Nu aan het lezen:

Tien sciencefictionfilms van achter het IJzeren Gordijn

Tien sciencefictionfilms van achter het IJzeren Gordijn

Vanaf deze week draait een digitaal gerestaureerde versie van Andrej Tarkovski’s meesterwerk Stalker (1979) in de bioscoop (lees vooral ook het prachtige artikel van Claire). De film komt uit de tijd van de Koude Oorlog, van angst voor nucleaire oorlog en van overheden die hun burgers in het gareel hielden met verregaande surveillance. Een tijd ook waarin filmmakers uit de voormalige Sovjet-Unie en het Oostblok zich geregeld tot de sciencefiction wenden. Om omfloerst die overheid te bekritiseren of ridiculiseren of om er simpelweg even aan te ontsnappen. Al blijkt ontsnappen zelden de simpele weg.

Voor mij waren de films van Tarkovski een belangrijke reden de cinema uit deze contreien meer te verkennen. Van een genie als Tarkovski zijn er geen twee, maar ik viel als een blok voor de vervreemdende, vaak melancholische sfeer in sciencefiction uit deze regio en periode en de vormgeving waarin de vaak lage budgetten de creativiteit opstuwden. Daarom, bij de re-release van Stalker, een tiental van mijn favorieten voor wie de duik wil maken in de peilloze diepten achter het IJzeren Gordijn.

 

Na Srebrnym Globie / On the Silver Globe (Andrzej Żuławski, 1988)

Na Srebnym Globie is een film die onder cinefielen een wat legendarische status heeft. Żuławski maakte de film in de jaren zeventig, maar tegen het einde van zijn twee jaar durende productieperiode in 1977 werd deze door de Poolse overheid stopgezet. Praktisch alle kostuums en decorstukken werden vernietigd. Tien jaar later besloot Żuławski de film alsnog af te maken, waarbij hij de ontbrekende scènes in een voice-over beschrijft. Na Srebrnym Globie is het soort sciencefictionfilm dat de toeschouwer zonder zwembandjes in het diepe gooit. De camera tuimelt en raast in het rond op de planeet waar een stel astronauten landt en gunt de toeschouwer nergens een rust- of oriëntatiepunt. Over vrijwel de hele film ligt een grijsblauw kleurenfilter waar soms ineens een andere kleur doorheen barst. Personages lijken constant in en uit de waanzin te vallen. De plot is nauwelijks te volgen, maar de beelden branden zich op je netvlies. Na Srebrnym Globie is een onstuitbare val in het onkenbare.

 

Eolomea (Herrmann Zschoche, 1972)

Deze Oost-Duitse film speelt zich af in een toekomstige samenleving waarin er volstrekte gelijkwaardigheid lijkt te zijn tussen verschillende genders en culturen. Het mysterie breekt aan wanneer een hele vloot vrachtschepen in de ruimte verdwijnt op de weg terug naar het moederschip. Zschoche schraapte genoeg geld bijeen om te filmen op 70mm, maar dat betekent niet dat hij visueel helemaal losgaat. Er zijn weliswaar planeten vol borrelende poelen en dikke mistvelden en surrealistische shots van ruimtenevels, maar er is ook veel nadruk op de (soms wat didactische) dialogen en verhoudingen tussen personages. De in 2016 overleden Nederlandse actrice Cox Habbema speelt een sterke rol als de kettingrokende wetenschapper Maria Scholl en er is een heerlijk ouderwetse robot. Het verhaal maakt soms vreemde sprongen die doen vermoeden dat de film oorspronkelijk een stuk langer was, maar de overgebleven 80 minuten zijn dan weer wel, als een van de weinige films in dit lijstje, voor een schappelijke prijs op dvd verkrijgbaar.

 

Бариерата / The Barrier (Christo Christov, 1979)

In deze Bulgaarse film blijven we op aarde, maar niet met beide benen op de grond. Het is de minst uitgesproken sciencefictionfilm in deze lijst, die eigenlijk meer een dramafilm is waar zo nu en dan een vlaagje sciencefiction doorheen waait. Een beroemde, maar uitgebluste componist ontmoet bij toeval een jonge vrouw die blijkt te zijn weggelopen uit een inrichting. Hij biedt haar onderdak in zijn huis en raakt al snel geïntrigeerd door haar wonderlijke wereldvreemdheid. De film volgt in bepaalde opzichten het patroon van de oudere man die een jongere vrouw onderwijst, maar doorbreekt dat ook weer. Want daarvoor is zij veel te eigenzinnig en hij te bewust van zijn eigen tekortkomingen. De barrière uit de titel duidt op de grens tussen realiteit en fantasie, maar net zo goed op de barrière die tussen twee mensen bestaat. Бариерата laat zien hoe twee mensen ondanks dat samen kunnen komen, wetend dat ze de wereld nooit, of slechts in een vluchtige flard, zullen zien zoals de ander die ziet.

 

Посетитель музея / Visitor to a Museum (Konstantin Lophusanskiy, 1989)

De film met de meest directe link naar Stalker, aangezien Lopushanskiy regieassistent van Tarkovski was bij die film. Zijn werk wordt ook altijd vergeleken met dat van Tarkovski, maar Lopushanskiy heeft op z’n minst één meesterwerk op zijn naam staan (Dead Man’s Letters) waarmee hij het verdient op zichzelf te worden beschouwd. Ook Visitor to a Museum is een fascinerende film, zich afspelend in een toekomst waarin een niet nader bepaalde ecologische ramp een groot deel van de mensheid heeft uitgeroeid. Van de overlevenden zijn de meeste lichamelijk en geestelijk aangetast door de catastrofe. De post-apocalyptische wereld die Lopushanskiy schetst is van een desolate schoonheid. De hoofdpersoon is een man die op zoek is naar ‘Het Museum’, waar de restanten van de menselijke civilisatie zich bevinden. De film bestrijkt thema’s als beschaving, religie, individualisme, maar wat Lopushanskiy precies wil zeggen blijft (bewust) diffuus. Visitor to a Museum is een onderdompeling in een wereld waar je als enkeling verloren bent.

 

Wojna Swiatów – Nastepne Stulecie / The War of the Worlds: Next Century (Piotr Szulkin, 1981)

In zijn werk versmolt de in augustus overleden Poolse cineast Piotr Szulkin satire met dystopie. In The War of the Worlds landen Marsbewoner op aarde, die eruitzien als een stel Oempa Loempa’s in dikke rode jassen. De overheid bezweert dat de wezens in vrede komen, maar verplicht burgers intussen wel bloed te doneren aan de bezoekers. Die burgers worden tam gehouden met propaganda en spektakel op televisie. Zoals het ‘nieuws’, gepresenteerd door de populaire Iron Idem, die zich zo hard door zijn programma’s heen grijnst dat je er plaatsvervangende kaakpijn van krijgt. Maar Idem begint zich te verzetten tegen de fictie die de overheid als realiteit presenteert, wat uiteraard niet ongestraft kan blijven. Szulkin zelf weigerde de betekenis van zijn film uit te leggen. ‘Wie zegt dat ik een invasie toonde?’ zei hij in een interview. ‘Misschien was het wel een schoolreisje dat op aarde een tussenstop maakte voor snoepjes.’

 

Конец вечности / The End of Eternity (Andrei Yermash, 1987)

Deze verfilming van The End of Eternity van Isaac Asimov gaat over een toekomst waarin een deel van de mensheid buiten de tijd, in de Eeuwigheid, leeft. Oud worden en sterven doet men nog steeds, maar vanuit die Eeuwigheid kan men door de tijd heen reizen en de geschiedenis manipuleren. Die Eeuwigheid is een strikt hiërarchisch bolwerk vol mannen, waarin elk persoonlijk verlangen moet wijken voor ‘de zaak’. Wanneer techneut Andrew Harlan tegen de regels in verliefd wordt op een vrouw, verstopt hij haar in de ‘verborgen eeuwen’ en om zijn superieuren dwars te zitten saboteert hij een project dat grote gevolgen heeft voor het voortbestaan van de Eeuwigheid. Cinematografisch is Konets Vechnosti niet bijster opzienbarend. Omdat om kosten te besparen sets niet in 360 graden werden gebouwd, worden ruimtes steeds vanuit dezelfde paar camerastandpunten gefilmd, wat het geheel vrij statisch maakt, maar de vormgeving van die sets is dan wel weer dik in orde.

 

Ikarie XB-1 (Jindřich Polák, 1963)

Wie aan de Tsjechische New Wave denkt, denkt aan dynamische films vol bijtende humor. Jindřich Poláks Ikarie XB-1 is uit heel ander hout gesneden. Het is een serieuze, filosofische sciencefictionfilm die trekjes heeft van Tarkovski’s Solaris en Stanley Kubricks 2001: A Space Oddyssey, waarbij uiteraard moet opgemerkt dat deze film er eerder was. Het is een van de eerste sciencefictionfilms die ik ken die het dagelijks leven in een ruimteschip zo uitgebreid toont (zoals we dat later dus bijvoorbeeld ook in 2001 zagen). Er wordt gesport, gezamenlijk gegeten en wat rondgehangen. Maar dan komt het ruimteschip in de buurt van een donkere ster die een vreemde uitwerking heeft op de bemanning. Mensen worden slaperig, sommigen ziek. De omslaande stemming wordt mooi vertaald in het vertragende tempo van de film en een monotone soundscape. Het camerawerk van Jan Kalis haalt het maximale uit de goedkope sets en hoewel de film nooit de emotionele diepte van Solaris of de filosofische verten van 2001 evenaart, is deze vergeten inspiratiebron de moeite van het kijken zeker waard.

 

Вельд / The Veldt (Nozim To’laho’jayev, 1987)

Verfilming van Ray Bradbury’s korte verhaal The Veldt uit 1951 over een gezin dat in een huis leeft dat alle huishoudelijke taken zelf doet. Tevens is er een virtual reality-kamer, waar de twee kinderen verzot op zijn. De ouders hebben het wat minder op die kamer, die staat afgesteld op beelden van een savanne waar een stel leeuwen een prooi verscheurt. Ze besluiten de kamer op slot te doen, wat tot frictie tussen de generaties leidt met als inzet de macht over de technologie. Om het korte verhaal van Bradbury op te tuigen tot een volledige speelfilm, voegde To’laho’jayev verhaallijnen toe uit andere werken van Bradbury, wat de film qua structuur niet ten goede komt, al zijn de subplots op zichzelf intrigerend. Maar To’laho’jayev bewees al met de tevens op een verhaal van Bradbury gebaseerde korte animatiefilm There Will Come Soft Rains, over de nasleep van een nucleaire ramp, dat hij de sfeer van diens verhalen fantastisch naar film kan vertalen en daarin excelleert hij opnieuw in Вельд.

 

Hukkunud Alpinisti Hotell / The Dead Mountaineer Hotel (Grigori Kromanov, 1979)

‘Ik onderzoek een moord,’ herhaalt inspecteur Glebsky telkens, totdat hij dat ook tegenover zichzelf niet meer kan volhouden. Plaats van handeling van deze verfilming van het gelijknamige boek van de gebroeders Stroegatski (volgens Wikipedia een van de bekendste films uit Estland) is een afgelegen hotel in de Alpen dat door een lawine wordt afgesneden van de buitenwereld. Glebsky is de typische rationele politieman die zich niet laat afleiden van zijn doorgewinterde onderzoeksmethodes, ook niet als de werkelijkheid een stuk buigzamer en rekbaarder blijkt. Met zijn mantra dat voor alles een logische verklaring is houdt hij de vreemde gebeurtenissen (plots opduikende vreemdelingen, mensen die dood zijn en dan weer leven) op afstand. De manier waarop ruimtes worden opgebroken en gefragmenteerd door te filmen via spiegels of door ramen doet denken aan het werk van Fassbinder, en dat geldt ook voor de manier waarop Kromanov een genre (in dit geval de politiefilm) langzaam in conflict laat komen met zichzelf.

 

Посредник / The Mediator (Vladimir Potapov, 1990)

Verschenen op de valreep van het neergaan van het IJzeren Gordijn is dit een film die het uithoudingsvermogen van de kijker tot het uiterste test. Посредник duurt 3,5 uur, wordt verteld in een ultra-traag tempo met nauwelijks dialoog en een constante, onheilspellende soundscape. De eerste pakweg anderhalf uur bestaat uit scènes waarin we mensen onder invloed zien raken van een onzichtbare macht of entiteit. Het is duidelijk dat het iets buitenaards is, maar wat het precies is en wil blijft lange tijd volstrekt duister. Het is een troosteloze wereld die Potapov neerzet, waar bijna alle kleur aan is onttrokken en het vrijwel constant miezert. De geluiden die personages maken (voetstappen, het dichtslaan van autodeuren) klinken alsof alles zich in een echoënde, holle ruimte afspeelt, alsof de buitenaardse aanwezigheid de hele aarde heeft omvat met een onzichtbare cocon. Niet iedereen zal het einde van Посредник halen, dat geldt voor zowel de personages als de kijkers, maar wie vatbaar is voor de vervreemdende, melancholische sfeer, raakt langzaam net zo gehypnotiseerd als de personages.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken