Nu aan het lezen:

Tien vrouwelijke filmmakers – deel 2

Tien vrouwelijke filmmakers – deel 2

 

Cine presenteert deze maand in twee delen een tiental vrouwelijke regisseurs die minstens zo veel aandacht verdienen als hun mannelijke collega’s. En we selecteren meteen van elke regisseur drie films om op je watchlist te zetten. Vandaag: deel twee.

Elaine May

1.Elaine MayElaine May begon haar carrière als improvisatieduo met Mike Nichols en de invloed daarvan is evident in al haar films. Zoals in de rauwheid van de fysieke en verbale omgang tussen de twee vroegere jeugdvrienden in Mikey and Nicky. Als scriptschrijver behaalde May succes met onder meer The Birdcage en Primary Colors, beiden geregisseerd door haar voormalig comedypartner Nichols. Helaas is May’s naam ook verbonden aan een van de grote flops van de filmgeschiedenis. Ishtar, over twee talentloze songwriters die in een fictief Noord-Afrikaans land in Indiana Jones-achtige toestanden terechtkomen, kent een genadeloze reputatie. Onterecht, als je het mij vraagt. Niet alles is even geslaagd, maar er valt genoeg te genieten met de geestige oneliners, de blinde kameel met kiespijn en vooral de heerlijke chemie tussen Warren Beatty en Dustin Hoffman. De film bleek helaas het einde van haar regiecarrière, al maakte ze dit jaar nog wel een korte documentaire over de in 2014 overleden Nichols.

Cine raadt aan:
The Heartbreak Kid (1972)
Mikey and Nicky (1976)
Ishtar (1987)

Catherine Breillat

2.Catherine BreillatAl vanaf haar debuutfilm Une Vraie Jeune Fille is de naam Catherine Breillat synoniem aan controverse. Vrijwel al haar films onderzoeken op weinig verhullende wijze het seksuele verlangen van de vrouw; tienermeisjes die hun lichaam ontdekken, vrouwen die hun onderdrukte fantasieën onderzoeken. De relatie tussen de seksen is in haar werk altijd problematisch, verwrongen door macht of juist onmacht, zich vaak uitend in geweld. Als een vrouwelijke variant op Georges Bataille ontleedt Breillat de genderthematiek in films als Anatomie de l’Enfer en het briljante À Ma Soeur.  Haar expliciete en confronterende aanpak, met veel lange shots die ons nooit de kans bieden weg te kijken, maakt dat haar films zelden makkelijk of prettig zijn om naar te kijken. Na een hersenbloeding in 2004 en een ongelukkige ontmoeting met een oplichter verfilmde ze op voor haar doen kuise, maar toch typische Breillat-wijze de sprookjes Blauwbaard en Doornroosje. Vooral die laatste is een mooie en verrassend subtiele verbeelding van seksuele ontwaking.

Cine raadt aan:
Une Vraie Jeune Fille (1976)
À Ma Soeur! (2001)
La Belle Endormie (2010)

Věra Chytilová

Vera ChytilovaDe Tsjechische New Wave van de jaren zestig was een zelden geëvenaarde eruptie van talent. Helaas zijn veel filmmakers uit die tijd inmiddels in de obscuriteit verdwenen. Zoals Věra Chytilová, van wie eigenlijk enkel Daisies nog steeds bekendheid geniet. Maar ze maakte zoveel meer moois. Haar werk wordt consequent feministisch genoemd, iets waar ze het zelf niet mee eens was. Chytilová was een vrouw die vanuit dat oogpunt een andere blik bracht op seksualiteit en de verhouding tussen de seksen. Als dat al feministisch moet heten, bewijst dat slechts de noodzaak van feminisme. Het woord dat haar films het beste definieert is vrijheid. In moraal, maar vooral ook in vorm. Haar films tonen wat cinema kan zijn als je lak hebt aan de regels. Springerige montage, felle kleuren, vrouwen die voedsel verspillen, een duivel die probeert te fietsen op het strand; het is wild en chaotisch en soms is er nauwelijks een touw aan vast te knopen. Maar het leeft.

Cine raadt aan:
Sedmikrásky (Daisies, 1966)
Panelstory Aneb Jak Se Rodí Sídliště (Panelstory – Or Birth of A Community, 1979)
Vlčí bouda (Wolf’s Hole, 1986)

Claire Denis

4.Claire Denis“I am not at all interested in theories about cinema. I am only interested in images and people and sound”, zei Claire Denis een aantal jaar geleden in een interview. Het is een goede definitie van haar werk, waarin narratief ondergeschikt is aan de beelden en de mensen. Denis groeide op in Afrika en ze ondervond daar de complexe verhouding tussen (voormalig) kolonisator en gekoloniseerde. In Chocolat en White Material onderzoekt ze die relatie heel direct, maar in vrijwel al haar films wordt de verhouding tussen personages getekend door een scheve machtsverhouding. Zoals de liefde tussen een vampier en niet-vampier in Trouble Every Day, de soldaten en hun sergeant in Beau Travail. Wat in die beide films ook opvalt is dat Denis de camera op mannenlichamen richt zoals we eigenlijk alleen gewend zijn dat ze op het vrouwenlichaam worden gericht: erotiserend, fetisjerend. In de door de male gaze gedomineerde filmwereld biedt Denis ons een alternatieve blik.

Cine raadt aan:
Chocolat (1988)
Beau Travail (1999)
35 Rhums (2008)

Jane Campion

5.Jane CampionVrijwel alle films van de Nieuw-Zeelandse Jane Campion gaan over gemankeerde vrouwen. Of het nu de doofstomme Ada is uit The Piano (waarmee ze als eerste vrouwelijke regisseur ooit een Palme d’Or won in Cannes) of detective Robin Griffin in de door haar geregisseerde televisieserie Top of the Lake, dit zijn vrouwen die getekend zijn door hun verleden, een zware geschiedenis met zich meedragen. Maar slachtoffers zijn het niet. En al helemaal geen slachtoffers die moeten worden gered door een man. Campion is geïnteresseerd in het concept van de man als roofdier en de vrouw als prooi, maar compliceert die verhouding tegelijk in films als Holy Smoke, In the Cut of de korte film After Hours. Het levert haar wel eens de kritiek op dat mannen in haar films als slechteriken worden afgeschilderd, maar dat gaat voorbij aan de nuances in haar werk en de ongemakkelijke waarheden achter de onderwerpen die ze aansnijdt.

Cine raadt aan:
A Girl’s Own Story (1984)
An Angel at my Table (1990)
Bright Star (2009)

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken