Nu aan het lezen:

Transit

Transit

 

Wat is er toch gebeurd met Christian Petzold? Nu zijn de pers en de festivaljury’s al lovend geweest over zijn nieuwste film, Transit. Maar in vergelijking met zijn vroege werk als Gespenster (2005) en Yella (2007) hebben zijn films aan kracht en kwaliteit ingeboet. Transit is arthouse light: van die degelijke, kleurloze cinema die belangrijke maatschappelijke thema’s probeert aan te snijden in een vervreemdende realistische stijl, maar die eigenlijk onder de oppervlakte gewoon erg leeg is. Want wat wil Petzold nu precies zeggen met zijn film afgezien van wat ‘serieuze’ gemeenplaatsen waar een geoefend filmhuispubliek om de haverklap mee wordt doodgegooid?

Laten we met het verhaal beginnen. Transit speelt zich af in een hedendaags Frankrijk. Of toch niet? De Duitse Georg (Franz Rogowski) drinkt wat in een Parijs café. Daar spreekt een landgenoot hem bezorgd aan. Er is iets aan de hand. Buiten loeien de sirenes en zwaarbewapende politieagenten patrouilleren door de straten. Het is een crisissituatie die overeenkomsten heeft met het begin van de Tweede Wereldoorlog. Duitse vluchtelingen wachten in Frankrijk hun onzekere lot af terwijl het front dichterbij komt en daarmee ook de kans dat ze worden opgepakt. Wanhopig proberen ze een vluchtweg te vinden uit het vagevuur waarin ze vastzitten en de hel die ze te wachten staan.

Georg komt tijdens zijn ontsnappingstocht een ernstig gewonde schrijver tegen die samen met hem op weg is naar Marseille. Daar vertrekken er schepen naar het buitenland, maar om een plek te bemachtigen heb je de juiste papieren nodig. Als de schrijver sterft neemt Georg zijn identiteit over en heeft hij een kans om het land uit te vluchten. In de Franse havenstad komt hij echter de knappe vrouw van de auteur tegen waardoor hij zich schuldig gaat voelen en gaat twijfelen aan zijn keuze om een bedrieger te zijn.

Het gegeven van de film is boeiend, maar Petzold begaat al gelijk een misstap door dit alles in het nu te situeren. Als Petzold ook nog vreemde verwijzingen naar de oorlog het eigentijdse verhaal in smokkelt, wordt de ongeloofwaardigheid versterkt en de dreiging verminderd. Zo hebben de Duitse bannelingen een Deutsches Reich paspoort en spreken ze over deportaties die plaatsvinden in het Vélodrome van Parijs. De plek waar in 1942 alle Parijse joden werden verzameld waarna ze naar vernietigingskampen werden getransporteerd.

Het is een vreemde keuze van Petzold om zo te spelen met de geschiedenis. In het matige Phoenix bestond er ten minste geen twijfel over de historische periode: het Berlijn van na de bevrijding. Waarom hier dan die vreemde mengeling van toen en nu? Is het omdat hij een link wil leggen met wat er nu met vluchtelingen gebeurt in Europa en de VS? Dat de tijden blijkbaar niet zo veel van elkaar verschillen? Dat is inmiddels een behoorlijke open deur als je het nieuws volgt. Voor het ontvangen van die bittere boodschap heb je deze film niet nodig. Daarnaast zijn er andere films en series die dat zorgwekkende gegeven veel pakkender verbeelden. Neem Children of Men (2006) of The Handmaid’s Tale waarin oude fascistische en totalitaire nachtmerriescenario’s een herkenbaar eigentijds tintje krijgen. Binnen het genre sciencefiction lukt het ze om een gevoel van angst en boosheid over te brengen op de kijker. Het sterke is vooral dat ze de onvoorstelbare vormen van onderdrukking opeens plausibel maken: het is allemaal mogelijk. Transit doet dat niet.

Petzold is een arthouseregisseur die wel vaker de mosterd haalt van de genrefilm. Yella heeft een premisse die erg veel lijkt op de psychologische horrorfilm Carnival of Souls (1962) en Jerichow (2008) is een bewerking van de film noir The Postman Always Rings Twice (1946). Die aanpak heeft gemengde resultaten opgeleverd. In Yella werkt het nog het best dankzij de intense rol van Nina Hoss die wel vaker in zijn films speelt. Transit kan niet terugvallen op die actrice en heeft solide acteur Franz Rogowski in de hoofdrol als Georg. Op zich geen probleem, ware het niet dat zijn personage meer voelt als een kapstok waar je verschillende ideeën aan kunt ophangen dan een mens van vlees en bloed. Dat geldt ook voor de overige rollen, die worden vertolkt door stijve acteurs die acteren alsof ze op de bühne staan. Een pretentieuze voice-over en dialogen met diepgaande volzinnen helpen ook niet mee om de rauwheid van het vluchtelingenbestaan te versterken.

Je zou ter verdediging van Petzold nog kunnen stellen dat hij kiest voor een vervreemdende en afstandelijke methodiek. Een Brechtiaans trucje dat je doet twijfelen aan de ‘echtheid’ van deze film en daardoor een soort verstoorde herkenning teweegbrengt. Maar dan is er weer de vraag waarom je van die gekunstelde middelen nodig hebt om iets zinnigs te zeggen over het verleden en het nu? Ooit heb ik Petzold bewonderd. Ik was toen nog ontvankelijk voor arthousefilms. Maar door de jaren heen ben ik me gaan ergeren aan conventies die in het filmhuis vaak herhaald worden, terwijl de betreffende films vaak bejubeld worden om originaliteit. Populaire films zijn blijkbaar voorspelbaar, formulaïsch en simpel. Arthousefilms zijn daarentegen gelaagd, subtiel en complex.

Maar uiteindelijk gaat het er natuurlijk om of een film goed of slecht is. Gespenster en Yella hadden de juiste dosis strak realisme om te beklijven, gecombineerd met beklemmende vervreemding die prikkelde. Bij Gespenster hielp het mee dat Petzold twee getalenteerde jonge actrices kon gebruiken (Julia Hummer en Sabine Timoteo), die hij veel ruimte gaf om hun psychologisch gekwelde personages overtuigend te belichamen. Transit mist die ruimte en de chemie tussen de acteurs is ook afwezig. Georgs amoureuze gevoelens voor de vrouw van de schrijver komen uit de lucht vallen en de banden die hij met andere personages heeft voelen te vrijblijvend en leeg, al worden ze in de film gepresenteerd als betekenisvol.

Met Transit zet Petzold wel zijn fascinaties voort. De dubbelganger en bedrieger komen steeds terug in zijn films. Een geliefd thema in cinema, omdat het vragen oproept over wie we precies zijn, hoe we daarmee kunnen spelen en of we echt in staat zijn om te veranderen. Het zijn vragen die in Transit gekoppeld worden aan het gebruik van raciale, etnische en politieke identiteiten in tijden van repressie en vervolging. Je vermoedt dat Petzold Joseph Loseys Monsieur Klein (1976) heeft gezien. Een schimmige en benauwende film over een kunsthandelaar die aangezien wordt voor een joodse man die dezelfde naam heeft, terwijl de nazi’s bezig zijn om alle Parijse joden te deporteren. Op alle vlakken blaast Loseys film Transit omver, zonder gebruik te moeten maken van Petzolds trucje.

Transit is gebaseerd op een boek van Anna Seghers, die zelf als vluchtelinge in complete onzekerheid leefde. Ze had uiteindelijk geluk en kon het navertellen. De in zijn tijd ondergewaardeerde schrijver en criticus Walter Benjamin pleegde in 1940 in het grensplaatsje Port Bou zelfmoord toen hij op de vlucht was voor de nazi’s. Datzelfde jaar werd de communistische uitgever en filmproducent Willi Münzenberg dood aangetroffen in Saint-Marcellin nadat hij in een interneringskamp had vastgezeten. Aan interessante verhalen dus geen gebrek. Het is daarom niet vreemd om te weten dat Harun Farocki het script van Transit schreef. Deze bijzondere experimentele filmmakker behandelde in zijn fascinerende essayfilms ook vaak de traumatische erfenis van de oorlog. Farocki was ook de leermeester van Petzold en schreef het script van Phoenix. Hij overleed in 2014. Ik heb het idee dat Farocki Seghers’ boek veel rauwer en confronterender zou hebben verbeeld. We zullen het helaas niet meer te weten komen en moeten het maar doen met deze brave en vrijblijvende film die je zo weer vergeten bent.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken