemaal gesneden koek is. Uitleggen vindt hij niet nodig. Het is dus een half uur wennen totdat het verhaal, los gebaseerd op het album Ambassadeur van de Schaduwen, lekker begint te lopen.

Net als in het boek komen Ravian en Laureline terecht op een enorm ruimtestation waar duizenden volkeren in anarchistische vrede met elkaar samenleven. Wanneer een hoge pief ontvoerd wordt, volgen onze helden het spoor langs een flinke serie leefgemeenschappen waarvan niet alle bewoners vriendelijk zijn. De sleutel tot het mysterie lijkt een Mül-converter te zijn, een schattig wezentje dat honderdvoudig exact hetzelfde uitpoept wat je hem voert. Wat? Ja, dat dus. En die McGuffin is bij lange na niet het meest krankjoreme figuur dat Ravian en Laureline ontmoeten. Verwacht de Shingouz, een trio extreem kapitalistische aliens dat het dialoogvoeren heeft afgekeken van Kwik, Kwek en Kwak. Of Bubble (Rihanna, subliem!), een shapeshiftende paaldanseres. En… en…en… Al deze vurrukkullukke waanzin valt eigenlijk met geen pen te beschrijven. Ga gewoon kijken. Op een zo groot mogelijk scherm. Tenzij het zien van een geestverruimende kwal op iemands hoofd je echt, maar dan ook echt niet aanstaat.

Valerian and the City of a Thousand Planets draait vanaf 26 juli in de bioscoop.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken