Nu aan het lezen:

Tien films over nucleaire rampen (Deel 2)

Tien films over nucleaire rampen (Deel 2)

 

“We gaze at it in wonder, which in itself is a form of dawning horror.” 

 

Met dat citaat van de Duitse auteur W.G. Sebald sluit Mark Cousins zijn film Atomic: Living in Dread and Promise af. Het is de beste samenvatting die ik ben tegengekomen van mijn eigen fascinatie met atoombommen. Het idee van het bestaan ervan is een van de weinige dingen waarmee ik mezelf angstig kan denken, maar tegelijk kan ik er eindeloos naar kijken.  In Cine’s maand van de rampenfilm besloot ik daarom om dit lijstje volledig te wijden aan films over nucleaire rampen.

 

Met vandaag nummer 5 t/m 10! Deel 1 lees je hier.

 

[blendlebutton]

Fail-Safe (Sidney Lumet, 1964)

Een film die nog altijd in de schaduw staat van Dr. Strangelove van Stanley Kubrick, die de productie ervan vertraagde door een rechtszaak aan te spannen over vermeend plagiaat in de bronboeken. En ja, ook hier een misverstand tussen de Russen en Amerikanen met die gevaarlijke knop onder handbereik. Maar beide films kunnen beter als complementair worden gezien dan als concurrerend. Waar Dr. Strangelove een komedie is, daar is Fail-Safe bloedserieus. Waar Dr. Strangelove de volstrekte absurditeit van de Koude Oorlog toont, daar toont Fail-Safe de beangstigende realiteit ervan. De film wordt perfect onder hoogspanning gehouden dankzij een sterk script en een solide cast, aangevoerd door Henry Fonda als de Amerikaanse president. Lumet toont slechts zelden zijn hand, maar als hij het doet, heeft het maximaal effect. Het zoveelste bewijs dat Sidney Lumet filmtaal tot in de kleinste finesses beheerste.

Z for Zachariah (Anthony Garner, 1984)

Verfilming van het boek van Robert C. O’Brien, dat vorig jaar nog opnieuw (en niet onaardig) werd verfilmd door Craig Zobel met onder meer Margot Robbie. Voor zijn BBC-adaptatie verplaatste Garner het verhaal naar Wales, waar een tienermeisje alleen achterblijft op de boerderij na het uitbreken van een nucleaire oorlog. De vallei waar ze woont is nauwelijks aangetast door radioactieve straling en ze bouwt voorzichtig een nieuw bestaan op wanneer plotseling een man verschijnt. Het meisje verzorgt de man, die is blootgesteld aan straling, maar zodra hij opknapt tracht hij de situatie en het land naar zijn hand te zetten. Zo onderzoekt Garner de genderverhouding die tegelijk een machtsverhouding blijkt en als zodanig corrumpeert, maar ook de frictie tussen natuur en wetenschap en de vraag welke van die twee destructiever is.

Bij gebrek aan een trailer van de versie uit 1984, hier die van de verfilming uit 2015:

Pisma myortvogo cheloveka (Konstantin Lopushansky, 1986)

Pisma myortvogo cheloveka eindigt met een citaat uit het Russell-Einsteinmanifest: ‘Wees je ervan bewust mens te zijn, en vergeet al het andere.’ Lopushansky werkte als regieassistent aan Tarkovski’s Stalker en maakte een paar jaar later dit speelfilmdebuut, waarin de invloed van de meester evident is. De mensheid (of wat daarvan over is gebleven) heeft zich teruggetrokken onder de grond nadat een grote nucleaire oorlog de aarde onbewoonbaar maakte. Wat achterbleef onder het puin en de radioactieve neerslag is tegelijk akelig en wonderschoon. Zoals in alle beste Sovjetfilms heeft de melancholie zich in elk hoekje en elke vezel genesteld. In een sleutelmonoloog schetst een man de mens als een tragisch wezen, ‘wellicht gedoemd vanaf het begin.’ Maar dat wezen vond wel compassie in zich, creëerde kunst en had lief. Hoe desolaat ook, Pisma myortvogo cheloveka is een liefdesverklaring aan de mensheid.

When the Wind Blows (Jimmy T. Murakami, 1986)

Deze film past in een rijtje met Grave of the Fireflies en Barefoot Gen. Films die gruwelijke gebeurtenissen wonderwel weten te verpakken in animatie. When the Wind Blows gaat over een ouder Brits echtpaar, verknocht aan elkaar en de overzichtelijkheid van hun leven. Wanneer ze een pamflet in de bus krijgen met instructies voor als de bom valt, gaat hij daar monter mee aan de slag – schildert de ramen wit, bouwt een schuilplaats met matrassen. Zij schudt haar hoofd en doet de afwas. Maar dan valt de bom. Wat de film zo hartverscheurend maakt is aanvankelijk de naïviteit van het echtpaar, en vervolgens het langzaam groeiend besef dat die naïviteit misschien een ontsnappingsmechanisme is. Want waarom kiezen voor de onafwendbare waarheid als je ook kunt blijven geloven dat de postbode misschien morgen gewoon weer komt?

Miracle Mile (Steve De Jarnatt, 1988)

We eindigen met een enigszins luchtige film. Eentje waarin plaats is voor wat humor en romantiek en muziek van Tangerine Dream. Een man en vrouw ontmoeten elkaar in een natuurhistorisch museum en vallen voor elkaar. Ze besluiten diezelfde avond af te spreken als zij klaar is met werken, maar hij verslaapt zich en wanneer hij vervolgens nietsvermoedend een rinkelende telefoon in een telefooncel opneemt hoort hij een paniekerige stem vertellen dat een nucleaire aanval ophanden is. Wat volgt is een hectische nacht waarin hij probeert anderen op het dreigende gevaar te wijzen zonder voor gek te worden verklaard en ook haar nog terug te vinden. De laatste jaren is Miracle Mile uitgegroeid tot een bescheiden culthit. Dankzij het onmiskenbare jaren tachtig-gevoel, maar toch ook omdat Miracle Mile onder al die foute gymoutfits en neonreclames een kloppend hart draagt.

Speciale vermelding

Resan (The Journey) (Peter Watkins, 1987)

Geen speelfilm, maar een ruim veertien uur durende documentaire van Peter Watkins over nucleaire wapens, gedraaid in een periode van twee jaar in verschillende continenten. Watkins toont met zijn film hoe onwetend we zijn (en worden gehouden) als het om nucleaire wapens en militaire uitgaven gaat. Het is een onderwerp dat Watkins vaker heeft beziggehouden. In 1965 al maakte hij War Game, een speculatief docudrama over de gevolgen van een nucleaire ramp in Groot-Brittannië. Hij maakte de film voor de BBC, maar die achtte hem te verontrustend om uit te zenden.
Watkins is een beetje de Jacques Derrida onder filmmakers: zich ontzettend bewust van elke vorm van constructie in zijn films en ons daar constant op wijzend. Dat maakt de veertien uur van Resan best lastig om door te komen, maar het is – in mijn ogen – wel een essentiële film.

[/blendlebutton]

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken