Nu aan het lezen:

Tien dierenfilms die je nog niet hebt gezien

Tien dierenfilms die je nog niet hebt gezien

 

Deze maand staat bij Cine het dier centraal. Vandaag presenteren we daarom een lijst met tien veel te weinig geziene films waarin dieren een (hoofd)rol spelen.

 

  1. Birdman of Alcatraz (John Frankenheimer, 1962)

Gebaseerd op het leven van Robert Franklin Stroud, een veroordeeld moordenaar die zichzelf in de gevangenis tot ornitholoog schoolt. In John Frankenheimer’s film vindt Stroud (gespeeld door Burt Lancaster) een pasgeboren vogeltje op de binnenplaats. Hij brengt het diertje groot in zijn cel en krijgt later permissie tot het houden van kanaries. Het bestuderen van de vogels en vooral het zoeken naar een geneesmiddel wanneer ze massaal ziek worden, geeft Stroud een doel en daarmee ook kalmte. Bijna de gehele film bevinden we ons samen met Stroud tussen de vier muren van zijn cel. Gedragen door het sterke spel van Lancaster verveelt dat echter geen moment van de 2,5 uur durende speelduur.

  1. The Day of the Dolphin (Mike Nichols, 1973)

Een film waarin George C. Scott met dolfijnen praat die later worden gekidnapt om de president te liquideren klinkt wellicht als een komedie, maar Mike Nichols’ The Day of the Dolphin is bloedserieus. Nichols maakte de film uit contractuele verplichtingen en volgde ermee zijn doorbraak The Graduate op. De film wordt beschouwd als een zeldzame uitglijder in het solide oeuvre van Nichols, maar het is dan toch op z’n minst een fascinerende uitglijder. En al zal het voor velen wellicht teveel gevraagd zijn, wie z’n reserves overboord gooit en het bizarre uitgangspunt accepteert, ziet een film die in al zijn vreemdheid totaal uniek is.

  1. Kuroneko (Kaneto Shindô, 1968)

Nadat een moeder en schoondochter worden verkracht en dood worden achtergelaten in hun platgebrande huis, verschijnt een zwarte kat bij hun lichamen. Niet lang daarna waren hun geesten rond, op zoek naar vergelding. Ze verleiden alleenreizende samoeraikrijgers en nemen hen mee diep de bamboebossen in om hen daar dronken te voeren en te vermoorden. Het zijn meditatieve en elkaar echoënde scènes, vol mist en mysterie. Kuroneko is als een Japanse variant op een Griekse tragedie, vol heldendom najagende krijgers en vrouwen die zich wreken vanuit de dood. Kaneto Shindô baseerde zich op een van de vele bovennatuurlijke volksvertellingen die Japan rijk is en creëerde een hypnotiserende film, geschoten in spookachtig zwart-wit.

https://www.youtube.com/watch?v=bwJ8lY8u_yY

  1. Ο Μελισσοκόμος (Theo Angelopoulos, 1986)

Een van de minder bekende films van de toch al veel te onbekende Griekse filmmaker Theo Angelopoulos. Hij is een filmmaker wiens oeuvre doordrenkt is van een verstikkende melancholie, bevolkt door oude mannen vervuld van desillusie en spijt, kinderen dolend op zoek naar een toekomst. Marcello Mastroianni speelt in deze film een imker die met zijn bijenkorven Griekenland doorkruist. Naar het zuiden. Naar de zon. Hij ontmoet onderweg een jonge vrouw en er ontstaat een complexe relatie tussen de twee. Maar haar aanwezigheid benadrukt slechts dat de eenzaamheid zich moeilijker laat afschudden dan de mist. “Vind je het fijn”, vraagt ze hem, “om altijd weg te gaan?”

  1. Birdy (Alan Parker, 1984)

“You will not discover anything new about war in this movie, but you will find out a whole lot about how it feels to be in love with a canary.” Aldus Roger Ebert in zijn lovende recensie van Alan Parker’s film over twee jeugdvrienden (gespeeld door Matthew Modine en Nicolas Cage) die getekend worden door de Vietnamoorlog. Maar een oorlogsfilm is Birdy inderdaad niet echt. Parker neemt ruim de tijd om via flashbacks de vriendschap van de twee te verkennen en de steeds obsessievere vogelliefhebberij van de door Modine gespeelde Birdy. Birdy is een vreemde en poëtische film die begrip zoekt voor de verschillende wonden die een mens kan meedragen. Zichtbaar en onzichtbaar.

  1. Equus (Sidney Lumet, 1977)

Nog een film waarin de liefde voor dieren grensoverschrijdend is, is Equus van Sidney Lumet. Nadat zes paarden gruwelijk verminkt worden, moet een door Richard Burton gespeelde psychiater de dader onderzoeken, een 17-jarige staljongen. Het is een confrontatie tussen twee getormenteerde figuren, die allebei gebukt gaan onder obsessie en zelfhaat. Het is te merken dat Equus een toneelverfilming is. De dialogen zijn talrijk en Lumet lijkt te worstelen met verbeelding van de seksuele fantasieën van de staljongen. Maar juist dat maakt de film ook fascinerend. Het is een duistere film, die vol zit met religieuze ondertonen en seksuele onderdrukking die leidt tot perversie, of wat we daar althans onder verstaan.

  1. Roar (Noel Marshall, 1981)

Het verhaal achter Roar is beruchter en eigenlijk ook beter dan de film zelf. Ruim honderd ongetemde leeuwen, tijgers en panters liepen rond op de set in dit bizarre geesteskindje van en met Noel Marshall, zijn toenmalige echtgenote Tippi Hedren en hun kinderen. Ruim zeventig cast- en crewleden raakten gewond tijdens het draaien, waaronder Nederlands cameraman Jan de Bont die 120 hechtingen nodig had nadat zijn scalp was gelicht door een leeuw. De dialogen en het acteren hebben – logischerwijs – te lijden onder de maar al te reële dreiging van de roofdieren, maar juist dat maakt de talloze shots van klauwen en tanden in mensengezichten en -nekken zo verbazingwekkend en gruwelijk tegelijk. Roar is geen goede film, wel een fascinerende verbeelding van een krankzinnige onderneming.

  1. La Caza (Carlos Saura, 1966)

Sam Peckinpah zei eens dat La Caza zijn eigen manier van film maken voorgoed veranderde. De invloeden zijn evident. Net als in het beste werk van Peckinpah gaat Carlos Saura’s film over concepten als masculiniteit en machismo. En de destructieve gevolgen als die twee worden verward. La Caza is een politieke parabel waarin het landgoed in de film staat voor Spanje onder het repressieve Franco-regime en waarbij, zoals de opzichter opmerkt, de eigenaar geen interesse heeft in de potentie van zijn land, enkel in de (door Saura weergaloos in beeld gebrachte) konijnenjacht. En terwijl de mannen de konijnen uit hun holen jagen, jaagt de moordende hitte de gemoederen tot een kookpunt.

  1. A Zed & Two Noughts (Peter Greenaway, 1985)

Er komen heel wat dieren voorbij in A Zed & Two Noughts (oftewel: Z00), voornamelijk in verschillende stadia van ontbinding, maar de diersoort waar Peter Greenaway werkelijk in geïnteresseerd is, is de mens. Twee broers, onderzoekers van diergedrag in een dierentuin, verliezen hun vrouwen bij een bizar ongeluk. Er ontstaat een driehoeksverhouding met een derde vrouw, die het ongeluk overleefde en de broers raken geobsedeerd door het bestuderen van dierenlijken. Maar hoe minutieus ze het rottingsproces ook bestuderen, het biedt geen uitkomsten over de sterfelijkheid en geen antwoorden op hun verlies. Zoals altijd bij Greenaway is de film een visueel hoogstandje en zoals altijd bij Greenaway is het allemaal bewust artificieel.

  1. Barking Dogs Never Bite (Bong Joon-ho, 2000)

Debuutfilm van Bong Joon-ho over een student die wordt geplaagd door het constante gekef van een hondje ergens in het appartementencomplex waar hij woont. Maar dat hondje blijkt slechts het startpunt van een reeks meer en minder bizarre gebeurtenissen en ontmoetingen. Alle ingrediënten van Bong’s latere werk zijn hier al aanwezig: de zwarte humor, de slimme visuele vondsten, het mixen van genres en tonen. Bong ruimt gerust minutenlang in voor een traag verteld spookverhaal dat verder weinig connectie lijkt te hebben met de plot. En het rare is: het werkt. Zoals bij Bong zo vaak dingen werken die eigenlijk helemaal niet zouden moeten werken. En juist dat maakt hem zo uniek.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken