Nu aan het lezen:

Toni Erdmann

Toni Erdmann

Elk jaar hoop je op een film als Maren Ade’s Toni Erdmann. Die maakt dat je het liefst met een megafoon de straat op rent om uit te schreeuwen waarom iedereen hierheen moet, maar in plaats daarvan loop je sprakeloos naar buiten om te ontdekken dat je je sjaal hebt laten liggen. Die maakt dat je twee uur later en allang weer thuis merkt dat de emoties die het opriep  nog steeds aan het oppervlak resideren. Een film waarvan je weet dat je er over tien, twintig jaar nog steeds naar zal terugkeren.

Op totaal eigengereide en compassievolle wijze kraakt Toni Erdmann een onderwerp dat wel eens wordt aangeduid als een van de laatste taboes: eenzaamheid. Allereerst die van de vader die, of we hem nu in zijn eentje of in gezelschap zien, altijd een cirkel van leegte rond zich lijkt te hebben. Constant valt hij uit de toon. Met zijn klikbril en zijn linnen schoudertas. Met zijn blinde hond Willi die zich gewillig van hot naar her laat slepen. Tot ook dat niet meer gaat. Hij is een man die almaar flauwe grappen maakt, omdat de ernst van zijn gevoelens hem angst aanjaagt. Die zijn dochter een kaasrasp geeft voor haar verjaardag en een rolletje met geld dat ze niet nodig heeft.

“Ben je eigenlijk gelukkig hier?”, vraagt hij haar. Hier is Boekarest, waar zij werkt voor een adviesfirma. Of zoiets. Iets met smetteloze pakken en auto’s met chauffeur in elk geval. In een glazen kantoorpand dat zijn schaduw werpt over de verpauperde arbeiderswijk waar toch al nooit de zon schijnt. Ook hier in dit Roemenië is vrijwel alles misplaatst. Zoals dat megalomane winkelcentrum. “Het grootste van Europa”, zoals Ines opmerkt, “en niemand heeft geld om er iets te kopen.”

toni_erdmann_36000481_st_2_s-high

Antwoorden op haar vaders vraag doet zij overigens niet, maar dat is ook niet nodig. Als we haar voor het eerst zien staat ze buiten te bellen. En soms doet ze alsof. Wanneer ze haar vader wat onwillig omhelst en “hallo, papa” zegt, klinkt dat alsof ze een buitenaards wezen begroet. Al zou dat haar waarschijnlijk makkelijker afgaan. Hier staan twee mensen die volstrekt niet in elkaars wereld passen, die in de aanblik van de ander plots zien wat ze zijn en vooral wat ze zo vaak niet zijn: zichzelf.

Want wat ze aanvankelijk lijken te zijn is elkaars negatie, maar naarmate de film vordert, wordt dat beeld steeds een stukje bijgesteld. Ontstaan er scheurtjes in de maskers die verraden dat ze meer op elkaar lijken dan ze zelf weten of zouden willen. Zo delen ze hetzelfde glimlachje, dat op schijnbaar willekeurige momenten en bijna in weerwil van zichzelf rond hun lippen speelt. Als je hem opmerkt, is hij alweer verdwenen. Misschien is het de lach van iemand die een moment de absurditeit van het menselijk bestaan doorziet en snapt dat er niets anders opzit dan erom lachen.

Interessant is dat Maren Ade de thematiek in Toni Erdmann veelal letterlijk verbeeldt. Hoe we ons verschuilen achter een masker, andere vormen aannemen om ons tot de ander te verhouden, hoe naakt we kunnen zijn wanneer we een ander werkelijk onszelf laten zien. De film werpt het cliché dat complexiteit altijd subtiel en indirect moet zijn ver van zich. Dat leidt tot absurde (en zeer geestige) situaties, maar zoals vaker weet juist dat absurdisme door te dringen tot de kern van de menselijke conditie. En complex is die wel degelijk.

toni_erdmann_36000481_st_3_s-high

We komen zo dicht bij deze twee mensen (ik krijg het niet gedaan ze personages te noemen), juist door het kalme ritme en de lange speelduur, dat ook wij de woorden niet meer nodig hebben om te weten wat er speelt. Zoals in een briljante scène in een club, waar ze met wat mensen van Ines’ werk terechtkomen. Het is een scène waarin weinig concreets gebeurt, waarin geen woord van wat gezegd wordt ertoe doet, maar we begrijpen (en belangrijker nog: voelen) dat ze hier hun eigen onthechting in de ander herkennen.

(Overigens: zoals ik het woord personages niet wil gebruiken, zo voelt het ook volstrekt onnatuurlijk om in het geval van Toni Erdmann de acteurs te benoemen. Niet uit respectloosheid, eerder het tegenovergestelde. Ik wil het niet hebben over hoe fantastisch ze zijn, omdat het geen moment bij me is opgekomen. En dat bedoel ik als een groot compliment.)

Een oplossing voor hun eenzaamheid vinden vader en dochter niet, hoogstens een beter begrip voor die van de ander. De emotionele crux van de film is een scène die de absurditeit en schoonheid van het menszijn op een totaal wonderlijke, complexe en in mijn beleving verpletterend ontroerende wijze samenbrengt. Ik ga het niet beschrijven, want dan zou je kunnen denken dat je het al vaker hebt gezien en dat zou een vergissing zijn. Niets aan Toni Erdmann voelt wellicht revolutionair anders en toch verliet ik de bioscoop met het overweldigende gevoel nog nooit zoiets gezien te hebben. En zonder sjaal. Dat ook.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken