Nu aan het lezen:

Tien nineties-films die je nog niet zag

Tien nineties-films die je nog niet zag

 

Lijstjes met nineties-klassiekers zijn er natuurlijk in overvloed. En die worden vaak gedomineerd door Amerikaanse films. De jaren negentig brachten ons dan ook ijzersterke Amerikaanse misdaadfilms (waarover Roeland eerder deze maand schreef) en het megasucces van Pixar (waar Indra aandacht aan besteedde). Maar ook in de rest van de wereld werden in de jaren negentig fantastische films gemaakt. En dus besloot ik voor dit lijstje van elk jaar één zo’n verborgen pareltje te selecteren.

 

1990

Hardware (Richard Stanley)

Ik speel meteen een beetje vals, want Hardware werd deels met Amerikaans geld gefinancierd. Maar het brein achter de film – de onvolprezen Richard Stanley – is een Zuid-Afrikaan, dus vooruit. Zijn speelfilmdebuut werd aanvankelijk geveegd op de hoop van Terminatorrip-offs die rond die tijd verschenen, maar heeft intussen toch (en terecht) een eigen status opgebouwd. Wat Hardware wel met Camerons film gemeen heeft is dat ze beiden zijn gemaakt met kleine budgetten, maar een groot hart voor cinema en toewijding aan de eigen visie. Sinds het rampzalig verloop van zijn Hollywoodverfilming van The Island of dr Moreau (hij werd ontslagen en vervangen door een chagrijnige John Frankenheimer) maakte Stanley voornamelijk nog obscure documentaires. Al een jaar is er sprake van dat hij een verhaal van H.P. Lovecraft gaat verfilmen, iets om naar uit te kijken.

1991

Gu ling jie shao nian sha ren shi jian (Edward Yang)

Bijna vier uur duurt Yang’s film over Chinese jongeren wier ouders naar Taiwan vluchtten, maar A Brighter Summer Day (zoals de internationale titel luidt) is geen minuut te lang. De film focust voornamelijk op de introverte tiener Xiao Si’r, maar portretteert in feite een generatie  jongeren die zich verloren voelde in een land waar ze niet thuis waren en dat gevoel te lijf ging door bendes te vormen. Xiao Si’r houdt zich vooral afzijdig, maar kan niet voorkomen dat hij toch in aanraking komt met die wereld van vergelding. De film kreeg met de Criterion-release van twee jaar terug voor het eerst een fatsoenlijke internationale dvd-release en begint daardoor nu eindelijk zijn weg te vinden naar een groter publiek. Terecht, want het is een uniek epos.

1992

The Long Day Closes (Terence Davies)

Terence Davies maakt films als poëzie. Of als levende schilderijen. Niet zo verrassend dus dat Davies zelf ook poëzie schrijft en vaak Vermeer noemt als belangrijke inspiratiebron voor zijn films. Het autobiografische The Long Day Closes gaat over een 11-jarige op zoek naar zijn identiteit ergens tussen de soms zo geforceerde hokjes ‘jongen’ en ‘meisje’. Het is een dromerige en melancholische film, vol prachtig uitgelichte scènes en uitgekiend gebruik van kleur en muziek. Davies wordt door vakgenoten de grootste levende Britse regisseur genoemd en toch is zijn naam geen gemeengoed. Hoe dat komt? In een interview met The Guardian zegt hij er zelf over:  “If I am introduced to somebody powerful, I immediately forget their name. No wonder I’ve got no bloody career. I’m hopeless at all that, just hopeless.”

1993

In weiter Ferne, so nah! (Wim Wenders)

Der Himmel über Berlin wordt beschouwd als een klassieker, maar deze opvolger is inmiddels bijna vergeten. Toegegeven, In weiter Ferne, so nah! is minder evenwichtig dan z’n voorganger, maar  niet perse minder fascinerend. De film is wel somberder. De mensen luisteren nauwelijks nog naar de engelen, voelen hun aanwezigheid niet langer. Het was de liefde die Damiel naar het menszijn dreef, voor Cassiel is het nieuwsgierigheid, de vraag hoe mensen de wereld zien en horen. Maar het antwoord maakt hem mistroostig. ‘Ze scheppen ieder binnen hun zicht en gehoor een eigen wereld. En in die wereld zijn ze gevangene.’ Maar Cassiel leert dat de mensen hun verhaal zijn en dat we soms een ander nodig hebben om dat verhaal aan ons te vertellen. En dat daarin de troost schuilt en wellicht ook de liefde.

1994

Una Pura Formalità (Giuseppe Tornatore)

‘Je moet toch weten hoe je geleefd hebt, voordat je kunt sterven’, zegt een oude man in In weiter Ferne, so nah!. In Una Pura Formalità weet de beroemde schrijver Onoff niet eens meer hoe hij de vorige dag heeft geleefd. Hij wordt opgepakt als hij door de stromende regen rondrent, zijn kleren bebloed, en naar een politiebureau gebracht waar overal pannetjes staan omdat het dak lekt en een oude man met wit haar hem warme melk aanbiedt. De film speelt zich nagenoeg volledig op dat politiebureau af en vrijwel geheel tussen twee personages: de door Gerard Dépardieu gespeelde Onoff en een door Roman Polanski gespeelde rechercheur. Maar hun fantastische spel, en het sterke script en de uitgekiende regie van Tornatore zijn meer dan genoeg om de aandacht vast te houden.

1995

A Comédia de Deus (João César Monteiro)

Deze Portugese komedie gaat over een oude man die in zijn ijssalon alleen maar jonge meisjes laat werken. De eigenares laat het toe, want zijn ijsjes zijn hemels. De lange speelduur en het trage tempo van de film dwingen je om verder te kijken dan de voor de hand liggende conclusie dat dit een perverse, oude man is die geilt op jonge meisjes. Het is een minutieuze studie van een obsessie die weliswaar afwijkend is, maar waarvan je je ook kunt afvragen waar de afwijking begint. Hoe we de film precies moeten opvatten blijft onduidelijk, al maken de laatste scènes van hem een slachtoffer. Jammer eigenlijk, want A Comédia de Deus werkt het beste als het morele oordeel wordt opgeschort ten faveure van de operateske, perverse, maar toch ook geestige verleidingsdans die deze film is.

1996

Nun va Goldoon (Mohsen Makhmalbaf)

Nun va Goldoon is een film over constructies. De constructie van kunst, van identiteit, van een gebeurtenis en van de herinnering daaraan. En over hoe die constructies elkaar beïnvloeden. In de film reconstrueert Makhmalbaf een waargebeurd incident waarbij hij als jongeman een politieagent verwondde tijdens een demonstratie. Daarbij herhaalt hij veelvuldig scènes vanuit verschillende perspectieven en laveert constant tussen feit en fictie, daarmee juist tonend dat de waarheid zich zelden in feitelijkheid laat vangen. Het knappe aan Nun va Goldoon is dat Makhmalbaf al die ideeën in een film stopt die zeer precies geconstrueerd is, maar nooit zo voelt. Alles stroomt met de vloeibaarheid van de tijd, uitmondend in een eindshot dat door filmcriticus Mike d’Angelo werd beschreven als ‘the greatest final freeze-frame since The 400 Blows.’

1997

Ayne (Jafar Panahi)

Waar sommige films een cocon scheppen rond hun personages, daar is omgeving in het werk van Panahi alles. Gedwongen door de hevige censuur in Iran maakt hij films die zich simpel voordoen, met vaak meisjes in hoofdrol. Op die manier kan hij subtiel een portret van vrouwen in Iran schetsen, zijn boodschap verstopt in de kinderlijke onschuld en vaak ook in die achtergrond; in gesprekken in een bus of confrontaties op straat. Zo ook in Ayne, waarin een jong meisje probeert haar weg naar huis te vinden door kakofonisch Teheran. De film speelt een intelligent spel met feit en fictie, zoals Panahi dat ook deed in zijn recentste film Taxi Teheran, stiekem gefilmd vanuit een taxi. Want in 2010 kreeg Panahi alsnog een filmverbod opgelegd. Al laat de schijnbaar onvermoeibare optimist zich daar gelukkig niet door weerhouden.

1998

Dong (Tsai Ming-Liang)

Het is de vooravond van de millenniumwisseling en het grootste deel van Taiwan is ten prooi gevallen aan een dodelijk virus. Niet dat we daar veel van meekrijgen, we bevinden ons uitsluitend in een appartementencomplex waar boven elkaar een vrouw en man wonen, veroordeeld tot zichzelf en – wanneer een loodgieter per abuis een gat in zijn vloer (en dus haar plafond) maakt – tot elkaar. Tsai staat bekend om zijn lange takes (in zijn laatste film Stray Dogs zit een shot van twintig minuten waarin een man naar een muur kijkt), waardoor je als kijker gedwongen wordt niet alleen te kijken, maar ook te beschouwen op dat kijken. En voor wie bang is dat dat saai is (geloof me, dat is het niet): in Dong worden die scènes afgewisseld met heerlijke muzieknummers als hieronder.

1999

L’Humanité (Bruno Dumont)

L’Humanité begint met een beestachtige moord. Wie bekend is met het werk van Dumont weet dat zijn wereldbeeld zwartgallig is. En dat hij het de toeschouwer nooit makkelijk maakt. De film gaat over een politieman in Noord-Frankrijk, maar zoals zo vaak bij Dumont is hij incompetent, in zijn werk en in het leven. Het is een trage film, waarin weinig gebeurtenissen plaatsvinden, maar dat betekent niet dat er weinig gebeurt. Zoals Roger Ebert het mooi omschreef: ‘We wait for something to happen and then realize that something is happening.’ Het is makkelijk Dumont’s werk als cynisch te beschouwen, maar dat doet de film toch wat tekort. Want de momenten van toenadering zijn oprecht. Evenals Pharaon’s verlangen naar troost. De troost die hij zo onhandig zoekt op de meest onmogelijke momenten.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken